<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Knights of the RazorBlades</title>
	<atom:link href="http://www.knightsrazor.be/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.knightsrazor.be</link>
	<description>Orde van de Scheermesjes</description>
	<lastBuildDate>Sat, 21 Jan 2012 12:07:20 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>Visie</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2012/01/21/visie/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2012/01/21/visie/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Jan 2012 12:07:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Derek van 't Gulle Zand Meester-Ridder van het Rozenscheermes</dc:creator>
				<category><![CDATA[webbouwstukken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1428</guid>
		<description><![CDATA[Het wordt hoog tijd dat de &#8216;geloofwaardige&#8217; democraten (christelijke zowel als sociale) met lawaai en daadkracht opkomen voor de &#8216;eerlijke&#8217; burger. Dit betekent dat de breedste schouders de grootste lasten moeten dragen. * Wie heeft hoeveel roerende voorheffing? Ontduiking moet worden bestreden. Een vermogenskadaster moet worden opgesteld om een belasting op de vermogens te kunnen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het wordt hoog tijd dat de &#8216;geloofwaardige&#8217; democraten (christelijke zowel als sociale) met lawaai en daadkracht opkomen voor de &#8216;eerlijke&#8217; burger. Dit betekent dat de breedste schouders de grootste lasten moeten dragen.<br />
* Wie heeft hoeveel roerende voorheffing? Ontduiking moet worden bestreden. Een vermogenskadaster moet worden opgesteld om een belasting op de vermogens te kunnen heffen.<br />
* Een wettelijke meldingsplicht moet worden opgelegd om alle roerende inkomsten te kunnen viseren. Ook de rente-inkomsten en de &#8216;gewone&#8217; dividenden.<br />
* Een wet dient speciaal gemaakt om het aandelenbezit op te sporen en te ontmoedigen.<br />
Het argument dat de discretie in Vlaanderen cultureel heel diep geworteld is, is een lachertje!</p>
<p>Derek</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2012/01/21/visie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Opus Dei en Vrijmetselarij</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/10/27/opus-dei-en-vrijmetselarij/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/10/27/opus-dei-en-vrijmetselarij/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 27 Oct 2011 18:43:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Derek van 't Gulle Zand Meester-Ridder van het Rozenscheermes</dc:creator>
				<category><![CDATA[webbouwstukken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1411</guid>
		<description><![CDATA[OPUS DEI EN VRIJMETSELARIJ REGEREN DE WERELD ‘Gemotiveerde’ vrijmetselaren zoeken naar diepgang in de samenleving. Ze zijn bewust van de spirituele dimensie van het bestaan en de inspiratie die daarvan uitgaat. Ze zijn actief bezig met geestelijke ontwikkeling, vrije gedachtenuitwisseling, verdraagzaamheid en broederschap. Ze zoeken naar wat mensen bindt en proberen weg te nemen wat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>OPUS DEI EN VRIJMETSELARIJ REGEREN DE WERELD</p>
<p>‘Gemotiveerde’ vrijmetselaren zoeken naar diepgang in de samenleving. Ze zijn bewust van de spirituele dimensie van het bestaan en de inspiratie die daarvan uitgaat. Ze zijn actief bezig met geestelijke ontwikkeling, vrije gedachtenuitwisseling, verdraagzaamheid en broederschap. Ze zoeken naar wat mensen bindt en proberen weg te nemen wat hen verdeelt. De wereld is een te voltooien bouwwerk, waarvan ieder mens een levende bouwsteen is.</p>
<p>Het Opus Dei is een instelling van de Rooms-katholieke Kerk. De missie is het verspreiden van de boodschap dat men via werk en leven God kan ontmoeten, maar dat men hiervoor zijn naaste moet beminnen. Dit is de voorwaarde sine qua non om de samenleving te verbeteren.</p>
<p>Het verschil zit hem in de uitgangspunten: humanisme en godsdienst. Dit maakt het moeilijk om in gesprek te blijven. Zeker gezien de historische groei in macht en invloed. Naar inhoud en doel zijn er echter enkele raakvlakken.<br />
Het is het aloude probleem tussen godsdienst(en) en humanisme. De oplossing heet: ontmoeting.</p>
<p>Over de gehele wereld zijn deze beide organisaties goed vertegenwoordigd in de media, de ambtenarij, de politiek, de ministeriële kabinetten, de grote concerns, de financiële instellingen, de religieuze en spirituele bewegingen, de politie, het leger en de verschillende geheime diensten.<br />
Dat wil niet zeggen dat de meeste mensen in die organisaties vrijmetselaars zijn of leden van Opus Dei, maar de sleutelposities zijn wel in hun handen, waardoor zij die organisaties controleren. Zoveel mogelijk macht, met liefst zo min mogelijk mensen, is hun devies.<br />
Zij spelen een vooraanstaande rol in de wereld.</p>
<p>(Medegedeeld)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/10/27/opus-dei-en-vrijmetselarij/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>https://docs.google.com/leaf?id=0Bz0g5QipfuMSMWU4NGI2ZTYtMTFjYS00NzViLTg0Yjgt NWFmM2RiOTM3NmE3&amp;hl=en_US</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/10/27/de-nieuwe-veense-2de-editie/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/10/27/de-nieuwe-veense-2de-editie/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 27 Oct 2011 18:38:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ridder van het Scheermes Maularia Fist</dc:creator>
				<category><![CDATA[Asides]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1406</guid>
		<description><![CDATA[de nieuwe Veense 2de editie Like Unlike]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="https://docs.google.com/leaf?id=0Bz0g5QipfuMSMWU4NGI2ZTYtMTFjYS00NzViLTg0Yjgt NWFmM2RiOTM3NmE3&amp;hl=en_US">de nieuwe Veense 2de editie</a></p>
<div class='wp_likes' id='wp_likes_post-1406'><a class='like' href="javascript:wp_likes.like(1406);" title='' ><img src="http://www.knightsrazor.be/wp-content/plugins/wp-likes/images/like.png" alt='' border='0'/>Like</a><span class='text'></span>
<div class='unlike'><a href="javascript:wp_likes.unlike(1406);">Unlike</a></div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/10/27/de-nieuwe-veense-2de-editie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>TechniekOpTechniek de film</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/09/15/techniekoptechniek-de-film/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/09/15/techniekoptechniek-de-film/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Sep 2011 18:10:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ridder van het Scheermes Maularia Fist</dc:creator>
				<category><![CDATA[beeldend]]></category>
		<category><![CDATA[video]]></category>
		<category><![CDATA[webbouwstukken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1399</guid>
		<description><![CDATA[Like Unlike]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.knightsrazor.be/2011/09/15/techniekoptechniek-de-film/"><em>Klik hier om de embedded video te bekijken.</em></a></p>
<div class='wp_likes' id='wp_likes_post-1399'><a class='like' href="javascript:wp_likes.like(1399);" title='' ><img src="http://www.knightsrazor.be/wp-content/plugins/wp-likes/images/like.png" alt='' border='0'/>Like</a><span class='text'></span>
<div class='unlike'><a href="javascript:wp_likes.unlike(1399);">Unlike</a></div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/09/15/techniekoptechniek-de-film/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beminde Zusters en Broeders,</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/08/21/beminde-zusters-en-broeders/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/08/21/beminde-zusters-en-broeders/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Aug 2011 16:48:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Derek van 't Gulle Zand Meester-Ridder van het Rozenscheermes</dc:creator>
				<category><![CDATA[webbouwstukken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1383</guid>
		<description><![CDATA[(Deel 1) Mensen worden in allerlei verenigingen op deze wijze verwelkomd of aangesproken. 1. Eerst komt de Vrijmetselarij in beeld. Logisch, ik ben er decennia actief geweest, ook als Voorzittende Meester. Iedere vrijmetselaar kan van de broederschap een bijna fulltime bezigheid maken. Iedere week of om de twee weken woont hij of/en zijde vergadering van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>(Deel 1)<br />
Mensen worden in allerlei verenigingen op deze wijze verwelkomd of aangesproken.</p>
<p>1.<br />
Eerst komt de Vrijmetselarij in beeld. Logisch, ik ben er decennia actief geweest, ook als Voorzittende Meester.<br />
Iedere vrijmetselaar kan van de broederschap een bijna fulltime bezigheid maken. Iedere week of om de twee weken woont hij of/en zijde vergadering van zijn/haar werkplaats bij, die in de vooravond begint. Het formele gedeelte duurt ongeveer anderhalf uur, tenzij met rituele omkledingen een nieuw lid wordt ingewijd of de spreker een uitgebreide uiteenzetting houdt en een levendige discussie op gang brengt. Daarna zit hij of/en zij aan aan een broedermaal en blijft hij en/of zij nakaarten in de bar of “vochtige kamer”. Als hij/zij nog maar recent ingewijd is en als leerling een “salarisverhoging” wil verkrijgen en opklimmen tot gezel en weldra tot meester, woont hij/zij regelmatig de “instructieloges” bij om zich vertrouwd te maken met de eigen wereld van de loges.</p>
<p>Om zijn/haar kijk op de vrijmetselarij te verruimen, meldt hij/zij zich regelmatig aan als bezoeker bij één of andere loge van de eigen of van een bevriende obediëntie. In de loop van het werkjaar mag hij/zij zeker de feestelijke bijeenkomsten niet missen: in september het feest van het ontwaken van de natuur en in juni het insluimeren van de natuur: tegengesteld aan de werkelijke seizoenen. Tijdens de zomer is hij/zij aanwezig op het tuinfeest of de barbecue, waar ook zijn/haar partner mee op uitgenodigd is.</p>
<p>Eens per jaar woont hij en/of zij het adoptiefeest bij, waar de leden hun kinderen tussen twaalf en achttien jaar kennis laten maken met de loge, die bij die gelegenheid tegenover hen een belofte van hulp en bescherming aflegt.<br />
Eenmaal lid van het bestuur of Commissie van zijn/haar werkplaats, neemt hij/zij een bijkomende taak op zich, die heel wat van zijn/haar tijd en energie zal opslorpen. Het begint met kleine taken, zoals onderhoud en opschik van de tempel, bijhouden van het archief, ordenen van de bibliotheek, enz. Wat later wordt hij/zij hogere functies toegewezen, zoals redenaar of eerste of tweede opziener, of uiteindelijk achtbare meester.</p>
<p>Natuurlijk is hij/zij van nabij betrokken bij het aantrekken van nieuwe leden. Hij/zij helpt mee het dossier van de kandidaat opstellen, maakt deel uit van de commissie die hem/haar thuis opzoekt en ondervraagt, neemt deel aan de stemmingen de eerste na de samenstelling van het dossier, de tweede na lezing van het schriftelijk werk dat de kandidaat heeft ingezonden en de derde waar de kandidaat, in het bijzijn van alle broeders en/of zusters, maar zelf geblinddoekt, aan een ondervraging wordt onderworpen.</p>
<p>Opgeklommen tot de meestergraad en deel uitmakend van het bestuur van zijn/haar werkplaats wordt hij/zij ook naar commissievergaderingen in Brussel gestuurd of wordt hij/zij aangesteld als vaste vertegenwoordiger van zijn/haar loge in de centrale bestuursorganen.</p>
<p>Op een dag zal een broeder/zuster hem/haar aanmoedigen om zich in hogere graden te laten inwijden. Zodra hij/zij hierin is opgegaan, zal hij/zij niet rusten voor hij/zij de top van de piramide, de drieëndertigste graad, heeft bereikt.</p>
<p>Al deze activiteiten worden niet alleen gratis uitgeoefend, maar ze kosten de broeder/zuster zelfs een aardige cent. Als jaarlijkse lidmaatschapsbijdrage betaalt hij/zij ongeveer (afhankelijk de werkplaats) 200€. Als hij/zij de rekening maakt van alle bijkomende activiteiten, feesten, bezoeken en reizen, heeft hij/zij allicht 600€ of méér besteed.</p>
<p>In de hogere graden stelt hij/zij vast dat het actieve lidmaatschap van de vrijmetselarij een dure hobby is, die aan de gemiddelde inkomensgenieter nog weinig ruimte laat voor andere liefhebberijen. Hij/zij zou er bovendien niet meer de tijd voor hebben. Als hij/zij intellectueel ingesteld is, zal hij/zij vele uren kunnen besteden aan het lezen van de aanzienlijke stroom van publicaties die zowel in de profane wereld als binnen de vrijmetselaarsobediënties zelf de vrijmetselarij vanuit uiteenlopende gezichtshoeken behandelt. Het aanschaffen van deze boeken, die hij/zij niet altijd in openbare bibliotheken vindt, zal hem/haar in de beurs doen tasten. Indien hij/zij zich ook nog als militant wil engageren in de profane wereld, zal hij/zij weldra tijd te kort komen.</p>
<p>Onder de meest actieve broeders of zusters vallen vooral de leerkrachten en de ambtenaren op. Zij beschikken over méér vrije tijd dan beoefenaars van een zelfstandig beroep. Er zijn anderzijds veel vrijmetselaars die een echter een bescheidener maçonnieke activiteit ontplooien. Behalve drukke beroepsbezigheden zijn er redenen, naast ziekte en ouderdom, die de deelname aan de logeactiviteiten negatief kunnen beïnvloeden.</p>
<p>Sommige broeders of zusters zijn na enige tijd ontgoocheld of niet meer geïnteresseerd door wat zich in de tempels afspeelt. Meningsverschillen, beroepsna-ijver, of uiteenlopendheid van karakters spelen soms een rol. Het is ook ontegensprekelijk dat een aantal leden naar de vrijmetselarij komen, omdat ze hierin een uitdrukking van hun steun aan de vrijzinnigheid zien, zonder dat ze zich daarvoor verder daadwerkelijk willen of kunnen inzetten. Anderen beschouwen hun lidmaatschap als een verzekeringspolis voor de dag dat ze de steun van de broederschap zouden behoeven.</p>
<p>Het absenteïsme is dan ook een vaak terugkerende klacht. Behalve in uitzonderlijke omstandigheden of voor feestelijkheden, komt zelden méér dan de helft van de broeders opdagen (veeleer 30 tot 35%).</p>
<p>2.<br />
Wij, westerlingen, hebben bijna allen te maken (gehad) met de Kerk van Rome. De meesten van ons zijn gedoopt en min of meer katholiek opgevoed. Ik had bovendien het geluk ook naar een bisschoppelijk college te worden gestuurd om er te logeren. Als interne leerling.</p>
<p>De Vrijmetselarij en de Kerk werden in de kortste keren elkaars rivalen. De Kerk sloeg de vrijmetselaar in de ban. De zogenaamde banvloek.<br />
Het verhaal hierover is niet volledig, is zeker niet vrij van onjuistheden, omissies en halve waarheden. Het heeft niet de pretentie de vrucht te zijn van een wetenschappelijk onderzoek of het resultaat van een arsenaal aan bronnen of het product van een zee van tijd, misschien is het daardoor boeiend, verrassend en interessant.<br />
Het handelt over de Vrijmetselarij in het algemeen, maar in het licht van het onderwerp “Vrijmetselarij en Vaticaan” is het logisch dat een hoofdrol is weggelegd voor de deïstische.<br />
Bovendien wens ik op te merken dat de registratie van de contacten tussen het Vaticaan en de Vrijmetselarij zo delicaat is, dat ik mij verplicht heb gezien uitspraken, communiqués en tekst letterlijk te citeren.</p>
<p>Belangrijk is vast te stellen dat de nieuwe generatie een allergie vertoont voor Kerk en katholiek geloof, hoewel velen klaarstaan om de eerste de beste goeroe te volgen mits hij de liefde preekt. We beleven de paradox dat het zich afkeren van de Kerk samenvalt met een ongekende belangstelling voor “het religieuze” in al zijn vormen. Hoe minder de Kerk spreekt van het bovennatuurlijke, van engelen en duivels, hoe groter de belangstelling wordt voor het occulte, voor astrologie, telepathie en spiritisme, zwarte magie.<br />
Zodra de mens zich de speelbal voelt van een anonieme bureaucratie, zoekt hij bevestiging voor zijn eigen persoonlijkheid en idealen, &#8211; of toch wat hij zich daarvan voorstelt. In een tijd die geen zekerheid meer overeind laat, krijgt van alle instellingen de Kerk van Rome de zwaarste slagen te incasseren. Hier is een dubbel fenomeen waar te nemen: enerzijds de afgang van de “officiële” godsdienst en zijn structuren en anderzijds de opkomst van duizend-en-één nieuwe godsdienstjes.</p>
<p>In deze dorst naar morele zekerheid neemt de Vrijmetselarij een grote plaats in. Nooit stonden zoveel kandidaten aan de poort van de Loges. Zelfs groeperingen die zich beroepen op de Orde van Tempeliers groeien zienderogen aan.<br />
U begrijpt dat een korte historische schets zich hier opdringt, onder andere om beter te kunnen oordelen, over wat nadien volgt.</p>
<p>Vrijmetselaars. Vrij is een equivalent voor het Franse franc, franc-maçon, voor het Engelse free, free-mason. In de Middeleeuwen, toen bijna elke man en vrouw eigendom was van een Heer, &#8211; het feodale gezag -, had “vrij zijn” een andere betekenis dan nu. Vrij was toen exact het tegengestelde van slaaf! Wij mogen aannemen dat de Vrijmetselarij, zoals wij ze vandaag kennen, ontstaan is uit het ambacht of de gilde van vrije metselaren, waarbij zich in de late Middeleeuwen de steenhouwers voegden. Ze werden “vrij” genoemd, omdat ze niet, zoals de meeste andere ambachtslieden, onderworpen waren aan de normale leenroerige heerlijke of stedelijke verplichtingen. Deze gilden bewaarden en onderhielden de strenge regels van het compagnonschap.<br />
De Vrijmetselarij en het compagnonschap hebben veel symbolen gemeen. Zo wijzen verscheidene auteurs op de “maçonnieke signatuur” van de Notre-Dame de Paris, waarmee zij de loden plaat bedoelen in de torenspits. Op deze plaat staan de winkelhaak, de passer, de steekbijl van de timmerman, de vlammende ster, met centraal de letter G (Dieu et Génie) afgebeeld, en ook de formule A.L.G.D.G.A.D.L.U. (A La Gloire Du Grand Archtitecte De L’Univers).<br />
Deze gilden hebben een lange voorgeschiedenis: erfgenamen van de Romeinse “collegia” die verwant waren aan de mohammedaanse “tarouqs”. Want ook die laatste waren beroepsverenigingen in de bouwnijverheid.</p>
<p>1495 is een belangrijk jaar in de geschiedenis van de Vrijmetselarij: voor de eerste keer worden “speculatieve” leden toegelaten in de loge als leden-weldoeners. Een Constitutie, opgesteld in dat zelfde jaar, in Straatsburg, maakt allusie op de opneming van deze niet-metselende vrijmetselaars. In 1600 aanvaardt de Loge van Edinburgh in Schotland ook een “speculatief lid”, met name Sir John Boswell. De laatste Grootmeester van de Operatieve Vrijmetselarij zou de Engelsman Christopher Wren zijn geweest die aftrad in 1702.</p>
<p>De eerste loge waarbij de “operatieven” een minderheid vormden, werd opgericht in Londen in 1717. Eigenlijk was dit een fusie van de vier Londense werkplaatsen en daardoor ook de oprichting van de eerste Grootloge, met als doel te overleven. In 1723 verschijnen “The Constitutions of the Free-Masons”, later de Constituties van Anderson genoemd. James Anderson was een Schotse dominee die dit eerste officiële charter van de Vrijmetselarij redigeerde.<br />
De geschiedenis van de Vrijmetselarij is onoverzichtelijk en onoverzienbaar. Door de eeuwen heen werd de stroom gevoed door ontelbare rivieren en zijrivieren; geschiedschrijvers, naargelang van hun oogpunt, beschouwden deze of gene bedding als de belangrijkste. Die verwarring heeft ook wel te maken met de streekgebonden evolutie van de Maçonnerie.<br />
In dit essay heb ik mijn uitkijkpost zo hoog mogelijk willen opstellen; bovendien wil ik dit overzicht niet bezwaren met gegevens die niet relevant zijn voor het onderwerp.</p>
<p>Initiatieke genootschappen hebben altijd en overal bestaan, voor ons zijn van belang de mysteriën in het Oude Egypte, Griekenland en Rome. De Romeinse bouwcolleges zijn blijven werken, maar pas vanaf de middeleeuwen hebben wij vast(ere) grond onder de voeten. De middeleeuwse bouwgilden (de bouwhutten waarin de metselaars schuilden noemden zij loges) bewaarden even angstvallig “de geheimen van het vak” en bovendien gaven zij hun werktuigen een symbolische betekenis om zo geheime kennis over te dragen.<br />
De traditionele geschiedschrijving van de Vrijmetselarij vertrekt van de “operatieve” bouwgilden; in de 16de eeuw traden veel alchemisten en hermetisten toe tot deze door privileges beschermde gilden. Zij waren de “accepted masons” of de aangenomen metselaars. Wanneer zij in de 17de eeuw de meerderheid vormen, wordt de Vrijmetselarij “speculatief”. Sommige bronnen plaatsen deze kentering van operatief naar speculatief in 1717.<br />
Daartegenover staat de visie dat het operatieve en het speculatieve steeds verstrengeld zijn geweest, zodat de filiatie van het speculatieve opklimt tot vele eeuwen terug. Deze geschiedschrijvers beschouwen de middeleeuwse geheime ketterse genootschappen niet als een eerste belangrijke piste; zij ontkennen zelfs dat er enige verwantschap zou bestaan met de middeleeuwse compagnonnages in Frankrijk.</p>
<p>1717. De eerste obediëntie: de Grootloge van Londen! Deze organisatie heeft zich razendsnel verspreid over Groot-Brittannië, West-Europa en de gehele wereld: enerzijds doordat bestaande loges zich aansloten en anderzijds doordat de Vrijmetselarij in de 18de eeuw furore maakte. Toen beleefden de gangmakers van de Verlichting hun hoogtepunt: deïsme of theïsme, vrijheid, verdraagzaamheid, vooruitgang werden trendbegrippen, Voltaire, Frederik II, Lessing, de encyclopedisten trendsetters. Een beweging die ook Cavour en Garibaldi, Goethe en Schiller, Mozart en Beethoven, Washington en La Fayette heeft verlicht.<br />
De Grootloge van Engeland (zoals de Grootloge van Londen zich dadelijk heeft genoemd) is van 1738 en van protestantse inslag: in dat jaar werden de “landmerken” of voorwaarden uitgevaardigd, zoals het geloof in de Opperbouwmeester van het Heelal en trouw aan de Bijbel. De ritualen waren duidelijk protestants getint.</p>
<p>Daarnaast ontstond enkele jaren vroeger in Frankrijk echter een Schotse katholieke Vrijmetselarij. In 1689 zocht Jacob II Stuart, onttroond door Willem van Oranje, zijn toevlucht in Frankrijk, samen met zijn Schotse en Ierse regimenten waarbij veel vrijmetselaars behoorden.<br />
De eerste Franse loges zijn vermoedelijk uit die tijd. Het staat vast dat na deze loges van stuardistische inspiratie, de eerste typisch Franse loge werd opgericht in Parijs in 1732, een tweede in Valenciennes in 1733. In 1738 werd de graaf van Antin de eerste Grootmeester van de Franse Vrijmetselarij. In 1740 telde Frankrijk werkplaatsen in Rouen, Caen, Nantes, Bordeaux, Montpellier, Avignon, waarvan 20 in Parijs, 19 in de provinciën en 5 militaire loges of 44 in het totaal. In december 1772 werd de Grootloge (tijdelijk) ontbonden en een eerste Grootoosten werd opgericht in 1773. In 1776 telde de Franse Vrijmetselarij 30.000 leden.<br />
Tijdens de Franse Revolutie lagen de activiteiten van de Franse loges stil, tot in 1795 een nieuw Grootoosten werd opgericht. In 1877 was het Grootoosten van Frankrijk de eerste obediëntie die zich a-deïstisch opstelde en de Bijbel verwijderde van het altaar van de Achtbare Meester.</p>
<p>3.<br />
Kan een katholiek lid zijn van de Vrijmetselarij?<br />
Om hier te kunnen op antwoorden moet ik de 18de-eeuwse pauselijke bul “In eminenti Apostolatus specula” van Paus Clemens XII van 1738 (de eerste van de vele veroordelingen van de Vrijmetselarij) becommentariëren.<br />
Wij stellen vast dat zelfs vandaag nog katholieken, zelfs praktiserenden, o.a. in Frankrijk, in de Vrijmetselarij worden ingewijd, onder meer in de “Grande Loge Nationale Bineau”, maar toch vooral in de “Grande Loge Nationale Opéra” die in 1958 werd opgericht. Deze nieuwe obediëntie van “misnoegde” vrijmetselaars van “Bineau” wilde niet verder tot de Engelse invloedssfeer gerekend worden. Door deze verklaring waren de leden van deze obediëntie ook op de kolommen van andere obediënties welkom.<br />
Ook de Grootloge van Frankrijk en enkele werkplaatsen van het Grootoosten van Frankrijk werken nog altijd met de Bijbel en roepen de Opperbouwmeester van het Heelal aan.</p>
<p>Waarom sprak Rome de excommunicatie uit in een periode waarin alle werkplaatsen deïstisch waren? Artikel 1 van de Constitutie van het Grootoosten van Frankrijk luidde: “De Vrijmetselarij aanvaardt in principe het bestaan van God, de onsterfelijkheid van de ziel en de solidariteit onder de mensen. Zij beschouwt de gewetensvrijheid als een recht en sluit niemand uit voor zijn geloofsovertuiging.”<br />
Paus Clemens XII verweet de Vrijmetselarij in hoofdzaak drie zaken:<br />
1. Zij bewaart een geheim dat niet verenigbaar is met het sacrament van de biecht.<br />
2. Zij aanvaardt dat, naast de Rooms-katholieke godsdienst, ook nog andere geloofsovertuigingen aan bod komen in de werkplaats.<br />
3. Zij legt haar leden de maçonnieke eed op.<br />
Wat blijft er vandaag over van deze “bezwaren”? Een geheim? Welk geheim, nu alle ritualen, zelfs die van de hogere graden, in de boekhandel liggen? Slechts de formule “secrets de métier” van de compagnons blijft behouden. Dat is alles. De eed? Inderdaad, elke vrijmetselaar engageert zich plechtig discreet te zijn, niets te openbare van wat in de loge gebeurt. Het volstaat echter elke dag de krant te lezen om te merken dat de discretie erg… relatief is. Toen Fred Zeller, gewezen Grootmeester van het Grootoosten van Frankrijk, in 1976 door de Grootcommissie werd geschorst omdat hij niet discreet zou zijn geweest, verscheen zijn reactie daarop in “Le Monde” en in een interview met de “Nouvel Observateur” van 27 juni. Bovendien, dokters, leraars, sommige kabinetsleden leggen toch ook een eed af?<br />
Tenslotte, het feit dat de Vrijmetselarij toen al openstond voor alle geloofsovertuigingen ligt in de lijn van het laatste Concilie dat het oecumenisme predikt en hierdoor de hand reikt naar andere godsdiensten, zelfs aan niet-gelovigen.<br />
Indien wij de veroordeling in 1738 door Clemens XII grondig lezen, stellen wij vast dat na deze drie beschuldigingen er een sibillijnse formule volgt: “en voor andere gegronde redenen die ons bekend zijn”. Tot op heden werd niet meegedeeld om welke redenen het hier gaat!</p>
<p>Sinds deze eerste pauselijke banvloek is de houding van het Vaticaan afgezwakt, hoewel begin maart 1991 de Romeinse congregatie voor de Geloofsleer een opstoot van antimaçonnieke gevoelens kreeg en de katholieken eraan herinnerde dat zij automatisch in de ban van de Kerk worden gedaan als zij tot de Vrijmetselarij zouden toetreden. In 1974 had de Romeinse congregatie nog in een brief aan de bisschoppen gesteld, dat ze niet langer elke vrijmetselaarsvereniging zonder meer zou excommuniceren (nota van de auteur).</p>
<p>Er is een tijd geweest dat de vrijmetselaar die kerkelijk wilde worden begraven, in het publiek of bij akte zijn berouw moest tonen. Nu lezen wij regelmatig in onze krant een rouwbericht met de maçonnieke titels van de overledene naast de naam van de kerk waar de rouwplechtigheid wordt gehouden. Waarop wacht het Vaticaan om de excommunicatie op te heffen?<br />
Ook door de niet-roomse kerkelijke overheid werd de Vrijmetselarij veroordeeld: in 1933 tijdens de Panorthodoxe presynode op de berg Athos (in Griekenland) en in 1945 tijdens het Concilie van de Orthodoxe Kerken te Moskou.</p>
<p>Alec Mellor, advocaat aan het Hof van Beroep in Parijs en auteur van verscheidene werken over de Orde van Vrijmetselaars, schrijft in 1972: “… De Kerk kan haar houding tegenover de Vrijmetselarij niet wijzigen, omdat zij dan verplicht wordt een lijst aan te leggen van maçonnieke obediënties die zij als ‘deugdzaam’ erkent en andere die zij ‘verfoeilijk’ acht. Het Grootoosten van Frankrijk behoort tot de laatste. Zij is echter minder ‘verfoeilijk’ dan het Grootoosten van België”. De Grootloge Bineau, waartoe hij behoort, is niet geëxcommuniceerd.</p>
<p>De Rooms-katholieke Kerk heeft haar houding tegenover de Vrijmetselarij bepaald in talrijke encyclieken, maar het is van groot belang te weten dat, tot circa 1830, de katholieken, en ook de geestelijkheid onder hen, zich niet stoorden aan deze verbodsbepalingen.<br />
Pater Berteloot die in 1947 in opdracht van de Kerk de studie La Franc-Maçonnerie et l’ Eglise catholique schreef, weet geen blijf met de talrijke katholieken die in de eerste helft van de 19de eeuw lid waren van een loge.<br />
In België is de toestand bijzonder ingewikkeld, omdat er in de praktijk maar één godsdienst is, met name de katholieke. Daarbij komt dat de Kerk hier een sterke machtspositie bekleedt: denk erom dat er in 1830 maar één soort onderwijs bestaat, met name het katholieke.<br />
Wanneer wij de geschiedenis van de Vrijmetselarij bekijken vanaf 1800, staan wij niet zoals in de ons omringende landen voor een Vrijmetselarij met een sterke katholieke aanwezigheid, maar voor een volledig katholieke Vrijmetselarij.<br />
Over de jaren 1796-1800 schrijft François Clément in Histoire de la Franc-Maçonnerie belge au XIXe siècle: “Omzeggens de totaliteit van de toenmalige Belgische vrijmetselaars belijden de Rooms-katholieke godsdienst.” De loges bestaan uit katholieken en liberalen, maar die liberalen zijn ook kerks. Over hen schrijft Pirenne in zijn Histoire de Belgique: “Ze zijn niet anti-katholiek, zij zijn nog niet antiklerikaal.”<br />
De liberalen in de loges waren dus conform; de katholieken moeten liberaliserend zijn geweest, want zij hebben toch mee de liberale grondwet goedgekeurd.<br />
Deze harmonie werd in 1832 verstoord door de encycliek “Mirare Vos” van paus Gregorius XVI. Deze veroordeling krijgt onze bijzondere aandacht omdat zij het liberale gedachtegoed op de korrel neemt, en waarschijnlijk vooral gericht is op België, waar een liberale grondwet werd gestemd en waar de troon werd toevertrouwd aan koning Leopold I, die als vrijmetselaar geen onbekende was.<br />
Het uittreden van katholieken moet toen begonnen zijn.<br />
De Belgische loges waren van meet af aan christelijk, uitsluitend christelijk. Het Grootoosten van België schrijft in een verordening van 1745: “Iedere vrijmetselaar moet een christen zijn, van welke cultus ook; een atheïst wordt voor altijd geweerd.” Gezien de omstandigheden kwam dit christen-zijn in België neer op katholiek zijn.<br />
Vanaf de encycliek “Mirare Vos” van 1832 tot twintig jaar daarna kan men geen algemene norm meer vinden voor de houding van de Loge tegenover de Kerk of die van de gelovigen tegenover de Vrijmetselarij. Er zijn alleen plaatselijke toestanden. Meestal zien wij echter dat de Vrijmetselarij de Rooms-katholieke godsdienst blijft aankleven, terwijl de geestelijkheid de Vrijmetselarij verwerpt.<br />
Te midden van deze spanningen heeft het Grootoosten van België in 1854 een zeer belangrijke beslissing genomen: voortaan was het gebruik van de twee symbolen, enerzijds de Opperbouwmeester van het Heelal en anderzijds de Bijbel, niet meer verplicht. Noteer wel dat hierdoor beide symbolen niet moesten worden verwijderd uit de Tempel, maar het stond wel iedere loge vrij deze symbolen nog te gebruiken. Indien een loge koos voor het behoud, kon ieder lid die symbolen interpreteren zoals hij verkoos (in overeenstemming met zijn overtuiging).<br />
Door het facultatieve van beide symbolen konden moeilijkheden worden verwacht uit de hoek van de machtige Grootloge van Engeland. En dit bleek later ook het geval.<br />
Ik benadruk dat het Grootoosten van België door die beslissing van 1854 in geen enkel opzicht antikatholiek was geworden. Het cruciale jaar is 1870 geweest: de onfeilbaarheid van de paus wordt verheven tot dogma, waardoor het voor de katholieken onmogelijk werd lid te blijven van de Vrijmetselarij.</p>
<p>Is de Vrijmetselarij zelf voor een toenadering met de Rooms-katholieke Kerk? Dit is de centrale vraag. Of is de omgekeerde vraag de vraag waar het eigenlijk om gaat?<br />
In de jaren ’30 heerste er, vooral in Frankrijk, een echte antimaçonnieke hetze. Ongetwijfeld geïnspireerd door het fascistisch regime in enkele nabuurlanden, organiseerden verscheidene katholieke en royalistische groeperingen een echte “heksenjacht” en publiceerden zij lijsten van vrijmetselaars, waarbij heel wat verbeelding te pas kwam. In Duitsland nam Eichmann die taak op zich.<br />
De boeken van Leo Taxil werden herdrukt. Leo Taxil (1854-1907) was een oud-leerling van de Jezuïeten en vrijmetselaar. Hij werd echter door het Grootoosten van Frankrijk geschorst wegens oplichterij. In zijn werken leidt hij zijn lezers om de tuin met vermeende bekentenissen van broeders over de Orde. De gevolgen van deze heksenjacht tegen de vrijmetselaars bleven niet uit. Talrijke logegebouwen werden vernield. Te Parijs moest de politie worden gemobiliseerd om de zetel van het Grootoosten aan de Rue Cadet te beschermen. Bovendien werd op 28 december 1935 een wetsontwerp in de Franse Assemblée neergelegd om de Vrijmetselarij te verbieden. Het werd echter verworpen met 370 stemmen voor en 91 tegen.</p>
<p>Toen de Duitsers Frankrijk binnenvielen, lieten zij de Vrijmetselarij ongemoeid. Het waren opnieuw Fransen die het archief van verschillende obediënties plunderden. Het Grootoosten was het eerste slachtoffer. De Vrijmetselarij werd verboden. In oktober 1941 verscheen het tijdschrift “Maçonnieke documenten”.<br />
In het editoriaal schreef directeur Bernard Faÿ dat hij handelde in opdracht van het staatshoofd, maarschalk Pétain. Pétain had op 17 september 1941 een decreet ondertekend, waarbij hij volmacht verleende aan de administrateur-generaal van de Nationale Bibliotheek om dit tijdschrift te publiceren. Faÿ schrijft dat de Orde van Vrijmetselaars een fervente vijand is van het christelijke geloof.<br />
In het artikel, “De Vrijmetselarij, vampier van het Christendom”, beweert hij: “dat de Maçonnerie steeds de macht van het katholicisme heeft willen fnuiken en haar rijkdommen verbeurd heeft willen verklaren”. “Om hierin te slagen heeft de Orde een wereld van symbolen, juwelen en liturgie gecreëerd, ontleend aan aloude culten,” schrijft hij. “Op deze wijze heeft de Vrijmetselarij geprobeerd zand in onze ogen te strooien en de broeder-vrijmetselaar voor te stellen als redder van verheven geestelijke waarden.” “Bovendien,” zegt hij nog, “willen de scholen zonder God, gepatroneerd door de Vrijmetselarij, het erfgoed van de Kerk oneigenlijk gebruiken.”</p>
<p>Wij moeten dan ook op de Bevrijding wachten vooraleer het gesprek tussen katholieken en vrijmetselaars opnieuw op gang kan worden gebracht.<br />
Na de oorlog reorganiseert de Vrijmetselarij zich vlug in West-Duitsland, Frankrijk en België. De Spaanse Vrijmetselarij moet echter clandestien verder werken op Franse bodem. In Italië openen de maçonnieke tempels opnieuw hun poorten, maar de broeders blijven toch uiterst voorzichtig. Op 9 maart 1950 publiceert een zekere Cordovani, meester van het Heilig Apostolisch College, een artikel in de “Observatore Romano”, waarin hij met nadruk herinnert aan “de canonieke wetgeving ten opzichte van de vrijmetselaars” en waarin hij ook “met kracht de geruchten de kop indrukt van een nakend akkoord.”<br />
Op 23 mei 1958 verklaart paus Pius XII aan enkele katholieke congressisten: “De wortels van de moderne afvalligheid zijn het wetenschappelijk atheïsme, het dialectisch materialisme, het rationalisme, het illuminisme, het laïcisme en de Vrijmetselarij, hun gemeenschappelijke moeder.”</p>
<p>In Frankrijk zijn sommigen wel te vinden voor een opening. In 1961 steekt jezuïet Michel Riquet te Saint- Louis des Invalides een lofrede af voor maarschalk De Saint-Arnaud, bevrijder van Algerije én lid van het Grootloge van Frankrijk. Marius Lepage, Achtbare Meester van de loge Volney, in Laval, ontvangt in datzelfde jaar pater Riquet in zijn werkplaats. In december 1963 woont Riquet de plechtigheden bij naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de G.L.N.F. Bineau.<br />
In “Le Figaro Littéraire” van 22 juni 1969 reageert Michel Riquet op fragmenten uit Alain Guichards werk Les Franc-Maçons, die verschenen onder de titel: “De Vrijmetselarij en de Kerk”. Hij schrijft: “Ik stel vast dat sommige vrijmetselaars van het Grootoosten van Frankrijk zich minder vijandig opstellen tegenover de Kerk, vooral na de verklaringen van Vaticanum II over de gewetensvrijheid, de niet-christelijke godsdiensten en de atheïsten…” Hij wijst eveneens op de belangrijke rol van de reguliere Vrijmetselarij waarmee hij de obediënties bedoelt die erkend worden door de Grootloge van Engeland. “Deze regelmatige Vrijmetselarij eist van haar leden dat zij in God geloven en in hun werkplaatsen worden alle discussies over godsdienst en politiek vermeden. De befaamde canon 2335 die al diegenen excommuniceert die lid zijn van een maçonnieke sekte of een aanverwante vereniging is niet van toepassing op deze regelmatige Vrijmetselarij, waarbij ook de G.L.N.F. Bineau behoort.”<br />
Het Vaticanum II vond plaats op 11 oktober 1962, in aanwezigheid van paus Johannes XXIII. Mgr. Mendez Arceo, bisschop van Cuernavaca, plaatste de Vrijmetselarij op de agenda. Hij motiveerde zijn beslissing als volgt: “Bij de sociëteit van de vrijmetselaars behoren veel antichristenen, maar toch ook een niet gering aantal mannen dat in een geopenbaarde God gelooft. Deze laatsten distantiëren zich van welk complot ook tegen de Kerk of tegen de burgerlijke autoriteiten. Zij wachten op het woord van de Kerk.”</p>
<p>Ik stel vast dat een aantal katholieken de weg naar de Kerk terugvond onder invloed van het ceremonieel en de ritus van de middeleeuwse gilden en kathedraalbouwers, zoals ze nog worden gebruikt door de Vrijmetselarij. Het is de verantwoordelijkheid van de bisschoppen, elk in zijn eigen diocees, enkele verenigingen te herwaarderen die zijn geviseerd door canon 2335.</p>
<p>De hoop op toenadering die hieruit zou kunnen worden afgeleid, bleek ijdel. Op 17 maart 1968 publiceert het Vaticaan volgende tekst: “De Kerk stelt een wijziging van de canonieke bepalingen ten opzichte van de Vrijmetselarij niet in het vooruitzicht. Een perscommuniqué van de Heilige Stoel ontkent ten stelligste de geruchten dat vrijmetselaars die zich tot het katholicisme bekeren, toch lid mogen blijven van een loge. De Heilige Stoel is niet van plan canon 2335 te wijzigen.”</p>
<p>En toch blijft het klimaat voor een toenadering tussen katholieken en vrijmetselaars in Frankrijk gunstig evolueren.<br />
Op 22 juni 1971 ontvangt dr. Pierre Simon, Grootmeester van de Grootloge van Frankrijk, Mgr. Pezeril, hulp-aartsbisschop van Parijs, met maçonniek eerbetoon in zijn werkplaats. Deze kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder komt er spreken over “L’Eglise aujourd’hui”. Naar aanleiding van deze gebeurtenis schrijft pater Michel Riquet in “Le Figaro” van 24 juni: “Voor een groot aantal traditionele katholieken blijft de Vrijmetselarij de geheimzinnige citadel van Satan. Maar ook de Vrijmetselarij evolueert. Het Grootoosten van vandaag is niet dit van gisteren. Bovendien vertegenwoordigt de Grootloge van Engeland een maçonnieke traditie die héél verschillend is van de Franse loges in het begin van deze eeuw. Het is niet de taak van de Kerk om zich uit te spreken over de regulariteit van deze of gene obediëntie. Zij kan alleen de activiteiten van de obediënties en haar loges beoordelen. Zoals kerkvader Beyer, deken van de faculteit voor canoniek recht aan de pauselijke gregoriaanse universiteit van Rome, zei: “De inschrijving in een loge die niet sectair of antichristelijk zou zijn, is vanuit het standpunt van het Kerkelijk Recht niet strafbaar. Er kan maar sprake zijn van excommunicatie wanneer een affiliatie zou betekenen: ontrouw aan God, opgeven van het geloof in Christus of gevaar dit geloof te verliezen, de onmogelijkheid om dit geloof te belijden in de schoot van de Kerk…”<br />
Riquet schrijft nog: “De obediënties moeten duidelijk hun positie bepalen tegenover de Kerk: een houding van verdoken of publieke vijandigheid of van verdraagzaamheid en sympathie.”<br />
Een Italiaanse jezuïet, Giovanni Caprile, bevestigt in de “Civiltà Cattolica” van november 1973 dat het Vaticaan heen en weer wordt geslingerd tussen twee polen. “Of de vrijmetselaars al dan niet zijn geëxcommuniceerd, is niet meer relevant als een katholiek ook lid zou kunnen worden van de Maçonnerie zonder enig gevaar voor zijn geloof of voor zijn leven als christelijk mens.”</p>
<p>Op 12 maart 1975 komen in Marseille bestuurders van het Oecumenisch Genootschap van Bouc-Bel-Air op een lunchvergadering samen. Dit genootschap telt leden van de Rooms-katholieke Kerk, de Hervormde Kerk, de Israëlische Consistorie en de Grootloge van Frankrijk. Het Grootoosten van Frankrijk is daar niet op aanwezig. Op 4 mei 1975 maakt Mgr. Roger Etchegaray, aartsbisschop van Marseille, echter bekend dat in zijn diocees al 10 jaar priesters en vrijmetselaars van het Grootoosten regelmatig samenkomen. Hij preciseert zijn liberale houding als volgt: “Wij moeten ons niet bemoeien met de verschillen tussen en de interne geschillen onder de obediënties die de vrijmetselaars tellen. Wij stellen vast dat er naast een “regelmatige” Angelsaksische Vrijmetselarij van het deïstisch type, ook een Latijnse Vrijmetselarij opereert van het liberale type. De excommunicatie die al twee eeuwen van kracht is, werd uitgesproken in een periode van godsdienstoorlogen. Wanneer de Kerk wenst te wachten op de hervorming van het canonieke recht om ook haar strafwetgeving te wijzigen, dan is dit haar goed recht, maar inmiddels kan zij toch afkondigen dat de excommunicatie slechts van toepassing is op een loge die bewust handelt tegen haar bestaan en haar goddelijke zending.”</p>
<p>Het tijdschrift “Breche”, gesticht in de lente van 1976, gaat nog een stap verder. De redactie bestaat uit militante christenen en vrijmetselaars. Het wordt verspreid in Frankrijk, België, Zwitserland en Quebec. De verantwoordelijke uitgevers zijn Bernard Montanier van het Grootoosten van Frankrijk en E.H. Jean-François Six van “Mission de France”. In hun voorwoord schrijven zij: “Hoewel wij zeer verschillend zijn van elkaar, willen wij toch de grenzen van onze kleine zekerheden verleggen en onze standpunten met elkaar confronteren.”<br />
In september 1976 vraagt het Grootoosten van Frankrijk echter aan Montanier om zijn medeverantwoordelijkheid op te geven.</p>
<p>1 april 1976 is een belangrijke datum in de context van dit verhaal. Op die dag wordt het boek Nel fumo di Satana van Tito Casini gepubliceerd. Hiein leest de Italiaanse pers: “De conciliaire hervorming werd geleid door een zekere Bugnini die tijdig werd ontmaskerd als vrijmetselaar!”<br />
Het Vaticaan zou zijn ondermijnd door de Orde van de Vrijmetselaars! De nieuwe mis zou een creatie zijn van Mgr. Annibal Bugnini, hoogwaardigheidsbekleder van de Grootloge van Italië! Andere prominenten van de Kerk zouden eveneens lid zijn van deze “sekte”, met name kardinaal Baggio, Mgr. Casaroli, de Franse kardinaal Villot, en zelfs de privé secretaris van de paus, Pasquale Macchi! Consternatie bij de vertegenwoordigers van de Romeinse Kerk en bij de kardinalen Frings, Suenens en Bea.<br />
In dezelfde aprilmaand verschijnt het nummer 10 van “Lettres aux amis et bienfaiteurs” van de “Pastorale broederschap van de heilige Pius X”. Deze broederschap werd opgericht in het Zwitserse Ecône door Mgr. Marcel Lefebvre. Mgr. Lefebvre schrijft in dit nummer: “Wanneer de motor van de hervorming van de liturgie een vrijmetselaar blijkt te zijn, dan mogen wij toch sterk vermoeden dat hij niet de enige zal zijn. De tijd is rijp om trouw te zweren aan de Traditie, de Kerk van altijd, en God te vragen de Kerk te bevrijden van deze satanische bezetters.”<br />
Tijdens een mis in Rijsel op 21 augustus 1976 valt Mgr. Lefebvre opnieuw de Vrijmetselarij aan, als hij in zijn preek gewaagt van “zwarte missen die de vrijmetselaars celebreren met gestolen gewijde hosties”.</p>
<p>Vrijmetselaars in het Vaticaan? Dit is geen nieuw gerucht. Men heeft zelfs beweerd dat paus Pius IX in Chili werd ingewijd, toen hij daar op reis was in 1823: een Italiaanse loge kon toen de bewijzen voorleggen! Dit is een illustratie van de macht van de verbeelding of misschien was dit het resultaat van een wonderlijke homonymie. Een zekere Nastaï-Ferreti, een ambtenaar van Italiaanse afkomst, werd in 1823 in een Chileense werkplaats ingewijd. In elk geval hangen sindsdien in enkele Franse loges van het Grootoosten portretten van Pius IX met de inscriptie: “Excommunicavi fratres meos (Ik heb mijn broeders in de ban geslagen).”</p>
<p>De excommunicatie van de Vrijmetselarij is een collectieve excommunicatie. Zij is niet nominatief, hoewel dit vandaag de dag nog gebeurt. Ik denk aan Roberto Valentini en Clara di Meglio, auteurs van het werk Il sesso in confessionale: zij werden geëxcommuniceerd op 23 maart 1973.</p>
<p>De veroordeling van de Vrijmetselarij valt niet onder het dogma van “de onfeilbaarheid en de onherroepelijkheid” van een pauselijke beslissing. De interdicten van Rome, resp. van 1738 en 1751, kregen in Frankrijk pas rechtsgeldigheid nadat ze werden onderschreven door het Parlerment van Parijs. Welnu, het parlement weigerde lange tijd hieraan gevolg te geven. Deze toestand bleef tot in 1801 ongewijzigd; toen kwam een concordaat tot stand tussen Frankrijk en de Kerk.</p>
<p>Canon 2335 excommuniceert “zij die lid worden van een maçonnieke sekte of van een gelijksoortige vereniging die samenzweert tegen de Kerk of tegen de burgerlijke wetgevende macht.” Een obediëntie die van haar leden eist dat zij in een geopenbaarde God geloven en hen verbiedt om in de werkplaats te discussiëren over religieuze en politieke thema’s, is dus niet getroffen door de ban. Einde 1973 stuurt kardinaal Pericle Felici, voorzitter van de pontificale commissie voor de hervorming van het canonieke recht, een omzendbrief naar de bisschoppenconferenties, waarin hij oproept tot versoepeling. Hij stelt voor niet langer ipso facto te excommuniceren, maar “geval per geval” te onderzoeken.</p>
<p>Op 15 maart 1975 reageert dr. Pierre Simon, Grootmeester van de Grootloge van Frankrijk, op twee artikels van pater Riquet, resp. in “Le Figaro” van 13.02 en in “Le Monde” van 28.02.1975. Hij schrijft in “Le Monde”: “De Grootloge van Frankrijk is geen rekenschap verschuldigd aan de Kerk. Refererend aan de Constituties van Anderson plaatst zij zich boven de godsdiensten en de politiek. Zij werkt ter ere van de Opperbouwmeester van het Heelal en koestert geen vijandschap tegenover hen die hun geloof belijden in een geopenbaarde God… Daarom heb ik Mgr. Daniël Pezeril, hulp-aartsbisschop van Parijs, in de Tempel uitgenodigd. Als Grootmeester heb ik hem daar met maçonniek eerbetoon ontvangen op 22 juni 1971. De Grootloge van Frankrijk heeft te dezer gelegenheid opgeroepen tot een hereniging van allen die geloven in de universele rede en in het plan van de Opperbouwmeester van het Heelal.” Dr. Pierre Simon drukt bovendien zijn verwondering uit over het feit dat de enige Franse obediëntie die niet door Rome zou zijn geëxcommuniceerd, met name de Grootloge Nationaal Bineau, slechts één autoriteit erkend: de Grootloge van Engeland die protestant is.<br />
Hoe reageert het Grootoosten van Frankrijk? Jean-Pierre Prouteau, Grootmeester van het Grootoosten, verklaart in dat zelfde jaar: &#8220;De Liberale Vrijmetselarij betreurt ten zeerste dat de Kerk de gewetensvrijheid en het wereldlijk karakter van de Staat veroordeelt. Niemand heeft het recht een geloof door geweld op te dringen. Wij pleiten bovendien voor een scheiding tussen Kerk en Staat. Indien deze standpunten zouden betekenen dat wij “een complot smeden tegen de Kerk”, wel goed, dan complotteren wij!” Hierin ziet Prouteau dan ook de reden waarom de Kerk het Grootoosten als haar vijand beschouwt. “Het is de Kerk geweest die de Vrijmetselarij heeft geëxcommuniceerd. Zij moet haar verantwoordelijkheid opnemen.”<br />
Ook Jacques Mitterand, gewezen Grootmeester van het Grootoosten van Frankrijk, verklaart tijdens een politiek debat, georganiseerd door een loge van het Grootoosten te Tarbes op 12 juni 1976: “Indien de jongeren het Grootoosten van Frankrijk zien als een filiaal van het godsideaal, dan dwalen zij!”</p>
<p>De Anglicaanse Kerk heeft echter geen enkel bezwaar tegen een lidmaatschap van de Vrijmetselarij. Koning George VI, hoofd van de Anglicaanse Kerk, was Grootmeester van de Londense Grootloge, waarvan ook aartsbisschop Fisher van Canterbury lid was.</p>
<p>Hoe is de toestand voor de blauwe Vrijmetselarij, de lagere graden? In de initiaties tot de eerste drie graden is elk duidelijk religieus element nagenoeg uitgesloten; alles is op het allusieve plan geheven. Toch maken leden van de blauwe Vrijmetselarij feesten mee waar het religieuze en het christelijke wel op de voorgrond treden. Ik denk aan de Sint-Jansfeesten. Het feest van Sint-Jan de Doper wordt gevierd bij de zomerzonnewende en dat van Sint-Jan de Evangelist bij de winterzonnewende.</p>
<p>Van de bul “In eminenti” van 1738 tot de encycliek “Humanum genus” van 1884 hebben verscheidene pausen bullen en encyclieken tegen de Vrijmetselarij uitgevaardigd en de excommunicatie uitgesproken over de katholieken die lid werden van de Vrijmetselarij. Na 1914 hebben de pausen zich niet meer rechtstreeks over de Vrijmetselarij uitgesproken.<br />
De redenen van de pauselijke veroordelingen kunnen worden samengevat in: de antiklerikale en politieke agitatie van de Vrijmetselarij, haar geheim, haar differentisme, haar syncretisme, de maçonnieke ritualen bevatten godslasterende passages, de eden en geloften houden geen rekening met de vigerende zedenwet.<br />
- “Het geheim”? De Vrijmetselarij is geen geheim genootschap, maar een gesloten genootschap.<br />
- “Antiklerikale en politieke agitatie”? In de meeste loges zijn “twistgesprekken over godsdienst en politiek” verboden. Hierover zegt J. Corneloup van het Grootoosten van Frankrijk in zijn boek Shibboleth: “De Vrijmetselarij is niet gemaakt om zich in het gevecht tussen de partijen te mengen, of om zich in het strijdperk van de verkiezingen te begeven.” In 1966 verklaarde K. Bruynseels, lid van het Grootoosten van België, op een voordracht in Brussel, dat van de Vrijmetselarij geen ordewoorden op politiek of godsdienstig gebied uitgaan.<br />
- “Indifferentisme”? Door mensen van verschillende religies samen te brengen loopt men het gevaar in een algemene dogmatische religiositeit te vervallen, die een aanfluiting zou zijn van een echte godsdienst. Welke “echte” godsdienst? De katholieke? Uitspraken van Vaticanum II laten een open confrontatie van het katholieke standpunt met dat van anderen toe. Dit bezwaar is passé.<br />
- En het gevaar voor “syncretisme”? In de ritualen worden religieuze elementen uit heidense mysteriën en uit de joodse en christelijke godsdiensten overgenomen. De Kerk heeft lang een afkeer gehad voor andere godsdiensten, maar dit is niet langer het geval. Bovendien is de Vrijmetselarij geen godsdienst maar een ethisch genootschap dat zijn leden op zedelijk gebied beter wil maken.</p>
<p>Belangrijker zijn de bepalingen van de vigerende kerkelijke wetgeving. In 1917 verscheen de tekst van het Kerkelijk Wetboek, waaraan sinds het Eerste Vaticaans Concilie werd gewerkt. Over de Vrijmetselarij is er sprake in de canons 1065, 1240-1242, 1399 en 2335-2336. Veruit de belangrijkste is canon 2335: “Wie lid wordt van de Vrijmetselarij of van andere dergelijke genootschappen die samenspannen tegen de Kerk en het wettelijk burgerlijk gezag, lopen door het feit zelf een excommunicatie op.” Merk op dat canon 2335 slechts als reden voor de excommunicatie behoudt: het samenspannen tegen de Kerk en de gevestigde burgerlijke macht. Dit tweede element heeft te maken met de verouderde kerkelijke doctrine dat Kerk en Staat één zijn. Dit laatste werd op het tweede Vaticaans Concilie van einde 1965 door velen verworpen.<br />
Volgens de “regelmatige” Vrijmetselarij slaat de canon uitsluitend (nog) op de afgescheurde antiklerikale en verpolitiekte Vrijmetselarij die sinds het midden van de 19de eeuw vooral in de Romaanse landen opgeld maakte. Ook volgens pater Michel Dierickx slaat de kerkelijke banvloek niet op de regelmatige loges die zijn aangesloten bij de Grootloge van Engeland.</p>
<p>De tijden veranderen. Het christendom is iets anders dan lid zijn van een bepaalde Kerk. De hoedanigheid van vrijmetselaar en die van gelovige zijn niet tegenstrijdig. Voor de atheïstische vrijmetselaar liggen de kaarten minder gunstig. Is hij daar rouwig om?</p>
<p>4.<br />
Vaak wordt mij gevraagd &#8211; en vooral sinds ik lezingen heb gehouden hierover &#8211; of er “Duistere Machten” bestaan, of zij echt ageren of dat hun bestaan slechts wordt gesuggereerd of gevreesd.</p>
<p>In de loop van de geschiedenis zijn “Duistere Machten” overal en altijd bedrijvig, op alles en iedereen hebben zij een onzichtbare impact, op geestelijke leiders, politici, financiers. Ze worden door de historici ook “de regenten” genoemd, zij die regeren. Deze (schim)figuren bewogen zich vroeger halfweg tussen kamerdienaar (valet de chambre) en lijfwacht (garde du corps). Nu zijn het dienaren van hoge rang aan hoven, presidentiële paleizen, hogere geestelijkheid en de wereld van de financiën. In de “onderwereld” maken zij deel uit van de Vrijmetselarij, de Rozenkruisers, de Orde van de Tempel en andere initiatieke genootschappen.<br />
Wie zijn zij? Sommige auteurs beweren dat zij lid zijn (waren) van Agartha, de “Grande Loge spirituelle”, waar ook Dante (1265-1321), Paracelsus (1493-1541), Nostradamus (1503-1566), Jacob Böhme (1575-1624), graaf Alexander van Cagliostro (1743-1795), graaf de Saint-Germain (18de eeuw), Frank A. Mesmer (1733-1815) en Raspoetin (1871-1916) deel van zouden hebben uitgemaakt.<br />
Tijdens een lezing te Nice in 1972 in het “Atelier du Réalisme Fantastique” zei Wilfried Chetteoui: “72 man regeren de wereld; in 1922 lieten zij de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Walther Rathenau (1867-1922) vermoorden.”<br />
Agartha duikt ook op in het begin van de 20ste eeuw: het nazisme wilde de hegemonie over de wereld en inspireerde zich aan “Le Roi du Monde”, met name Frederik Barbarossa (1152-1190), een tijdgenoot van de Tempeliers, die verwoede pogingen ondernam om de wereld te regeren; ook Hitler was bezeten van deze gedachte.<br />
Wie regeert de wereld? “Verborgen machten”, “geheime genootschappen”, in een perfecte harmonie tussen de witte (Agartha) en de zwarte magie (Shambhala). Sham is Sanskriet voor stilte, ongestoorde (gemoeds)rust. Shambhala wordt door de Puranas van Indië, tijdgenoten van het Nieuw Testament, beschreven als een wonderlijke plaats, een oase van kennis en rust. Daar is ook het “Wereldlijk Spiritueel Centrum” gevestigd. Dit “Centrum” organiseert nog geregeld congressen in Parijs en in Brussel.<br />
In de tweede helft van de 18de eeuw richtte J.A. Stark, predikant aan het hof van Darmstadt en vrijmetselaar, de “Cléricat des Templiers” op. In 1781 kwam &#8211; door enkele indiscreties &#8211; aan het licht dat die “duistere machten” van de “Cléricat” eigenlijk jezuïeten van hoge rang waren die, verbannen uit Frankrijk, in de “Cléricat” een uitweg vonden voor het behoud van macht en invloed. In 1802 maakte een zekere Barbet, in zijn boek het bestaan van een “Ondergronds Centrum van de Universele Vrijmetselarij” bekend. Hij verdween echter spoorloos.<br />
Tussen de twee wereldoorlogen opereerde ene Trebitsch-Lincoln. Hij was lid van de “Ordo Templis” én van de Vrijmetselarij, later ook van de Chinese Triade. Hij dook achtereenvolgens op in Hongarije, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Duitsland, China en Japan, Tibet en Canada. Trebitsch-Lincoln werd om zijn “alomtegenwoordigheid” als een avonturier bestempeld.<br />
De meeste “duistere machten” worden als avonturiers afgeschilderd. Wat onbekend is (of onbegrepen) wordt afgedaan als een fantasietje, een leugen, een fabel.<br />
Dokter Alphand, ingewijd in een Russische werkplaats en uitgeweken naar Constantinopel, behoorde eveneens tot de “duistere machten”; hij werd vertrouwensman van Lenin (1870-1924) en één van de belangrijkste figuren van de Russische Oktoberrevolutie van 1917. De profane wereld stelde zich geen vragen over deze twee “uitzonderlijke figuren”. Wat u niet begrijpt, kunt u ook negeren.</p>
<p>Van alle orden springt de lotsbestemming van de Orde van de Tempeliers het meest uit de band, geen enkele had ooit zoveel invloed op de wereldgeschiedenis, invloed die ook in onze tijd nog relevant is, maar veel onzichtbaarder dan vroeger. “Duistere machten” blijven de Orde van de Tempeliers bevolken en de loop van de geschiedenis mee bepalen. Deze Tempelorde is de moeder van alle “geheime genootschappen”, zowel die van de witte als van de zwarte magie.</p>
<p>Wie waren zij? Wie zijn zij?<br />
Soldaten, financiers, administrateurs, kunstenaars, ingewijden. Waarom kregen zij van Boudewijn II, koning van Constantinopel, de toestemming om naar Palestina te komen en zich te vestigen in een vleugel van zijn paleis, naast de moskee El Aksa, die gebouwd was op de plaats waar de Tempel van Salomo zou hebben gestaan? Niemand kan dit met zekerheid zeggen. Om er te zoeken naar de Ark des Verbond en de Tafelen der Wet? Wie de Ark en de Tafelen bezat, zou toegang krijgen tot de Absolute Kennis.</p>
<p>Wanneer Sint-Bernard van Clairvaux zijn negen “ridders” uitstuurt, krijgen zij als opdracht de pelgrimswegen te beveiligen, maar hun geheime missie is duidelijk: op zoek gaan naar de Tafelen der Wet en hij bedoelt “la conquête du Graal (oudfrans)”.<br />
De kruistochten werden niet ondernomen om de heilige plaatsen te bevrijden, want die waren nooit ofte nimmer bezet of ontoegankelijk. De kruistochten kwamen Boudewijn II echter goed uit om zijn imago op te vijzelen (wereldlijke macht) en zowel de katholieke als de moslimse geestelijkheid zagen in dit bloedig conflict een adequaat instrument om hun geestelijke macht te verstevigen.<br />
De Orde van Tempeliers had twee vertakkingen: enerzijds de bouwers en de beheerders van het vastgoed en anderzijds zij die werden ingewijd in de hoogste graden: de geheime tak van de Orde.<br />
Op documenten hebben onderzoekers drie geheime zegels teruggevonden: de Zegel van de Geheime Grootmeester, de geheime Tegenzegel en de Zegel van de Geheime Prior. De Geheime Grootmeester interfereerde vaak achter de coulissen in het leven van de Tempelorde. Zoals Roncelin de Fos, Chevalier de Provence, die herhaaldelijk “Maître Suprême de l’Ordre” werd genoemd, maar niet voorkomt op de officiële lijst van de Grootmeesters.<br />
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de geheime &#8211; of esoterische &#8211; regel die alleen gekend was door een beperkt aantal leden van de orde, de “onbekende broeders”, en die de officiële regel een diepere zin gaf, en anderzijds de regel die gekend was door alle leden van de orde en die geheimgehouden werd voor niet-leden. Zo’n regel komt bij vele mystieke organisaties voor.<br />
Naast het bekende breedarmige kruis van de Tempeliers bestond ook een (esoterisch?) Kruis van de Tempel, een kruis met rechte armen. Dit kruis komt voor op talrijke graffiti, o.a. te Domme in de Périgord, waar talrijke Tempeliers werden opgesloten, en in het kasteel van Vertheuil in de Gironde. Dit kasteel lag op de weg die Saint-Jacques-de-Compostelle nam op zijn initiatieke bedevaart naar Santiago de Compostela.<br />
Deze (ingewijde) Tempeliers waren gnostici die weigerden te geloven dat God mens geworden was en aan het kruis zou zijn gestorven. Voor hen was de ware Drievuldigheid: Vader-Moeder-Zoon en niet Vader-Zoon-H. Geest. Dit verklaart enerzijds hun verering van de Maagd Maria en anderzijds hun afkeer voor het beeld van de gekruisigde God. Het feit dat de (ingewijde) Tempeliers gnostici waren heeft zeker bijgedragen tot hun verstandhouding met de ismaëlitische assassijnen. De contacten met deze “ongelovigen” waren niet toevallig. De eerste Grootmeester van de Tempeliers heette Hugues de Payns (orthografisch soms Payen of Pagan geschreven), Hugues le païen. Hij is echter niet geboren in Payns (in de Champagnestreek), maar op het kasteel van Mahun, een gemeente van Saint-Symphorien-de-Mahun, in de Ardèche, waar zijn vader de bijnaam “De Moor” kreeg. Zijn donkere huidskleur zou hiervoor een waarschijnlijke verklaring kunnen zijn, maar de drie koppen van Moren op zijn blazoen wijzen op een andere connectie.</p>
<p>Toen ik in de Var een drietal keer een gebouw van de Tempeliers bezocht, notities maakte en foto’s schoot, werd ik nauwlettend in de gaten gehouden. Toen mijn vrouw en ik op een dag naar onze hotelkamer terugkeerden, stelden wij tot onze ontzetting vast dat de kamer was gefouilleerd. Dit was niet de eerste keer dat wij ons bespied voelden. We bezoeken nu eenmaal graag commanderijen en oude gebouwen, kerken, kapellen, kloosters. Dit woord- en beeldmateriaal is vaak inspiratiebron voor nieuwe gedichten of voor prozaïscher werk.</p>
<p>Is de invloed van de (huidige) Tempeliers vandaag de dag nog zo groot? Of zijn het veeleer “de onwettige kinderen” die zich belaagd voelen? Bang dat wij opnieuw bewijzen zullen vinden dat zij de geschiedenis geweld hebben aangedaan? Ik denk hier aan de Kerk van Rome, die, bevreesd voor onthulling van haar halve waarheden, heeft gemoord en mensen opgejaagd of verbannen (de inquisitie) enerzijds en anderzijds aan de vele sekten en initiatieke genootschappen die uiterst behoedzaam hun werk voortzetten, aan de gelovigen die de Kerk hebben verlaten voor het rechtstreekse contact met God.</p>
<p>(Deel 2)<br />
5.<br />
In de zomer van 2000 trokken mijn vrouw en ik naar de Languedoc en bezochten Rennes-le-Château. Het dorpje ligt op een verlaten plek, genesteld op de top van een steile heuvel, in het zuidwesten van Frankrijk. In de zomer ligt het in de zinderende zon, in de winter wordt het gegeseld door de gure wind.</p>
<p>Het kasteel van Rennes-le-Château bestaat nog steeds. Zijn vergane glorie getuigt van de vroegere strategische ligging van het dorp. Hoewel het prachtige uitzicht reikt tot aan de met sneeuw bedekte toppen van de Pyreneeën en tegenwoordig veel bewonderd wordt, weegt dit niet op tegen de ontberingen van het dagelijks leven op deze ontoegankelijke plaats. Zelfs met de moderne weg, daterend van rond de eeuwwisseling, is de kronkelende reis van de vallei naar de top tijdrovend. Van verre ziet het dorp eruit alsof het van de rest van de wereld is afgesneden, een oord waar de tijd stilstaat.<br />
Rennes-le-Château geldt als een mysterieus oord, een plek waar een geheim rust dat nog ontsluierd moet worden, een plaats met een lange geschiedenis vol verwarrende sporen van bizarre en sinistere gebeurtenissen, aangevuld met de verhalen over een fabelachtige schat. Dit was ook de hoofdreden van onze reis.<br />
De geschiedenis van Rennes en haar omgeving begint in het Stenen Tijdperk, maar de eerste belangrijke nederzetting werd door de Romeinen gesticht. Ze ontdekten de natuurlijke rijkdommen van het gebied in de vorm van edelmetalen. De donkere en onheilspellende ingangen van hun goud- en zilvermijnen gapen nog steeds in de bergwanden. Nog altijd worden er Romeinse munten en juwelen aangetroffen.<br />
Toch moet een belangrijke schat uit de Romeinse tijd nog gevonden worden. In 70 na Chr. werd de Tempel van Jeruzalem geplunderd en verwoest door de troepen van Titus. Ongetwijfeld werd de buit naar Rome gebracht. De bas-reliëfs die Titus&#8217; triomf uitbeelden, vertonen duidelijk een menora (een zevenarmige kandelaar) die nergens anders vandaan kan komen. De gestolen schatten zouden meer dan drie eeuwen in Rome blijven, tot het rijk uiteen begon te vallen.<br />
In 410 werd de stad op haar beurt geplunderd door de Visigoten onder leiding van Alarik. Hun nomadische instincten waren te sterk om zich te schikken in de geneugten van het stadsleven en ze vertrokken al snel naar nieuwe weidegronden. Hierbij zouden ze de schat van de Tempel hebben meegenomen. Twee jaar later bereikten ze de kusten van Zuid-Gallië.<br />
Het gebied rond Rennes-le-Château trok de Visigoten aan. Zij streken er neer en vestigden een permanent koninkrijk dat zich over de Pyreneeën tot in Noord-Spanje uitstrekte. Als de Visigoten de schat werkelijk meenamen, dan is deze sindsdien nooit meer opgedoken. De mogelijkheid kan niet worden uitgesloten dat deze ergens in of rond Rennes-le-Château is verborgen.<br />
Na de komst van de Visigoten in Rennes volgden twee eeuwen van relatieve stabiliteit, tot in de zesde eeuw de Merovingers vanuit het noorden kwamen en hun heerschappij over het Visigotische rijk vestigden. De Merovingische indringers hadden een hoogstaande cultuur en zij begroeven hun doden met sieraden vol edelstenen van uitzonderlijke schoonheid. Een van hun koningen, Dagobert II, huwde in Rennes-le-Château een Visigotische prinses, Gizelle de Razès. Onnodig te zeggen dat de legendarische rijkdom van de Merovingers aanleiding gaf tot verhalen over een fabelachtige schat die in het gebied rond Rennes op ontdekking wachtte.<br />
Zou op deze locatie ook de grootste schat van het christendom zijn beland? Hoe vreemd het ook klinkt, in grote lijnen kan de legende die wil dat de Heilige Graal uiteindelijk hier terechtkwam, best juist zijn. In de eerste eeuw na Chr. zou Jozef van Arimathea, in gezelschap van Maria Magdalena of Maria van Bethanië, hier zijn beland. Hij had de beker in zijn bezit die toen de Graal werd genoemd en het bloed van de gekruisigde Christus bevatte.<br />
Zuid-Gallië werd destijds door de Romeinse keizer gebruikt als een handig verbanningsoord voor ongewenste beroemdheden of afvallige bondgenoten. Zowel Herodes Antipas als Pontius Pilatus werden naar dit gebied verbannen. Historisch gezien is het niet uit te sluiten dat Maria Magdalena en Jozef van Arimathea, twee toegewijde volgelingen van Jezus, naar Gallië waren gegaan in een zelf opgelegde diaspora.<br />
Is Maria Magdalena niet de in gnostische geheimen doorknede, seksuele partner van Jezus en de moeder van een talrijk naar Europa overgewaaid geslacht? Deze erotische inkleuring van Magdalena en Jezus is niet on-Schriftuurlijk. Wat is de juiste verklaring van de voetwassing door Magdalena? Dit is een uiting van nederige tederheid, liefdevolle onderdanigheid. Wist u dat het woord “voet” in de Bijbel soms wordt gebruikt in de betekenis van penis? De Bijbelse voetwassing is een versluierde verwijzing naar geslachtsgemeenschap.<br />
In de eerste eeuw na Chr. onderhielden kooplieden drukke vaarroutes over de gehele Middellandse Zee. Zo hadden mensen die niet over land wilden reizen een eenvoudig transportmiddel ter beschikking. Veel joodse families vestigden zich destijds in de streek rond Rennes-le-Château. Maria Magdalena zou toen zij hier aankwam een kind van Jezus hebben verwacht. Haar nageslacht zou zich in de 5de eeuw hebben vermengd met een koninklijk huis van de Franken, waaruit de Merovingers zijn voortgekomen. Tot het Merovingische geslacht behoorde ook Godfried van Bouillon die in 1099 Jeruzalem zou veroveren. Zo kreeg het koninklijk geslacht van Jezus tijdelijk zijn rechtmatig erfdeel terug.</p>
<p>De Graal blijft echter even ongrijpbaar als de bron van zijn legende. De romantische middeleeuwse legende over de Graal en koning Arthur is één van de vele versies. Toch wordt de Graal ook gelinkt aan een bestaande ridderorde: de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, beter bekend als de Tempelridders.<br />
Het hoofdkwartier van de Tempeliers bevond zich nabij de verwoeste Tempel van Salomo. Deze locatie was de Orde, vlak na haar oprichting in 1120, toegewezen door Boudewijn II, koning van Jeruzalem. Een aantal aanwijzingen duidt erop dat de oorspronkelijke groep van negen ridders al enige tijd daarvoor een “verbond” had gesloten en pas later de titel van Orde aannam en haar bestaan onthulde. Rond 1130, met de steun van St.-Bernard van Clairvaux en geld dat vanuit de hele christelijke wereld binnenstroomde, begon de ster van de Orde zeer snel te rijzen. De Tempelridders groeiden uit tot een belangrijke politieke en financiële macht. Hun macht werd zo groot, dat zelfs koningen voor hen moesten buigen. Dit werd echter een beslissende factor in hun plotselinge en onstuitbare ondergang die uitmondde in de ontbinding van de Orde, waarbij haar bezittingen werden verdeeld.<br />
Naar verluidt deden de Tempeliers opgravingen in de Tempelberg. Onder deze heilige plaats ontdekten zij een schat die zij meenamen naar Frankrijk en verborgen in de streek rond Rennes-le-Château. Deze schat zou de enige ware Graal zijn.</p>
<p>De nieuwe abbé François Bérenger Saunière liet in 1887 renovatiewerken uitvoeren aan zijn kerk in Rennes-le-Château. Twee arbeiders vonden in een steunpilaar van het hoofdaltaar, met Visigotische tekening, twee houten kokers die oude perkamenten bevatten. In 1891 ontdekte Bérenger Saunière voor het altaar onder een oude dalsteen een graf. Nieuw onderzoek kwam op gang.</p>
<p>Zeker tot aan het begin van de twintigste eeuw zou een kleine kern van ingewijden hebben bestaan, die vertrouwd was met de oude kennis van de Rozenkruisers. Deze kennis was ontstaan uit de lectuur van de gnostische evangeliën die waren doorgegeven via de Tempelridders. Indien Saunière de perkamenten kon ontcijferen, zal hem dit slechts zijn gelukt met de hulp van de Rozenkruisers. Hij kwam met hen in contact toen hij in 1892 naar Parijs kwam. De pastoor heeft daarop later dikwijls gezinspeeld. Heeft er in het gebied van Rennes-le-Château onder de katholieke priesters een kern van Rozenkruisers bestaan? Of heeft Saunière zich geschikt naar de religieuze overtuigingen van weldoeners, die hem uit verlangen naar het geheim in weelde lieten baden?<br />
Welk geheim?<br />
We kunnen ons geen geschiktere plaats voorstellen dan Rennes-le-Château als toevluchtsoord voor een verbannen Jezus of voor hen die zijn stoffelijke resten onder hun hoede hadden genomen. Al in de middeleeuwen lag het ver verwijderd van de machtscentra Parijs en Rome; tot op de dag van vandaag is Rennes geestelijk onafhankelijk. De geest van het Kathaarse verzet is er nooit gestorven.<br />
Ik ben er van overtuigd dat Saunière inderdaad de locatie heeft gevonden en de ware aard van de daar verborgen “schat” heeft begrepen. Zijn reis naar Parijs in 1892 kan worden gezien als het keerpunt in zijn bestaan als arme priester; daarna verandert hij in een bon vivant.<br />
Saunière had de perkamenten al vijf jaar in zijn bezit, vooraleer hij ze naar verluidt naar Parijs bracht.</p>
<p>De financiële bijdragen die Saunière van zijn Parijse weldoeners ontving, waren enorm. Bovendien worden er voortdurend toespelingen gemaakt op de geestelijke en gnostische aard van de “schat”. Ik ben ervan overtuigd dat het geheim de ultieme ketterij belichaamt. Het daagt de macht en het gezag uit van de grootste en succesvolste religieuze organisatie uit de &#8220;beschaafde” geschiedenis, met name de Rooms-katholieke Kerk.</p>
<p>De Kerk van Rome heeft de boodschap van de Messias verdraaid, Petrus en Paulus hebben een Kerk gesticht op basis van de vermeende verdwijning van een lichaam. De Roomse Kerk heeft de gelovige moreel in gijzeling gehouden.</p>
<p>Toen we in Rennes-le-Château aankwamen, waren we ontroerd door de pracht en de grootsheid van het landschap. De berghellingen die de achtergrond voor dit oude bergdorp vormen, zijn wild en onherbergzaam, en strekken zich uit tot aan de besneeuwde toppen van de Pyreneeën in de verte.</p>
<p>Ondersteund door zijn isolement is het gebied een voedingsbodem (geweest) voor ketterij en een voortdurende bron van problemen voor de regering in Parijs.</p>
<p>Geboren op 11 april 1852 in het buurdorp Montazels, dat uitkijkt over de vallei van de Aude, werd François Bérenger Saunière in 1885, drieëndertig jaar oud, pastoor in de parochie van Rennes-le-Château. Hij was arm, vulde zijn dieet aan met vis en wild dat hij op zijn lange tochten door de omgeving, ving. Zijn persoonlijke dagboeken, die nog steeds bestaan, getuigen van een sobere leefwijze en een uiterst minimaal voedingsrantsoen. De parochiekerk van St. Maria Magdalena (waar het beroemde huwelijk tussen Dagobert II en Gizelle de Razès had plaatsgevonden) was weliswaar in de 15de eeuw gerestaureerd, maar tegen het einde van de 19de eeuw door gebrek aan onderhoud in zeer slechte staat geraakt.<br />
Daar kwam verandering in, toen de nieuwe pastoor met de beperkte middelen die tot zijn beschikking stonden, de restauratie van het altaar ter hand nam. Toen de altaarsteen van zijn oude draagsteunen werd verwijderd, ontdekte hij een aantal, dat bewaard waren in houten kokers. En er waren getuigen bij: Saunière werd bij de restauratie bijgestaan door zes personen, van wie er in 1958 nog twee in leven waren en de ontdekking bevestigden.<br />
Vanaf dat moment zou het leven van Saunière veranderen. Zijn ontdekking van de oude documenten zette een proces in gang waarvan de consequenties ver boven het spirituele welzijn van zijn nieuwe kudde zouden uitstijgen. Grote rijkdom en een luxe bestaan vielen de nieuwe pastoor ten deel, waarvan de materiële voordelen werden gedeeld met metgezellen en consorten.</p>
<p>Tijdens zijn leven had Saunière een diepgaande invloed op het rustige dorp Rennes-le-Château. Het feit dat hij op raadselachtige wijze aan een fabelachtige rijkdom was gekomen, versterkte de verhalen over schatten. Voor de bevolking van de streek leek het antwoord simpel en hoefde geen ontcijfering. De nieuwe pastoor was op een bron van materiële rijkdom gestoten, verborgen door hun voorouders. Gedurende zijn leven handhaafde Saunière echter het stilzwijgen over de bron van zijn fondsen en weigerde halsstarrig zijn “geheim” te onthullen. Zijn huishoudster Marie Denarnaud (1868-1953) sprak alleen in algemene termen over het voortbestaan van grenzeloze rijkdom in de streek.</p>
<p>We waren naar Rennes-le-Château gekomen om met eigen ogen de plekken te aanschouwen die tot zoveel speculaties hadden geleid en om vast te stellen of bepaalde befaamde details op waarheid berustten.<br />
Had de “schat van Rennes” niet alleen een geldelijke waarde (de legendarische schat van de Tempel van Jeruzalem, de munten of oude juwelen), maar stond hij ook in verband met het leven van Christus, met name zijn stoffelijke resten? Zou de schat niet bestaan uit heilige teksten, gnostisch van oorsprong, die een radicaal andere versie over het leven en de dood van Jezus bevatten dan de evangeliën? Als de schat uit teksten bestond, zou het niet veel eenvoudiger geweest zijn om kopieën te maken en de originelen te verbergen? Waarom dan toch gekozen om deze te begraven onder tonnen rots?<br />
De bekendmaking van een geheim dat het fundament van de katholieke leer totaal zou omverwerpen, zou zelfs de meest doorgewinterde gelovige op de proef stellen. Is het deze geheimhouding die de geldstroom naar Rennes-le-Château op gang heeft gebracht? De locatie waarvan sprake is de buitengewone rotsformatie op de flank van de Mont Cardou. Zij is voor de ingewijde eenvoudig te herkennen. De linker rots rijst immers onder een hoek van 75° meer dan honderd meter hoog op uit de flank van de berg. Het is het geheime schrijn van het gnosticisme.<br />
Wat is de betekenis van de naam van de berg Cardou? Rennes-le-Château ligt in de Languedoc, de streek die haar naam ontleent aan de langue d&#8217;oc het plaatselijke woord voor &#8220;ja&#8221;; de gebieden in het noorden stonden bekend als de langue d&#8217;oïl. De Franse streektaal kent vele variaties in uitspraak en manier van uitdrukken. Deze zijn echter nergens zo geprononceerd als in de taal van de Languedoc; de langue d&#8217;oc kent bovendien sterke Catalaanse invloeden. Er bestaat een tendens het lidwoord en het voorzetsel te laten vervallen, zodat de zinsnede verandert in &#8220;Corps Dieu&#8221;. Daarnaast worden klanken heel anders uitgesproken. De woorden krijgen een zachtere klank met een rollende nadruk op de laatste lettergreep. Een inwoner van de Languedoc spreekt de o uit als een zachte, ronde a en de lettergreep &#8220;eu&#8221; wordt een langere &#8220;oe&#8221; (of &#8220;ou&#8221; in het Frans).<br />
Bevat het geheim, verborgen in de helling van de Mont Cardou, de sleutel tot de aard van de &#8220;schat&#8221; zelf? Het belichaamt het verschil tussen de voorchristelijke, Messiaanse wereld en de Rooms-katholieke Kerk. Ontving pastoor François Bérenger Saunière een rijkdom aan zwijggeld en was de “schat” “le Corps de Dieu” of in het langue d’oc “Cardou”?</p>
<p>Tijdens ons verblijf in Rennes-le-Château hebben wij ook kennis gemaakt met de levende en de dode Katharen. Het is geen toeval &#8211; trouwens toeval bestaat niet: het is een te gemakkelijke wijze om niet te moeten toegeven dat wij de oorzaak van een voorval, een gebeurtenis, een feit niet kennen &#8211; dat daar, in het zuidwesten van Frankrijk, de Katharen leefden (13de eeuw) en zich heftig verweerden tegen de paniekerige Kerk van Rome die alweer haar toevlucht nam tot de inquisitie, uit doodsangst dat die andere (enige) Waarheid zou worden onthuld en dat zij haar bedrogen aanhang zou verliezen.</p>
<p>In het embryonale stadium van de Kerk had Paulus nog ruimte gelaten voor een ketterij die hij beschouwde als een handig instrument om de gelovige van de ongelovige te onderscheiden. In de twaalfde eeuw was dit liberalisme echter vergeten of domweg genegeerd. Rome werd intolerant, waaruit maar één ding kon voortvloeien: de sociale vooruitgang kwam abrupt tot stilstand en het recht van een individu op zelfverwezenlijking zou worden onderdrukt. De twaalfde eeuw luidde een tijdperk in waarin christenen elkaar op grote schaal bevochten.<br />
Wat liep er fout? Waarom stortte de Kerk zich zo enthousiast op de onderdrukking van medechristenen? Het antwoord ligt gedeeltelijk in de oorsprong van de christelijke Kerk en het inherente probleem Jezus&#8217; woorden om te zetten in daden. Het lijdt geen twijfel dat Jezus een revolutionair was. Hij had een boodschap van gelijke behandeling verkondigd die niet paste in een hiërarchische samenleving; juist omdat de hiërarchie erdoor werd ondermijnd. Het christendom kon bogen op succes, maar weerspiegelde het de ware boodschap van Jezus? Voor velen, van de judochristelijke Nazareeërs tot de Katharen van de Languedoc, was de ware boodschap gestorven bij de verkiezing van de eerste Roomse paus. De ware tragedie van het leven van Jezus lag in de manier waarop zijn woorden waren verdraaid.</p>
<p>De Tempeliers gebruikten op het hoogste niveau van hun organisatie een geheimschrift: het Atbash-schrift. Dit schrift toont aan dat de leiders van de Tempelorde beïnvloed werden door het christelijke gnosticisme dat destijds nog in het Nabije Oosten standhield.<br />
Ook het Kathaarse geloof was diepgeworteld in de gnostische overtuiging van de 3de-eeuwse sekte van de Manicheeërs. Zij noemden het hoofdpersonage van de evangeliën “Jezus de Lichtstraler”. Voor de Manicheeërs en later ook voor de Katharen was Jezus niet de Zoon van God, maar een engel op aardse zending. Voor de Katharen zou Jezus zijn lichtlichaam (of “etherlichaam”) hebben afgelegd en in een schijnlichaam (als het ware incognito) op aarde zijn verlossingsleer hebben gepredikt.<br />
In de tweede helft van de elfde eeuw had dit geloof zich stevig genesteld in de bergachtige streek van de Languedoc. De meeste Katharen woonden in Albi, vandaar hun andere naam: de Albigenzen.<br />
In het begin van de dertiende eeuw zou de Kathaarse “ketterij” tijdens de Albigenzische kruistocht krachtdadig onderdrukt worden. Rome had de beschikking gekregen over geestelijke stoottroepen met de oprichting van de Orde der Dominicanen als de nieuwe “militie van Christus”. De Kerk was nog steeds fel gebrand op ketterijen en ieder zweempje gnosticisme diende te worden uitgeroeid. Vanuit de brokstukken van de Byzantijnse Kerk was het zaad van het gnosticisme overgewaaid naar het Westen en had via Italië Zuid-Frankrijk bereikt. Het Kathaarse geloof heeft als fundament de scheiding tussen Goed en Kwaad: God die goed is heerst over een spirituele wereld; die staat tegenover de materiële wereld die door Satan wordt geregeerd. De mens is dus een geest die door een list van de duivel in de materie is opgesloten.<br />
Raymond, graaf van Toulouse, beklaagde zich er in 1176 over dat zijn stad werd overspoeld door “ketterse” Katharen. Dit was de aanzet tot een bundeling van krachten om aan deze situatie een einde te maken. De actie werd gesteund door Rome en voorzien van een verreikend mandaat. Het was een regelrechte oorlogsverklaring aan medechristenen en kreeg naar het grote aantal Katharen dat in en om de stad Albi leefde de naam van de Albigenzische kruistocht.<br />
Tussen 1208 en 1256 teisterden de “kruisvaarders” van de paus in een bloeddorstige poging de Kathaarse ketterij voorgoed uit te roeien de “besmette” gebieden van Zuid-Frankrijk. De Kerk zag al snel in dat het probleem nu eens en voor altijd opgelost diende te worden. Voor dit doel werd onder het evangelische leiderschap van Sint-Dominicus de eerste katholieke inquisitie in het leven geroepen. De inquisiteurs gingen ter plekke aan de slag. Ze zetten hun tribunalen op in de bergdorpen van de Languedoc en roeiden alle overgebleven aanhangers uit.</p>
<p>Wie kan vandaag legitiem de erfenis van de Tempeliers opeisen? Officieel werden de bezittingen van de Tempeliers toegewezen aan de Hospitaalridders van Sint-Jan van Jeruzalem, de rivalen van de Orde, vandaag bekend onder de naam “Ridders van Malta”. Ook de charismatische beweging zou hier al haar prullaria vandaan hebben gehaald, een beweging die zich heel snel verspreid onder de “belaagde vorsten van Europa”, de aristocratie, en onder de “andersdenkende maar gehoorzame” geestelijkheid die door Rome worden gedoogd als troefkaarten in imagebuilding: bewegen maar niet veranderen, luisteren maar niet horen, zingen maar niet protesteren.<br />
Grootmeester Prins Angelo de Mojana di Colognia liet op 26 augustus 1976 weten dat Mgr. François Ducaud-Bourget, al 21 jaar kapelaan van Malta in Frankrijk, uit zijn functie werd ontheven omdat hij zijn steun had betuigd aan de dissident Mgr. Lefebvre. Zijn dit de erfgenamen van de Tempeliers? Neen. Philips de Schone (1285-1314) had nog vergeefs geprobeerd deze twee rivaliserende milities te verzoenen.</p>
<p>De enige officiële “continua” van de Tempelorde zijn enerzijds de Spaanse Orde van Montesa, opgericht in 1316, en anderzijds de Orde van de Christelijke Militie, opgericht in 1318 in Portugal. Het Tempelierskruis prijkt twee eeuwen later nog altijd op de banieren van Vasco da Gama (1469-1524) en Magalhâes (1480-1521). Vandaag leeft de Orde van de Tempeliers nog voort in drie filiaties: een eerste zou vanuit Spanje en Portugal, via Marokko, in Frankrijk zijn beland. De tweede zou naar de Teutoonse Ridders en de Duitse Rozenkruisers leiden. De derde zou de Ethiopische of de megalithische filiatie zijn.<br />
Meunier de Précourt deelt over deze laatste filiatie op 22 april 1762 aan Jean-Baptiste Willermoz mee: “ Het is wenselijk dat u weet dat de Rozenkruisers die in 1614 in het Noorden opdoken Tempeliers waren die ook nu nog (18de eeuw) actief zijn in Duitsland en daar hun geheimen hebben doorgegeven aan enkele intimi van de Teutoonse Ridders.&#8221;<br />
Dante Alighieri, de graaf van Beaujeu, Pierre d’Aumont, Larmenius en Meester Jacques zouden geheime Grootmeesters van de Orde van de Tempel zijn geweest.<br />
Dante is niet alleen de auteur van de Divina Comedia (een initiatiek boek bij uitstek), maar ook de leider van de occulte “Fideli d’Amore” (die ook politiek actief was). Hij zou door Jacques de Molay (1245-1314) zelf tot Tempelier zijn verheven. De Molay zou ook zijn neef, de graaf de Beaujeu, ingewijd hebben in de geheimen van de Tempel.</p>
<p>Naast de geheimen die de Tempeliers in Jeruzalem in de schoot vielen (1120), werden zij ook ingewijd in de 112 profetieën van Saint-Malachie of Armagh (1094-1148). Deze laatste werd als O’Morgair geboren in 1094 in Armagh (Ierland). De verwoesting van de Keltische kloosters door de Vikings had de Ierse Kerk beroofd van haar spirituele en culturele wortels. De jonge O’Morgair behoorde eerst tot de vates die geen echte priesters waren, maar toch werden erkend door Saint-Patrick. De vates waren gereputeerde zieners. Vates heeft dezelfde oorsprong als Vaat. De ovaten waren in de hiërarchie van de druïdenkaste belast met de voorspelling.<br />
In 1119 werd hij priester gewijd; in 1125 werd hij bisschop van Connor en in 1135 aartsbisschop van Armagh. In 1138 bracht hij zijn zetel over naar een cisterciënzerklooster in York. In 1139 reisde hij af naar Rome, maar maakte een omweg naar Clairvaux waar hij werd ontvangen door Sint-Bernard. Beiden waren ingewijd in de hoogste druïdengraad wardoor zij kennis hadden van de geheimen van de vates.<br />
Na zijn bezoek aan paus Innocentius II trok Malachie of Armagh opnieuw naar Clairvaux vooraleer in te schepen naar Ierland. Toen hij zijn einde voelde naderen, keerde hij terug naar Clairvaux om daar in te slapen in de armen van zijn broeder Sint-Bernard op 2 november 1148.<br />
Malachie is de auteur van de 112 profetieën over de pausen, vanaf Celestijn II (1143-1144) tot Johannes-Paulus II.<br />
Schonk Sint-Bernard aan de Tempelorde niet alleen een Regel, maar gaf hij haar ook een aantal geheimen door, waaronder deze 112 profetieën? Het ziet er naar uit. Hadden de Tempelridders daardoor inzicht in het lot van de pausen en in de bestemming van de Kerk van Petrus? Toen Jacques de Molay, Grootmeester van de Tempelorde, op de brandstapel stond, voorspelde hij de dood van Filips de Schone en paus Clemens V in dat zelfde jaar. Clemens V stierf aan een ongeneeslijke ziekte, verkrampt door verschrikkelijke pijn (profetie 31 van Malachie of Armagh).</p>
<p>Na het drama (de terechtstelling van de gevangen Tempeliers) kon de Provinciale Grootmeester van Auvergne, Pierre d’Aumont, met twee commandeurs en vijf ridders, de vlucht nemen. Ze vermomden zich als metselaars en trokken naar Corsica waar zij de Grootcommandeur, Georges de Harris, en talrijke andere broeders terugvonden. Zij besloten de Orde verder te zetten. Op Sint-Jan in 1313 hielden zij een kapittel waar d’Aumont (eerste van het alfabet) tot Grootmeester van de Tempel werd gekozen. Het kapittel verhuisde zijn zetel naar Aberdeen in Schotland. Van daaruit zwermde de Orde, onder de mom en de bescherming van de Orde van Vrijmetselaars, uit in Italië, Duitsland, Spanje en elders.</p>
<p>Aan het einde van de 19de eeuw publiceerde de Orde van de Rozenkruisers, de Orde van de Tempel en de Orde van de Graal een gemeenschappelijk communiqué (1890). In 1900 werd in Duitsland de Orde van de Nieuwe Tempel opgericht door Adolf Jozef Lanz. Deze nieuwe Orde zou later Hitler en de eerste nazi’s sterk hebben beïnvloed in hun streven naar de wereldhegemonie.<br />
In 1945 dook in Parijs een Soevereine en Militaire Orde van de Tempel van Jeruzalem op. Don Jaime de Mora y Aragon, broer van de Belgische koningin Fabiola, werd er plechtig ontvangen door generaal Sdrojewski, de eerste Grootmeester.</p>
<p>Vandaag de dag beweren heel wat genootschappen dat zij de erfgenamen zijn van de Orde van de Tempeliers. Ik noem de belangrijkste op (in invloed en ledental):<br />
- De Orde van het Tempelkruis (met afdelingen in geheel West-Europa).<br />
- De Orde van het Grootoosten (met zetel in New York, maar ook vertegenwoordigd in West-Europa).<br />
- De Internatonale Unie van Christelijke Ridders (met zetel in Parijs).<br />
- De Liga van de Moderne Tempeliers (eveneens met zetel in Parijs).<br />
- De Soevereine en Militaire Orde der Franken (met zetel in Montpellier).<br />
- De Tempeliersorde van Cyprus (met zetel in Romainville). Deze Orde nodigt op haar activiteiten ook de pers uit. Zij verricht vooral filantropisch werk voor slechtziende kinderen.<br />
- De Gerenoveerde Orde van de Tempel (met zetel in Vaison-la-Romaine).<br />
- De Ridderlijke Compagnie van de Christelijke Orde (met zetel in Espelette).<br />
- De Orde van de Ridders van de Heilige Tempel (met een zetel te Brive waar haar drukkerij is gevestigd).<br />
- De Orde van de Roos (met zetel in Nice). De Orde van de Roos werkt ongeveer zoals de Rozenkruisers en enkele Vrijmetselaarsloges. Zij houdt trouwens goede contacten met het Grootoosten, de Grootloge, de obediëntie-Bineau, met Memphis-Misraïm. Veel van haar leden zijn ook lid van de Lions en de Rotary.<br />
- De Soevereine Orde van de Zonnetempel (met zetel in Monte-Carlo, opgericht in 1963). Het kasteel van Arigny te Beaujeu, in het Rhône-departement, is de wieg van de Orde van de Tempel; daar vergadert het geheime Kapittel, daar verblijft Agartha. 666 jaar na de arrestatie van de Tempeliers (1207-1973) werd in het kasteel van Arigny een plechtige rouwzitting gehouden.</p>
<p>Dat de Vrijmetselarij “verre familie” zou zijn van de Orde van de Tempel, wordt algemeen aangenomen. De Loge wordt enerzijds door de Kerk geassocieerd met de duivel (eind jaren vijftig werd op de katholieke school nog verteld dat je een vrijmetselaar kon herkennen aan de bokkenpoten die uit zijn broekspijpen staken), en anderzijds was zij voor de profaan een excentrieke gezelligheidsclub.<br />
In recente literatuur voor het publiek, vaak geschreven door logebroeders zelf, wordt het het geheim van de Vrijmetselarij afgeschilderd als een onmededeelbare persoonlijke ervaring tijdens de rituele inwijdingen. Over de dingen die hij niet ziet, kan hij niet oordelen. Ook hier geldt dat velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren: in de hogere graden kan een broeder echter “vervolmakende” kennis opdoen.</p>
<p>Zoals Vincent Van den Vijver in “Portulaan” (Het geheim voorbij alle geheimen: Martinès de Pasqually en de Orde der Uitverkorenen Coëns, jg. 16, nr. 61, 1ste kwartaal 2000) schrijft: “De Vrijmetselarij kent een “reguliere” of gelovige strekking en een ”irreguliere” of rationalistische (vrijzinnige) strekking. De obediënties van de eerste groep houden zich strikt aan de originele Brits-theïstische richtlijnen, vastgelegd in de “2de Constituties van Anderson” (1738). Sinds 1877 weert de tweede groep “uit haar midden namen als God, Jezus, en ook de Bijbel of andere boeken uit de religieuze sfeer”. Deze opdeling is simplistisch (niet alle obediënties zullen zich gelukkig prijzen met deze tweedeling), maar zij is tenminste duidelijk voor de leek.<br />
De toekenning van de drie symbolische (blauwe) graden (Leerling, Gezel en Meester) verloopt natuurlijk in besloten kring,” maar … dat is al lang geen wereldschokkend nieuws meer.<br />
“Het is de bedoeling dat de maçon zich als mens gradueel vervolmaakt. Hij wordt geacht aan zichzelf te schaven als de steenkapper die vorm geeft aan een ruwe steen. Ook in de Vrijmetselarij is slechts de top van de piramide op de hoogte van het maçonniek geheim.” De auteur bedoelt hiermee “een heus metafysisch geheim”.<br />
Hij vervolgt: “De topgraden van de hedendaagse Gerectificeerde Schotse Ritus zijn overgeërfd van een uitgesproken raadselachtige en marginale tak aan de 18de-eeuwse Franse Vrijmetselaarsboom: de Chevaliers Maçons Elus Coëns de l’Univers (Vrijmetselaarsridders Uitverkoren Coëns van het Heelal).”</p>
<p>In dit onthullend essay verklaart Vincent Van den Vijvere de eigengereide weg die Jacques Delivon de la Tour de la “Case Martinès de Pasqually” (stichter van de hierboven genoemde Orde) bewandelt.<br />
Ik citeer: “In 1754 werd Pasqually in Montpellier ingewijd in de maçonnieke meestergraad. Hij had echter afwijkende ideeën over de vrijmetselaarsinwijding en stichtte in 1760 een eigen Kapittel, de “Temple des Elus Cohen”… Pasqually bouwde een heel nieuwe orde op: de “Ordre des vrais chevaliers Maçons Elus Coëns de l&#8217;Univers”. In Parijs richtte hij een maçonniek Soeverein Tribunaal op en eigende zich de titel van “Grand Souverain” toe.<br />
De twee belangrijkste personages die Pasqually in zijn systeem heeft ingewijd, zijn advocaat en legerofficier Louis-Claude de Saint-Martin (later bekend als “le Philosophe Inconnu”) en de zijdehandelaar Jean-Baptiste Willermoz, grondlegger van de Gerectificeerde Schotse Ritus. Beiden behaalden de zelden verleende en zeer geheime graad van “Réau-Croix”.”<br />
Om goed te begrijpen waar het in de Orde des Elus Coëns (of Cohen) om gaat, moet je iets over Pasqually&#8217;s gnostische wereldbeschouwing, beschreven in zijn belangrijkste werk: Traité de la Réintégration des Etres dans leurs premières propriétés, vertues et puissances spirituelles et divines.<br />
Kort samengevat: in wezen gaat het om een geheime versie van de Bijbelse boeken Genesis en Exodus. Een eerste Goddelijke Emanatie komt in opstand en wordt verbannen naar een speciaal hiervoor geschapen materiële sfeer (de Val der Engelen). Een Tweede Emanatie, de glorieuze Adam, krijgt de taak de ontaarde Eerste in zijn stoffelijke kerker te bewaken. Maar ook de Réau (of God-Mens) Adam bezondigt zich aan hoogmoed; hij plagieert zijn Schepper en probeert zonder Zijn hulp een kopie van zichzelf te maken. Het resultaat is echter een fysiek lichaam zonder meer. Ook Adam wordt met zijn schepsel (Eva) naar de aardse sfeer verbannen, waar ze zich samen in schuld en kwetsbaarheid zullen voortplanten. Toch slagen afstammelingen van Adams rechtvaardige zoon Seth (de Mineurs Spirituels) er in de communicatie te herstellen door het bedrijven van de Ware Goddelijke Cultus: een specifieke “spirituele operatie” met de hulp van Geestelijke Wezens (Mineurs Elus) die zich kunnen incarneren in een menselijk lichaam. De Sethmens vermengt zich in de loop der eeuwen echter met de verworpen Caïnmens en vergeet ten slotte het bestaan en de verlossingsleer van de Mineurs Elus. Jezus van Nazareth, een geïncarneerde Mineur Elu, gaf de theurgische richtlijnen voor de Ware Cultus door aan zijn apostelen die de “esoterische boodschap van het christendom” doorgaven aan uitverkorenen, zoals enkele (ingewijde) Tempeliers.</p>
<p>Wie houdt de touwtjes stevig in handen van deze geheime genootschappen in de Westerse en de Oosterse wereld? Deze genootschappen, met een exclusief lidmaatschap en een geheim occult ritueel dat het sterkst tot uitdrukking komt in de initiatierite of de inwijding, zijn bekend. Soms kennen wij ook de leden onder aan de piramide, maar de top, zij die de touwtjes in handen hebben, blijven (ook nu nog) onzichtbaar op de achtergrond. Politiek zijn zij ongrijpbaar en voor elke regering gevaarlijk. Zij zetelen in de “Grande Loge spirituelle”, met name Agartha.<br />
Zijn zij te vinden in de hoogste graden van initiatieke genootschappen? Daar ben ik niet van overtuigd. Hierover bestaat geen uitsluitsel. De escalatie van hoge graden die begon aan het einde van de 18de eeuw en opgeld bleef maken tot ver in de 20ste eeuw, heeft geleid tot fractionistisch gezeur en sekte-achtige groupuscule-vorming.<br />
Deze hoge graden-vrijmetselarijen kenden zeer uiteenlopende en vaak schilderachtige thema&#8217;s en scenario&#8217;s. Talrijke “hoge” graden kwamen neer op ware Bijbelse feuilletonromans of toneelstukken waarin een soms complete vrije-fantaserende-interpretatie van de Heilige Schrift hoogtij vierde en een buitenkerkelijke theologie werd geformuleerd. Ze zijn het product van een incongruentie tussen de officiële godsdienstigheid van een conventioneel christendom/katholicisme en een diepgaandere individuele beleving van de religie.<br />
Daarnaast zijn er onder meer nog (conservatief-feodale) Riddergraden, waarin men soms de kruistochten nog eens wil overdoen. Pseudo-ridderschappen waar de sociale mimesis voor de aristocratische topklasse bijzonder merkbaar is.<br />
Bijzonder aantrekkelijk zijn ook de (pseudo)-Schotse graden. Sommige daarvan hebben een indirect politieke achtergrond en betonen veel bewondering voor het katholieke koningshuis van de Stuarts. Deze aanvankelijk Schotse koningendynastie (1371) regeerde vanaf 1603 ook over Engeland, maar diende in 1688 naar het continent te vluchten. Uit sommige graden spreekt een vaag Stuart-loyalisme.<br />
Sommige “hoge” graden fungeerden een tijdje als “topsuccesgraden” om daarna gedepasseerd te worden door nieuwe creaties. De graad die zich in onze gewesten het langst aan de top handhaaft, is de maçonnieke “Rozenkruisgraad”. Hij wordt verleend onder de vrij pompeuze en chevalereske benaming van &#8220;Ridder van de Arend en de Pelikaan, Souverein Prins van het Rozenkruis en Volmaakt Meester&#8221;.<br />
Enkele figuren drukten in de 18de eeuw hun stempel op het logeleven bij ons: maçonnieke activisten, propagandisten, publicisten van de nieuwe maçonnieke sociabiliteit. Vier van hen (voor de buitenwereld bekend als “lichthartige avonturiers”) hebben bij ons een belangrijke rol gespeeld.<br />
Te Brussel, Luik en Antwerpen was tussen 1750 en 1752 de Franse verlichte journalist Jean Rousset de Missy (1686-1762) maçonniek bedrijvig. Zijn lijst van (o.m. maçonnieke) publicaties is ronduit indrukwekkend. Deze polygraaf was ongetwijfeld één van de markantste intellectuelen uit de Belgische (maar ook Nederlandse) Vrijmetselarij. Tijdens zijn verblijf in onze gewesten werkte hij onder meer als politiek informateur voor de (voltairiaanse) Graaf von Cobenzl, gevolmachtigd minister te Brussel.<br />
Tussen 1749 en 1757 verbleef in de streek van Bergen en Doornik de bijzonder schrandere en belezen Louchier, Heer van Jéricho (1714-1759). Hij was afkomstig uit een magistratengeslacht. Hij werd lid van het stadsbestuur van Bergen en later van de Staten van Henegouwen. In 1749 richtte hij onder de Franse bezetting in Bergen een loge op.<br />
Te Brussel was tussen 1758 en 1765 de vrij extravagante en geldverspillende Thomas Chambers Cecil (1728-1778) actief. Deze Tory-edelman, zoon van de graaf van Exeter, werd omwille van zijn financieel wangedrag door zijn familie in “vrijwillige ballingschap” naar het continent gestuurd. Uit die tijd dateert zijn eerste Brusselse “logeanimatie”.<br />
In dat zelfde Bergen verbleef omstreeks 1764 François-Bonaventure du Mont, (kersvers) “Markies” de Gages (1739-1787). In 1757 liet hij zich inschrijven aan de Leuvense universiteit, maar compleet in beslag genomen door zijn ambities tot promotie binnen de adellijke hiërarchie, gaf hij zijn studies op. Geboren uit een Bergense kleinadellijke familie maakte hij op korte tijd een adellijke “blitzcarrière”. Eerst sleepte hij de markiestitel in de wacht, wist door te dringen tot de Brusselse hofadel (werd kamerheer), en bracht het vervolgens tot vertegenwoordiger van de adel in de Staten van Henegouwen.</p>
<p>Markies de Gages ambieerde het grootmeesterschap over een selecte (dus sociaal geëpureerde) Vrijmetselarij in de Oostenrijkse Nederlanden.<br />
Hij debuteerde in zijn maçonnieke “carrière” als intimus van de Franse Grootmeester, Prins Bourbon-Condé, graaf van Clermont (1709-1771). Deze natuurlijke zoon van Lodewijk XIV trok zich terug in zijn Parijse private &#8220;Loge Royale&#8221; waar hij als geobsedeerd zondaar (één en al angst voor het Laatste Oordeel), een, bijna traditioneel katholieke, hoge gradenvrijmetselarij patroneerde met als topgraad die van het Rozenkruis. Hij benoemde de Gages tot “Provinciaal Grootmeester” van deze vrij exclusieve ritus in de Oostenrijkse Nederlanden.</p>
<p>Omstreeks 1766 introduceerde de Gages de Stuart-ritus in de Bergense loge &#8220;La Vraie et Parfaite Harmonie&#8221;.<br />
Vier schilderachtige personages. Vier “duistere machten”? Vier regenten? Gezanten van Agartha?</p>
<p>Hoe reageert Rome op de opleving van de Tempelorde(n)? “De Soevereine Orde van de Zonnetempel” diende in 1973 en 1974 een verzoek tot erkenning in. De aanvragen bleven onbeantwoord. De Kerk erkent slechts de Orde van Malta en de Ridderorde van het Heilig Graf. Rome probeert krampachtig de invloed van de Tempelorde en de Vrijmetselarij te fnuiken.</p>
<p>In de loop van de geschiedenis is de initiatieke structuur echter doorgedrongen tot talloze religieuze orden en beroepsverenigingen.<br />
Elke besloten groep houdt echter een gevaar in voor het grotere sociale verband waartoe zij behoort. Daarom stuit zij op vijandigheid of op het wantrouwen van niet-betrokken individuen. Elke groep moet immers noodgedwongen evolueren naar een steeds grotere coherentie; dit betekent ook dat zij toeneemt in sterkte en macht. Dit verklaart ook waarom machtbeluste individuen met steile ambities proberen om de Vrijmetselarij te infiltreren en haar geestelijke oriëntaties om te buigen naar particuliere doeleinden op politiek, religieus of individueel vlak. Dat was recent nog het geval in Italië met de zogezegde “loge” P.<br />
De term “Vrijmetselarij” groepeert kleine initiatiegenootschappen die aan het einde van het Ancien Régime actief waren. De vrijmetselaars verenigden zich in “loges” en bij die gelegenheid namen zij mét de naam ook de vaktaal van de oude genootschappen van steenhouwers en bouwgezellen over. Op die basis hebben zich nog diverse andere invloeden van esoterische en initiatiegenootschappen geënt. Ik heb ze al genoemd: de alchemisten, Rozenkruisers, hermetisten, enz. Op haar beurt heeft de Vrijmetselarij gediend als inspiratiebron voor andere initiatiegenootschappen, zoals de talrijke recente Tempelierorden.<br />
Eén ding staat echter vast: de speculatieve Vrijmetselarij is ontstaan in Groot-Brittannië; de eerste sporen dateren zelfs uit de 17de eeuw. Het heeft er de schijn van dat de speculatieve Vrijmetselarij teruggaat op de operatieve, maar een ander blijft hier onduidelijk. De Vrijmetselarij vond al snel haar weg naar het vasteland, een evolutie die versneld werd door de verbanning naar Frankrijk van de Stuarts. In alle geval is de Vrijmetselarij ontegensprekelijk aanwezig is in de eerste helft van de 18de eeuw.<br />
Over de oorsprong van de oudste loges is zeer weinig geweten. Een oude traditie wilde namelijk dat elke vrijmetselaar niets losliet over wat er in zijn werkplaats gebeurde. En vermits het ook al verboden was om iets op schrift te stellen, bleek dit verbod zeer succesvol: schriftelijk bronnen die verder teruggaan dan de tweede helft van de 18de eeuw zijn bijzonder schaars.</p>
<p>Ook vandaag nog vinden zuiveringen, invocaties en bezweringen plaats tijdens aloude, magische rituelen. Deze theurgische handelingen grijpen plaats in verschillende locaties. De bedoeling is een superieure Geest op te roepen die de operant zal “merken” met een mystiek teken. “De operant krijgt een gevoel van kippenvel over het gehele lichaam. Zachte geluiden volgen, lichten en vonken verschijnen. Een astraal licht, een materieloos ‘lichtlichaam’ emaneert zich.”<br />
Is dit autosuggestie? Bedrog? Vermoeidheidssymptomen? Of zijn dit intelligente (licht)signalen uit een transcendente realiteit? Is dit het fameuze “Astrale Licht” uit de westerse occulte literatuur? Zijn zij die wij als “Duistere machten” omschrijven, ingewijden in de graad van Réau-Croix, de God-Mens, de uitverkorene? Hij die het “Licht” heeft gezien? Wie weet het? Agartha.<br />
Aan u te oordelen. Wat er ook van zij, het kan niet worden ontkend dat de Rooms-katholieke Kerk het gevaar loopt gedemystificeerd te worden. Het wordt de hoogste tijd dat theologen en exegeten weerwerk bieden. Of zit de schrik voor een confrontatie er nog te diep in?</p>
<p>(Deel 3)<br />
6.<br />
Is de schat van Rennes-le-Chateau: waarheid? Fictie? Of beide?<br />
De mensen die ik in Rennes-le-Château heb gesproken, zeiden mij: “Il y a du sérieux dans tout ça.”<br />
Eerst was er het graf van Jezus op de berg Cardou (Corps de Dieu), dan dat van Maria Magdalena (of is het omgekeerd), nu denk ik dat ook het graf van Mohammed in de buurt te vinden is.<br />
De auteurs die ik daarover “persoonlijk” heb aangesproken (behalve één), slaan de stop echter steeds dieper, en bekommeren zich niet om de weeromstuit. Zij herhalen steeds dezelfde citaten, met af en toe een andere of aanvullende verklaring. Nooit kun je hun “historische waarheden” checken of toch onvoldoende. Steeds komt het uit op hetzelfde statement: de Kerk van Rome is bang voor de waarheid!<br />
Behalve één auteur: Claude Boumendil. Claude Boumendil is de auteur van het boek Marie-Madeleine. Ik had een gesprek met hem.</p>
<p>TD: Goedemorgen, mijnheer Boumendil, bedankt dat u op mijn uitnodiging voor een gesprek over uw boek bent ingegaan. Wilt u zich even voorstellen?<br />
B(oumendil) (denkt na): …<br />
TD: Laten wij het hebben over uw drijfveren om dit boek te schrijven.<br />
B: Graag. Ik ben gepassioneerd door het schrijven. Van jongs af aan. Wat Maria Magdalena betreft: ik stelde vast dat heel veel kapellen en kerkjes aan haar zijn gewijd. Maar van haar geschiedenis weten wij weinig, behalve een deel van de waarheid, of een mythe, een verhaaltje of een legende, niets concreet. De kerk in Rennes-le-Château is eveneens aan haar gewijd. Waarom? Daar hebben velen veel over geschreven!<br />
TD: En u wilde de puntjes op de i plaatsen?<br />
B: Juist. Ik heb geprobeerd zo objectief mogelijk te zijn en naar een evenwicht gezocht tussen legende, mysterie en (bij)geloof in verband met de komst van Maria Magdalena naar de Provence. Ook haar leven in Judea in het gezelschap van Jezus probeerde ik te reconstrueren. Ik kon natuurlijk niet omheen het klassieke verhaal dat teruggaat tot de 12de eeuw en dat zelfs door theologen wordt geciteerd.<br />
TD: Welke bronnen heeft u geraadpleegd, mijnheer?<br />
B: Vooreerst de evangeliën, vooral Sint-Jan die ons vertelt dat Jezus Magdalena een zondares was. En vervolgens alle apocriefe boeken, oude manuscripten, teksten uit de 7de, 8ste en 9de eeuw, bewaard in abdijen. Het is moeilijk om na 2000 jaar een geloofwaardig verhaal te schrijven of van een juiste interpretatie te durven spreken.<br />
TD: Volgens u is Maria Magdalena van belang geweest voor rol van de vrouw in de maatschappij? Hoezo?<br />
B: Via Maria Magdalena heeft Jezus de vrouw de plaats gegeven die haar toekomt. Spijtig dat de Kerk van Rome die boodschap niet heeft willen begrijpen. Ook in het toenmalige Jodendom had de vrouw een bescheiden rol en kwam zij altijd op de tweede plaats. Zij had als enige taak kinderen baren en opvoeden. Ook de apostelen waren verbaasd over de plaats die Maria Magdalena innam in het leven van Jezus.<br />
TD: Jezus heeft dus gewild dat er een revolutie plaatsvond in de geesten van de mensen voor wat de emancipatie van de vrouw betreft?<br />
B: Zonder twijfel. Jezus pleitte voor een gelijkwaardige relatie tussen man en vrouw. Hij onderkende zelfs erotisch-amoureuze gevoelens die hij ook bij zichzelf niet verdrong.<br />
TD: Dit is een gedurfd statement, mijnheer Boumendil.<br />
B: Zeker. Jezus is de eerste die zich keert tegen het dogma dat de vrouw als een minderwaardig wezen beschouwt. Hij keert zich tegen het dogma van het Sanhedrin dat het kastensysteem probeert in stand te houden. Hij wil de vrouw rehabiliteren en voor die rehabilitatie koos hij een zondares.<br />
TD: Het paradigma van de zondaar wordt geïncarneerd in de vrouw?<br />
B: Ja.<br />
TD: Een laatste vraag, mijnheer Boumendil. Is uw boek niet een opportuniteit na het succes van Dan Brown en zijn Da Vinci Code?<br />
B: U vergist zich. Ik heb alleen het parcours willen uittekenen. Ik wil u iets in vertrouwen meedelen. Ik heb het boek niet gelezen. Maar ik weet dat de auteur beweert dat Maria Magdalena de vrouw zou zijn van Jezus. Is dit zo super verbazend? Is het zo ongewoon dat een rabbi, zoals ook Jezus was, een vrouw had? Wat wel verbazing wekt, is het feit dat Maria Magdalena met haar lange lokken de voeten wast van Jezus. Dit is een publieke openbaring van seks! Het enige wat ik durf te stellen is dat Jezus en Maria Magdalena een ongewone relatie hadden.<br />
TD: Dank voor het gesprek, mijnheer Boumendil.<br />
Toen ik voor het eerst in de streek van Rennes-le-Château rondtoerde (in het gezelschap van mijn lief vrouwtje) was ik tien jaar jonger en actief als kabinetsattaché op Onderwijs. Ambitieus op het kabinet ben ik niet geweest: die periode was voor mij de ideale (en verhoopte) afsluiter van mijn onderwijscarrière.<br />
Ik kwam in Rennes terecht op suggestie van een van een collega op het kabinet.<br />
Die suggestie was voor mij voldoende om aan de lectuur te beginnen. Eerst het serieuze werk met Het Heilige Bloed en de Heilige Graal, een boek geschreven door Henry Lincoln, Michael Baigent en Richard Leigh over het mysterie van Rennes-le-Château. De schrijvers baseerden zich op documenten, speculatie, en analyses van schilderijen (van onder andere Nicolas Poussin) en topografische kenmerken in het landschap rond Rennes-le-Chateau en Montsegur.<br />
In 1997 vertrokken wij dan richting Languedoc, Cucugnan, Rennes-le-Château. Tussen 1998 en 2005 gaf ik een paar bouwstukken over dit fenomeen in enkele loges in Zuid-West-Vlaanderen en schreef talrijke artikels over het mysterie.<br />
Bérenger Saunière leek mij eerst een rechtvaardige man te zijn, die de armen liet mee profiteren van zijn rijkdom. Hij genoot echter zelf verschrikkelijk hard van zijn welstand en leefde als een seigneur. Zijn vrijgevigheid had meer te maken met Asmodeus, de duivel, dan met Jezus die aan zijn apostelen had gevraagd brood en wijn te verdelen.<br />
Hoe dan ook Bérenger Saunière en zijn rijkdom werden het onderwerp van vele boeken en artikels in kranten en tijdschriften. Ook recent nog gebruikt Dan Brown in de Da Vinci Code de man als een louche figuur of een eerlijk mens die wist wanneer hij moest zwijgen en wat hij voor die zwijgplicht opeiste.<br />
Maar wat schuilt er achter de “verrassende vondst” van de rijke pastoor en zijn jonge meid?<br />
De schat van de Katharen? Het geheim van de Tempeliers? Perkamenten die verwijzen naar Jezus en Maria Magdalena? Honderden schattenjagers groeven en spitten in de grond van Rennes-le-Château, vooral het kerkhof was de begeerde plaats. Doden werden opgegraven, grafstenen ontcijferd, beelden ontwijd, blasfemie teisterde het christelijke geloof, pastoors werden vermoord.<br />
Maar het enigma bleef overeind. In de vallei van de Aude leek Bérenger Saunière de geslaagde “zakenman” te zijn.</p>
<p>De geschiedenis van Bérenger Saunière intrigeerde mij. Ik kreeg overal jeuk. Mijn lichaam gedroeg zich onrustig. De zenuwen gierden door de keel. Ik bleef maar rondhangen op het domein. De kerk fascineerde mij en ik wilde alle symbolen begrijpen. Toch bleef ik met meer vragen dan antwoorden achter.<br />
Mijn vrouwtje volgde mij trouw en in mijn tred maakte zij heldere opmerkingen over wat zij zag. We werden schattenjagers! De ondergrond van Rennes zou letterlijk doorspekt zijn met ondergrondse gangen die lopen van het ene hol naar het andere, als de biotoop van een blinde mol.</p>
<p>Ik hou wel van de dorpjes en de kleine landwegeltjes er naartoe, van oude stenen en oude glorie. Ik klom naar Rennes om er het domein en de realisaties van pastoor Bérenger Saunière met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Ik moet toegeven dat ik aanvankelijk een beetje ontgoocheld was. De Magdala toren was een imponerend baken, dat wel, maar behalve die toren leek mij niets transcendent. Toen ik echter een boek in handen kreeg met de geschiedenis van de pastoor zag ik het weer zitten. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik herinner mij nog levendig dat er geen vijf man rondliep op de site. Dan Brown’s boek was nog niet uit.</p>
<p>Ik was dan ook blij dat ik einde augustus 2007 met de Grootmeester van “The Knights of the Razorblades” mee kon voor een kort bezoek aan Rennes-le-Château (main target waren echter de Katharen).<br />
We liepen alle (nieuwe) boekhandels af, op zoek naar literatuur over de pastoor en zijn onverklaarbare rijkdom. De autochtonen waren die keer beter georganiseerd, negeerden de toeristen niet langer, deden niet meer meewarig over hun zoektocht en enkelen inwoners hadden zich op de commercie gegooid om een “gewijde” stuiver of twee bij te verdienen.<br />
Ik héb ontdekt (merk het accent). Veel dingetjes (bricoles), soms intrigerende, soms verrassende dingetjes, maar die steentjes waren niet voldoende om dieper te graven. Ik leek wel een goudzoeker met een grote zeef.<br />
Ik vroeg mij daar ineens af, hoe mijn leven was verlopen. Een gewone vraag van een normale manspersoon. Tien jaar al was ik in de ban van Rennes, de Visigoten, de Merovingers, van schatten en spiritualiteit. Die geschiedenis had mij uitgeput, tien jaar had ik gezocht naar een valabel antwoord, velen hadden mij hun versie verteld of erover geschreven, maar niets voldeed mij, niets kon mij ervan overtuigen dat er meer in het spel was dan de frauduleuze verkoop van missen.</p>
<p>Rennes-le-Château (Rhedae is de oude naam van het dorp) is altijd (toch tot de 18de eeuw) een belangrijke plek geweest: bezet door de Galliërs, veroverd door de Romeinen, hoofdstad van Razes in de tijd van de Karolingers.<br />
In de 18de eeuw werd Razes geteisterd door godsdienstoorlogen. Uitgeput door die oorlogen ging de streek ten onder aan de pest en raakte in de vergetelheid.<br />
In de 19de eeuw kwam pastoor Bérenger Saunière als herder naar de parochie. Hij was een geschoold man, koningsgezind, een bezige bij. Hij restaureerde de kerk en versierde haar met talrijke symbolen, zoals de duivel die het wijwatervat torst.<br />
Hoe kwam hij aan het geld om al die verbouwingen te doen en nieuwe gebouwen op te trekken? Een mysterie! Geheime perkamenten? Een schat onder het altaar? Ik kom daar natuurlijk uitgebreid op terug.<br />
“Terribilis est locus iste.” Deze plek is een “krachtplek”, een “heilige plaats”, een “magische site”.<br />
Het domein van Bérenger Saunière bestaat uit de pastorie, de villa Bethania, de toren Magdala (met de bibliotheek) en de tuinen.<br />
Het bezoek begint bij de gerestaureerde keuken van de pastorie en gaat verder met: de zaal met de documenten, de eerste verdieping met de geschiedenis van Rennes (Rhedae), de toren Magdala en de villa Bethania (als rusthuis voor bejaarde priesters). Je passeert een boetiekje, de Orangerie, de kerk, de tuin van Calvarie, een grot, de privé kapel, het graf van Saunière.<br />
Als je de kerk binnen bent, moet je letten op een glasraam met Maria Magdalena die Jezus voeten oliet, een glasraam met Martha, Maria Magdalena en Jezus in Bethania, een bas-reliëf van Maria Magdalena in gebed verzonken, een beeld van de heilige Maria Magdalena, de eerste aan wie Jezus verschijnt na zijn kruisiging, het wijwatervat met de duivel en de kansel.<br />
Spijtig dat het dorpskerkhof nu is gesloten voor de toeristen. Ik heb er tien jaar geleden het graf van Marie Dénarnaud, zijn jonge meid, bezocht. Ze heeft geleefd tot 1953. Zij heeft nooit één woord gerept over het mysterie van Rennes en zijn pastoor Bérenger Saunière.<br />
Zwijgplicht? Een belofte of een voorwaarde?</p>
<p>Rennes-le-Château is nu een klein dorpje in de Languedoc, meer bepaald in het departement van de Aude. De weinige dorpelingen leefden er vredig tot op het einde van de 19de eeuw. Zoals je al tot vervelens toe weet, geschiedde in het antieke Redhae heel wat bizarre dingen. Op 1 juni 1885 komt er een nieuwe pastoor aan, E.H. Bérenger Saunière, die de vrede in het dorp serieus zou verstoren.<br />
De nieuwe dorpsherder vindt de kerk en het domein eromheen in een lamentabele toestand. Het pastoriehuis in onbewoonbaar en de kerk verglijdt tot een ruïne. Wat kan hij er aan doen? Hij is arm, hij heeft dus geen persoonlijk fortuin, en hij richt zich eerst tot zijn parochianen. Kind van de streek wordt hij door hen vriendelijk onthaald. Na enkele tijd (niet zo lang) laat hij het dak van de kerk repareren. Geleidelijk wordt de kerk en het domein een drukke werf, werkjes her en der. De dorpelingen fronsen zich de wenkbrauwen. Vanwaar komt het geld? Heeft hun pastoor subsidies gekregen? Of wordt hij gesponsord door geloofsfanatici? Sauniére reist vaak naar Parijs en ’s nachts wroet hij in de grond van het kerkhof. Bovendien ontvangt hij met regelmaat aan zijn rijk gevulde tafel belangrijke personen, VIPS van toen, Fransen en buitenlanders. Hij schenkt ze lekkere wijn in en vergast ze op sterke drank. En wat de inwoner vooral opvalt, zijn de moderne toiletten die zijn meid aankoopt in de grote warenhuizen in Parijs.<br />
Stilaan geraakt het dorp in de ban van alles wat er met de pastoor en zijn jonge meid gebeurt. Ook de nieuwe bisschop van Carcasonne spitst de oren. De plagerijtjes waarvan de pastoor de dupe is, beginnen uit te deinen. De kerkelijke rechtbank veroordeelt Bérenger herhaaldelijk voor zijn frauduleus gebruik van “de trafiek van de missen”. Hij wordt zelfs veroordeeld tot “suspens a divinis” (in zijn ambt geschorst). Deze zware sanctie haalt hem er eindelijk onderuit en in 1917 sterft hij, niet vooraleer hij schriftelijk al zijn bezittingen nalaat voor zijn meid.<br />
Heeft Bérenger Saunière een schat opgegraven? Waar? Pastoor Saunière en zijn meid Marie Denarnaud nemen het geheim mee in hun graf (zij stierf pas in 1953).<br />
Aan ons om “de schat” te definiëren of terug te vinden. Au bulot! Met kleine stappen probeer ik de sluier(s) op te lichten.</p>
<p>Tien jaar vroeger reisden mijn vrouw en ik naar Couiza. Ons verhaal:<br />
“We nemen de smalle weg naar Rennes-le-Château. Het miezert en een stevige wind steekt op. Links doemt een vervallen kasteel op en een beetje verder lees ik: ‘Niet graven in Rennes-le-Château’. In het dorp is geen kat ter bespeuren!<br />
We stationeren onze wagen op een plein, dicht bij een waterkasteel. Op de top zie ik een bord met geometrische figuren. Mijn blik wordt verrast door een wankele toren die gans de vallei domineert. Wij blijven in het dorp uren dralen om de sfeer op te snuiven van mensen en dingen uit vervlogen dagen.<br />
Op de middag duw ik de deur van een boetiekje open recht tegenover boekhandel “L’Empreinte”. De winkel is verlaten. We bevinden ons te midden van allerlei tekeningen: duivels, hoofden, plaatsjes, prenten. De tekeningen brengen ons van de echte naar een fantasiewereld. Ik roep en nog altijd daagt niemand op.<br />
We doorlopen de twee verdiepingen en zien verbazend veel gravures en boeken over het dorp. Ook hier verwijlen wij een tijdje. Ineens komt een stevige kerel de winkel binnen. ‘De zaak is gesloten,’ zegt hij. Alvorens naar buiten te gaan krijg ik van hem een setje uitvouwkaarten met het interieur van de kerk: ‘Plan &#8211; Guide/ Rennes-le-Château, mon église’ (Bérenger Saunière) is de titel.<br />
Van toen af werd het mysterie voor mij de werkelijkheid, pakte het mij in, maar ik was wel bang te worden ontgoocheld…”</p>
<p>Tien jaar later kwam ik, in gezelschap van de Grootmeester van “The Knights of the Razorblades”, nog eens terug. Ik had boeken verslonden over de pastoor en zijn schat(ten).<br />
Weer rijden wij het kasteel van Coustaussa voorbij.<br />
Het komt mij voor alsof ik in een labyrint rijd, met maar één uitweg, deze van de kennis van de ingewijde: ik weet niet wat ik zal vinden, wat ik zal ontdekken, maar toch zal ik de uitweg vinden. Ik ben geëxciteerd, zenuwachtig als duizend pezen tegelijk, niet gerustgesteld door mijn geweten, alleen mijn arrogantie houdt mij overeind…<br />
De geschiedenis van de schat zal zich niet beperken tot dit dorp, maar zal mij ook naar elders brengen, dit voel ik in al mijn vezels…<br />
Een mythe heeft zich de vorm van een realiteit aangemeten, zij is geen geschiedenis meer maar feit.</p>
<p>De Grootmeester heeft een afspraak met een groep enigmatici, die hem per se willen verklaren waarom ze zo zijn. Zijn bekende nieuwsgierigheid doet hem “begeven”. Hij eist dat ik mee mag!<br />
Het huis van afspraak ligt in Alet (dichtbij Rennes-le-Château). Het ongeloof dat ons zo vaak drijft en ons meestal ironisch stemt, gooien wij overboord om te kunnen genieten van een intens “moment de vivre”. Wij spelen het spel mee!<br />
Wij komen in Alet aan om kwart voor middernacht. Klokslag 12 komen drie auto’s aangereden. Vol licht, met veel cc, die zich stationeren op een paar meter van ons. Wij bevinden ons dicht bij het station.<br />
Twee mannen in het zwart, met hoed, stappen uit de eerste wagen en vragen ons hen te volgen. Zij geven ons teken om in de tweede auto, op de achterbank, plaats te nemen. We worden geblinddoekt. Zij lopen terug naar de eerste wagen en schuren de nacht in, gevolgd door de tweede auto met ons achteraan en de derde.<br />
Na een kwartiertje, &#8211; schat ik, &#8211; houden zij halt en zeggen ons dat wij op de plaats van bestemming zijn gearriveerd.<br />
Eens buiten doet het parfum ons vermoeden dat wij in de open natuur staan. Onze blinddoek wordt er af gehaald en wij zien dat wij pal voor een landhuis staan. In de verte merken wij licht dat lijkt op de verlichting bij een monument.<br />
Binnen in de woning tellen wij zes man, de zes die ons tot hier hebben gebracht. In de inkom van het huis dat schaars is gemeubeld, staan twee zetels in bordeaux rood, die ons doen denken aan de jaren ’50. Zij staan recht tegenover een monumentale trap. We mogen gaan zitten. Vier man verdwijnen en laten ons over aan de “zorg” van de twee anderen die rechtop blijven staan.<br />
Na een tijd die wel een eeuwigheid lijkt, gaat een deur in vol hout open en twee mannen komen naar ons toe, met een levendig gebaar vragen zij ons om mee te komen. Ik tril op mijn benen van zenuwachtigheid.<br />
Met trage en plechtige stap komen wij in een zaaltje waar enkele personen op een soort van bidbank zitten zoals je die ziet in het koor van een kerk. Ze zijn gekleed in een zwarte soutane. Ik schat dat ze met een 30-tal zijn. Allen zijn zij gemaskerd.<br />
We worden naar het midden van de zaal geleid, over een mozaïek die uitloopt op een verhoog met drie treden. Daar bovenop in een monumentale, in hout gesneden zetel &#8211; 17de-eeuws &#8211; zit een man die door zijn plaats de chef lijkt te zijn van het gezelschap. Het doet mij denken aan een maçonnieke loge.<br />
Wij moeten gaan zitten in een stoel die men daar voor de gelegenheid heeft geplaatst.<br />
Dit alles gebeurt heel langzaam, zonder enig teken van agressie, plechtig en ingetogen.<br />
Het licht in de zaal komt van een grote luchter met heel veel kaarsen rondom en van zevenarmige kandelaars, opgesteld aan beide zijden van de zaal, dicht bij de twee rijen aanwezigen. Toch is het licht schaars en gedempt.<br />
Een lange stilte geeft ons de kans om alles goed te observeren. Achter het belangrijkste personage, op de hoogte van zijn hoofd, zie ik een grote ingecirkelde A, en op dezelfde muur, rechts van mij, een enorm portret van Bérenger Saunière, en links abt Gélis.</p>
<p>De centrale figuur, die in zijn linkerhand een kruisbeeld houdt, staat recht, zijn rechterhand op de hartstreek. Iedereen staat recht en in dezelfde houding.<br />
Na enkele welkomstwoorden vraagt de voorzitter van het gebeuren om neer te gaan zitten. Hij houdt een lang historisch discours van ruim een uur. Hij heeft het over Bérenger Saunière, abt Gélis die ik niet ken, over paus Leo XIII, over Balaguer, de stichter van Opus Dei, over de Katharen en de Tempeliers, over Jezus, Maria-Magdalena, de dynastie van de “geheime” koningen, over graven en crypten.<br />
Dan richt hij zich tot ons. Het is hem bekend dat wij bovendien maçons zijn. Ik schrik mij een aap.<br />
We krijgen niet eens de tijd om vragen te stellen.</p>
<p>Wij begrijpen dat deze orde, de mensen bij wie ik nu te gast ben, graag wil communiceren met de profane wereld en dat zij ons wil gebruiken als intermediair.<br />
Na zijn betoog wordt ons toelichting en opheldering verstrekt over documenten die de filiatie bevestigen.<br />
De voorzitter geeft ons bedenktijd en zal later opnieuw met ons contact nemen. De volgende keer zal hij ons uitnodigen naar de crypte van de oude abdij van Alet waar de inwijdingen plaatsvinden.<br />
De zitting wordt gesloten. De aanwezigen, met als laatste de voorzitter, verlaten de zaal. Zij die ons tot hier hebben gebracht, komen ons halen en wij verlaten de plaats zoals wij gekomen zijn: in limousine en geblinddoekt.</p>
<p>In 1774 heette de pastoor van Rennes-le-Château Antoine Bigou. Hij was de biechtvader van kasteelheer Markies d’Hautpoul. Op zijn sterfbed vertrouwde de markies hem een heel groot geheim toe. Op de zerk van de markies liet Bigou een deksteen aanbrengen met de woorden: Et in arcadia ego. Die steen was afkomstig van een oud graf uit Pontils, een gehucht op enkele km van Rennes.<br />
Voor zijn dood verborg de pastoor enkele documenten in de holte van een steunpilaar van het altaar.<br />
Vooraleer hij stierf (in 1794), gaf hij zijn geheim door aan E.H. Jean Vié, die pastoor was in Rennes-les-Bains, een klein dorpje op 8 km van Rennes-le-Château.<br />
Schilder Nicolas Poussin die in Andelys woonde, op enkele km van het kasteel van Gisors, in Normandië, maakte in 1639 het schilderij “Les Bergers d’Arcadie”. De herders waren geïntrigeerd door een ongewoon epitaaf (grafschrift): Et in arcadia ego (Ik ben in Arcadië). Het graf geleek sterk op dat van Pontils (in de gemeente Peyrolles).<br />
Deze plek in Pontils trok vele goudzoekers aan. De eigenaar liet in 1988 het graf ontploffen. Vandaag is enkel nog de grafsteen gaaf op het kerkhof van Rennes.</p>
<p>In 410 verovert Alaric, koning van de Visigoten Rome en plundert de stad. Hij vindt er de schat van Titus.<br />
In 70 veroverde de Romeinse keizer Titus Jeruzalem. Hij plunderde de tempel en vergaarde een schat aan gewijde voorwerpen, zoals een gouden 7-armige kandelaar. Hij bewaarde de schat in het keizerlijke paleis.<br />
In de 5de eeuw worden de Visigoten de nieuwe meesters van de Languedoc. Een gedeelte van de schat van Titus wordt opgeborgen in Carcasonne. Het tweede gedeelte wordt verdeeld over talrijke, moeilijk toegankelijke plaatsen in Rhedae (Rennes-le-Château).<br />
Heeft Bérenger Saunière de schat van Salomon (Titus) gevonden?</p>
<p>Op 1 juni 1885 komt de nieuwe pastoor in Rennes aan. Het bergdorpje is enkel te bereiken met een muilezel. Tot zijn grote verbazing vindt hij er een kerk in ruïne en ook het dorp is erg bouwvallig.<br />
Op 4 oktober 1885 verliest Saunière bovendien zijn staatssubsidie, omdat hij zich opstelt als een fervente royalist. Nu moet hij leven met de giften van zijn parochianen. Hij gaat veel vissen en jagen om in zijn rantsoen te voorzien.<br />
Vaak gestraft door zijn superieuren wordt hij geschorst, maar in juli 1886 keert hij terug. De koningsgezinden beslissen om hem te steunen. Van de gravin van Chambord krijgt hij 3.000 frank goudstukken en een voorschot van de gemeente van 1.400 fr. Hiermee begint hij de restauratie van zijn kerk.<br />
Gedurende de werken ontdekken de arbeiders een kuil in de grond. Onder voorwendsel dat het etenstijd is, stuurt hij hen buiten en sluit zich in de kerk op. Hij vindt er een koperen ketel vol goudstukken.<br />
“Het zijn goudstukken zonder waarde,” liegt hij voor, “het zijn medailles van Lourdes.”<br />
Deze ontdekking doet de ronde in het dorp en de inwoners beginnen zich vragen te stellen.</p>
<p>Tijdens restauratiewerken aan de kerk vinden de arbeiders een bergplaats in de vloer. Net wanneer zij hun boterhammetjes zullen eten. Tijdens de schaft stuurt Bérenger Saunière hen naar buiten. Hij sluit zich op in de kerk en vindt een ketel vol goudstukken.<br />
“Stukken zonder waarde, medailles van Lourdes,” veinst hij.<br />
Deze ontdekking doet de ronde en de bewoners stellen zich vragen. “Medailles?”</p>
<p>De werken hervatten enkele dagen na de vondst. De klokkenluider Antoine Captier vindt in de spijl van een oude houten balustrade een kokertje met documenten.<br />
“Och, zonder belang,” zegt de pastoor.<br />
Maar het gaat om gecodeerde teksten! Opnieuw sluit hij zich op in de pastorij en probeert de boodschap te decoderen. Na enkele dagen kan hij de teksten ontcijferen. Hij sluit zich weer op en verplaatst het altaar dat op een pilaar steunt: een Visigotische steunzuil. Van binnen vindt hij drie perkamenten met onder andere de stamboom van Dagobert II. Na een woelige nacht roept hij twee metselaars van het dorp bij zich. Voor het altaar heffen zij een grote vloersteen op: de steen van de Ridders.<br />
Op de steen zijn twee ridders afgebeeld die op hun paard klimmen. Bérenger Saunière stuurt opnieuw de arbeiders weg, maar zij vertellen dat de pastoor een graf heeft ontdekt. Hij roept de hulp in van twee pastoors uit de buurt, met name Gelis van Coustoussa en Boudet van Rennes-les-Bains. Zij worden echter niet vol ingewijd in het geheim. Met zijn meid, Marie Denarnaud, werkt hij ’s nachts en legt een crypte bloot.<br />
Hij schrijft in zijn dagboek: “Ontdekking van en graf.”</p>
<p>Zijn bisschop, Billard, wordt door derden op de hoogte gebracht van wat er zich in Rennes-le-Château afspeelt. Hij stuurt Bérenger naar Parijs, met als doel de perkamenten te laten ontcijferen.<br />
In Parijs maakt Bérenger Saunière kennis met pastoor Biel, directeur van het Heilig Graf, Emma Calvé, zangeres, Emile Hoffet, expert in oude manuscripten. Na enkele dagen kent hij “le tout Paris”. Hij brengt zijn tijd door in het theater, in de kerk van het Heilig Graf en in het Louvre. In het museum koopt hij drie reproducties: “De verleiding van de Heilige Antonius”, “De herders van Arcadië” en een portret van paus Celestin V.<br />
Wanneer hij vertrekt, wil hij zijn perkamenten terug, maar de clerus weigert zonder een verklaring. Pastoor Saunière is de Kerk echter te vlug af: voor zijn vertrek naar Parijs liet hij de documenten kopiëren. Terug in Rennes-le-Château trekt hij zich terug in de pastorij.<br />
Daar ontcijfert hij zelf het geheim van de manuscripten. Met behulp van zijn meid maakt hij nachten na elkaar alle vloerstenen in de kerk los. Hij delft ook op het kerkhof en schendt enkele graven.<br />
Hij spitst zich toe op een bepaalde grafsteen en probeert de inscripties en de grafschriften schoon te maken en opnieuw af te beitelen.</p>
<p>Toen je die dagen in Rennes-les-Château rondliep, gonsde het dorp van geruchten. Net of je hoorde onafgebroken het zoemen van de bijen!<br />
“Hij verplaatst de graven, hij zoekt in grafkelders!”<br />
“Hij schuift met de beenderen die verspreid op de grond van de kelders liggen, precies of het damstenen zijn!”<br />
De mandatarissen van het dorp waren geërgerd en hadden de prefectuur ingelicht.<br />
De burgemeester in het (enige) dorpscafé zegde op een sussende toon: “Het kerkhof wordt te klein, we moeten uitbreiden.”<br />
Ondanks de ergernis van de gemeenteraad bleef Bérenger delven, graven, wroeten. Toen hij op heterdaad werd betrapt door de burgemeester, was hij bezig het grafschrift van Marie de Negri d’Ables onleesbaar te maken.</p>
<p>Waarom hield de pastoor zich zo ijverig bezig met het “verdoezelen” van het graf van Marie de Negri d’Ables? De grafkelder van Marie bevindt zich rechts op het kerkhof, op enkele meters van het familiegraf van de familie Corbu. Blootgelegd door lokale archeologen vóór Bérenger Saunière er kwam, wist men dat de kelder uit twee gedenkplaten bestond: de eerste lag op de grond, de twee stond recht op de eerste. De grafsteen vertoonde heel wat anomalieën. Hij zou &#8211; en dit is pas belangrijk! &#8211; verwijzen naar de geheime boodschap in de perkamenten van Saunière.</p>
<p>De pastoor ontdekte volgende enigmatische zin: “Herderin geen bekoringen. Dat Poussins, Teniers de sleutel bewaren door DCLXXXI. Door het kruis en het paard van God, maak ik deze duivelse wachter af op de middag. Blauwe appels.”</p>
<p>Toen hij die boodschap had ontcijferd, gooide de pastoor het geld door deuren en vensters: hij restaureerde volledig de kerk, hij veranderde het meubilair. Hij kocht grond, zes kavels. Hij beval aannemer Elie Bot een gebouw te metselen als nieuw verblijf, de Villa Béthanie. Hij legde een tuin aan met exotische bomen en dieren, waaronder twee apen (Capri en Mora). Een regenput zette een fontein in gang voor de vissen. Hij bouwde op een heuvel een veranda in glas en een bibliotheek. Het leek meer op een neogotische toren: de Toren Magdala. Daar bewaarde hij 100.000 zegels en 10.000 postkaarten. De bibliotheek is in eik en bevloerd met dure tegels.</p>
<p>De werken duurden 8 jaar. Hij ontving talrijke prominenten, zoals Emma Calvé die in Millau op een kasteel verbleef, waar zij haar minnaars ontmoette: Jean Stèphan de Hambourg en Etienne Dujardin, een vrijmetselaar. Hij ontving ook tonnen correspondentie, zijn tafel was een van de lekkerste van de streek, zijn rum kwam van Martinique.</p>
<p>1908. De Kerk sloot de ogen, maar toch kwam ineens een onweersvolk op. Monseigneur Billard werd vervangen door De Beauséjour. Die verplaatste Bérenger Saunière naar Coustouges, maar hij weigerde. Hij nam ontslag en pastoor Marty werd de nieuwe parochieherder.</p>
<p>Voor hij overlijdt (22 januari 1917), maakt Bérenger nog heel wat plannen: hij wil een grote toren bouwen, een auto kopen…<br />
Bij de opening van zijn testament weten de aanwezigen dat Saunière niets meer bezit en dat al zijn onroerende goederen al op naam staan van zijn meid, Marie Denarnaud. Zij blijft er wonen tot aan de komst van Noël Corbu aan wie zij het domein verkoopt. Zij belooft hem nog voor zij sterft het geheim van Rennes-le-Château mee te delen. Wanneer zij op 30 januari 1953 ineens sterft in de leeftijd van 85 jaar, omringd door de familie Corbu, neemt (?) zij niet eens de tijd om het geheim te verklappen.<br />
Noël Corbu verandert het domein in een hotel-restaurant. Hij sterft echter in een autoaccident. Het domein wordt gekocht door Henri Buthion, die het laat vervallen.<br />
Vandaag de dag behoort het domein aan de gemeente die het heeft ingericht als een historisch en cultureel centrum.</p>
<p>Ik ga op bezoek bij Henri Buthion. Hij was eigenaar van het domein van Bérenger Saunière van 1964 tot de gemeente het aankocht. Ik ontmoet hem in Rennes.<br />
Ik bel aan. Het is laat in de avond en schaars licht.<br />
Hij is klein en het eerste wat hij zegt, is: “Het domein is gesloten!”<br />
Dit wist ik. Wanneer ik aandring (ik kom van ver, mijnheer), haalt hij zijn bos sleutels boven en opent het hekje.<br />
Het is een beminnelijke man vol poëzie. Hij ontvangt mij met veel hoffelijkheid in de toren Magdala. Na een korte kennismaking val ik blijkbaar in zijn smaak en hij nodigt mij uit om met hem te tafelen en te blijven overnachten. Toch niet in hetzelfde bed?<br />
Ik blijf er drie dagen en twee nachten.<br />
Mijn gastheer is gepassioneerd door het verhaal van de pastoor en zijn onverklaarbare rijkdom. “Indien hij langer had geleefd, zou hem nooit iets hebben ontbeerd. Hij zou worden gesoigneerd door een keizerlijke familie,” zegt hij met overtuiging.<br />
In de kerk blijft Buthion staan voor een put in de vloer. Ik kijk omhoog en merk dat het hol zich bevindt in de as van de kerk. Buthion heeft er geen verklaring voor.<br />
Samen bezoeken wij het graf van Bérenger Saunière. Er staat een simpel stenen kruis, met de inscriptie “INRI”, Jesus Nazarenus Rex Ludaeroum. Maar tot mijn verbazing zie ik dat de N omgekeerd staat. De plaat die het graf bedekt, heeft dezelfde afmetingen als de grafsteen van de familie van markies d’Hautpoul!</p>
<p>De kerk in Rennes-le-Château is toegewijd aan de heilige Maria Magdalena die naar Zuid-Frankrijk uitweek na de dood van Jezus. Zij bracht het kruis mee en de beker met enkele bloeddruppels van Jezus: de GRAAL.<br />
Over Maria Magdalea las ik volgende verhaal:<br />
“Maria Magdalena woonde op enkele km van het massief van Baume (in de Var), waar zij een teruggetrokken leven leidde.<br />
Zij was geboren aan het meer van Tiberiade (in Galilea) in het dorp Magdala, wat betekende versterkt burcht. Het dorp was in de tijd van de Romeinse bezetting bewoond door Joden met aanzien die vooral van de visvangst leefden.<br />
Maria Magdalena zou bezeten zijn geweest van zeven duivels. Zij werd gehoond en uitgesloten. Jezus van Nazareth maakte een einde aan haar lijdensweg. Zij werd één van zijn apostelen en volgde hem tot aan de voet van het kruis op Golgotha.<br />
Toen de profeet stierf, was zij aanwezig bij de graflegging. In de morgen van Pasen vond zij de grafkelder leeg. Zij geloofde in de verrijzenis van haar meester.<br />
De Romeinen vervolgden na de dood van Jezus alle apostelen. Maria Magdalena werd opgepakt en op een boot gezet zonder zeilen en zonder voedsel. Zij was overgeleverd aan de goodwill van God.<br />
Na enkele dagen dreef het bootje tot aan de kust van Sainte-Marie de la Mer. Zij besloot zich terug te trekken in een grot tegen de kalkrotsen van het massief van Baume. Haar lang haar beschermde haar tegen de kou.”</p>
<p>“Deze plek is verschrikkelijk!” lees ik op het fronton van de kerk. 22 letters telt deze ongewone inscriptie. Links en rechts begluren twee grimmige waterspuwers de bezoeker. Ze trekken de aandacht op het monogram IHS. De twee eerste letters van het Griekse alfabet en de S van het Latijnse alfabet. Dit monogram werd in de 14de eeuw vooral gebruikt door de Jezuïeten. Het kruis dat deze letters vormen, wordt geïnterpreteerd als een teken van heiligheid en symboliseert de kosmos.<br />
Een tweede inscriptie, In Hoc Signo Vinces (door dit teken zult u overleven), vind ik in de punt van de frontondriehoek. Twee stenen in de muur zijn daar ondersteboven ingemetseld en verwijzen naar een datum die achteraf is weggewist. Is deze plek dan toch “schrikwekkend”? Achter de deur word je gevat door verbazende decoraties die niet zo katholiek ogen en ook niet voor de hand liggend zijn voor het orthodoxe geloof.<br />
Ik ben geheel in de ban van deze ornamenten. Maar vooral de doopvont valt in het oog van de bezoeker. De kreupele duivel Asmodeus die de schat bewaart en symbool staat voor de slechte geneugten des levens staart mij met grote blauwe ogen aan. Het lijkt wel of hij wil gaan zitten, maar hij vindt geen stoel. Met de vingers van zijn rechterhand maakt hij een cirkelende beweging, terwijl de vingers van zijn linkerhand op de knie rusten. Volgens de legende is Asmodeus de bouwheer van de Tempel van Salomon. Wijst de duivel met zijn rechterhand (vooral zijn duim wijst aan) de juiste plaats aan van een bron dichtbij het kasteel?<br />
Ten zuiden van het kasteel is er een zit in de rosten die de inwoners de stoel van de Duivel noemen. Achter deze stoel in steen bevindt zich een bron: de bron van de Ring of de Vicieuze Cirkel. Toeval of niet? Ook Saunière kende deze plek.<br />
In de stoel van de Duivel zijn kabbalistische tekens gegrift. Keltisch geloof?<br />
En wat betekenen de vijf gespreide vingers op de knie van Asmodeus? De Heilige Knie? Het feest van de Heilige Knie werd op 17 januari in de Middeleeuwen gevierd. Datum ook waarop markies d’Hautpoul stierf in 1781. Op de rechtstaande grafsteen van de markies liet Bérenger Saunière een gedeelte van de inscriptie verwijderen. Waarom?<br />
Boven de duivel zie ik twee engelen. Met erboven de inscriptie: Par ce signe tu le vaincras (door dit teken zul je hem de baas kunnen). Het woordje le werd zorgvuldig door Saunière bijgeplaatst. Waarom? Ook deze inscriptie telt 22 letters. Le staat tussen tu en vaincras op de 13de en 14de plaats in de zin. 1314 is de datum waarop Jacques de Molay, grootmeester van de Tempeliers, werd verbrand. Dicht bij Rennes, in Bézu en Lavaldieu, zijn er commanderijen van deze Orde.<br />
Tussen de twee engelen en Asmodeus vind ik twee initialen: BS. Zijn dit de initialen van Bérenger Saunière? Of Blanque et Sals, twee riviertjes dicht bij de stoel van de Duivel en de bron? Bij het uitgaan van het dorp komen deze twee riviertjes samen. Deze plek wordt “Het Wijwatervat” genoemd. Of verwijzen BS naar het basilicum en de vele salamanders die het wijwater versieren? Fabelachtige dieren en de heraldieke symbolen.</p>
<p>Vertelde ik al over de angstwekkende, bijzonder erg indringende blik van Asmodeus? Hij fixeert zonder verpinken de bevloering van de kerk. De vloer bestaat uit 64 zwart-wittegels. Een mozaïek dat je ook vindt in de loges en in de Tempel van Salomon.<br />
Had Bérenger Saunière contact met Vrijmetselaars van Parijs en in eigen streek? Hij ging vaker naar Parijs, zoals je al weet. Denk ook aan de ontmoeting met broeders in Alet.<br />
De biechtstoel is van eik en het fronton doet het verhaal over herder Ignace Paris. In 1645 ontdekte hij een schat in een diepe put in de rotsen waar ook skeletten lagen. Hij ging naar huis, zijn zakken vol goud. De nieuwsgierige dorpelingen wilden meer te weten komen, maar de herder zweeg. Daarop beschuldigen ze hem van diefstal en sloten hem op. Zijn huis staat nu nog altijd op de heuvel.</p>
<p>Hoe vind ik de put van Paris?<br />
Ik verlaat Rennes-le-Château via de enige berijdbare weg en neem de richting Rennes-les-Bains. Daar rijd ik de weg naar Soubirous op. Aan een boerderij parkeer ik mij op een stuk braakgrond. Rechts van mij zie ik een brede stijgende weg. Na enkele minuten stappen zie ik een witgekalkte dakpan liggen op een afgezaagde boomstam. Zij wijst mij de weg naar de gehuchten Paris en Granes. Maar deze dakpan blijkt een valse richtingwijzer te zijn! Toch zet ik door. Na enkele minuten sla ik rechts in naar Granes. Ik loop tot bij een schaapskooi. Op dit punt begint een van de oudste legenden van de vallei: het verhaal van Paris.<br />
Ik neem de weg die bezijden de schuur loopt. Die schuur was de verblijfplaats van Paris. Recent werd de schuur gerenoveerd door een boer. 300 m links toont een kleine pijl mij de weg naar de kloof van Aven (20 m diep). Ik keer op mijn stappen terug en ga verder naar rechts waar ik na 150 m bij de put van Paris kom. Eindelijk!<br />
Hert is een diepe put, begroeid met struiken en bosschage. In het midden staat een groen eik. Nabij de spelonk wijst groen mos op vochtigheid.<br />
Ik hijs mij toch langzaam in de put. Rechtopstaande rotsstenen schutten de plek. De bodem is redelijk breed. In het midden van de put staat helder water dat uit stalactieten druipt. Het druppelen in het kleine bekken verbreekt de stilte. Rechts hangt een hart in klei, symbool van de liefde.</p>
<p>Deze legende was pastoor Bérenger Saunière wel bekend.<br />
Op de eiken biechtstoel merk je een geknielde Jezus die hulp biedt aan een lammetje. Dit herinnert zeker aan de legende van Paris. Wanneer je naderbij komt en in detail observeert, stel je vast dat de kop van het lam een menselijke vorm heeft en een beetje gelijkt op de duivel Asmodeus (aan beide kanten van de schedel zie je twee horentjes). Jezus legt zijn handen op het lam en verlicht hierdoor de pijn, zoals de handoplegging bij een zieke, het lijkt wel het laatste sacrament, de berechting, en dit betekent dat de dood dichtbij is.<br />
Het kan geen toeval zijn dat Bérenger Saunière de biechtstoel heeft gekozen voor deze legende. De biechtstoel is immers de plaats waar de zondaar het sacrament van de penitentie ontvangt. Hij biecht zijn zonden op om daarna de absolutie te krijgen.<br />
Er bestaat nog een andere legende van de herder Ignace Paris: zij dateert uit de 18de eeuw. Deze legende brengt de duivel van Blanquefort op de scène. Hij bezat en ontzaglijk groot fortuin en hij etaleerde graag zijn rijkdom. Een herderinnetje betrapte de duivel tijdens de uitstalling van zijn schatten. Met grote stappen haastte het meisje zich naar beneden om hulp te vragen. Terug op de plaats zagen de boeren enkel een veld van kiezelsteentjes.<br />
Heeft pastoor Bérenger Saunière verwarring willen stichten door de twee legenden door elkaar te mixen?</p>
<p>De preekstoel kreeg een plaats in de kerk op 17 november 1891. Hij heeft een 8-hoekige vorm, een cijfer dat niet bestaat in de christelijke symboliek. Het altaar kwam het eerst aan de beurt voor vernieuwing: onder aan het altaar plaatste Bérenger Saunière een eigengemaakt schilderij van Maria Magdalena, in de gedaante van een berouwvolle prostituee. In het werk zijn er heel wat verwijzingen te zien, zoals de positie van de handen. In de achtergrond merk je het kasteel van Coustoussa, het dorp van zijn vriend en collega Gelis. Gelis was ook aanwezig toen Bérenger de vloersteen van de ridders ontdekte.</p>
<p>Tegenover het altaar bevindt zich een bas-reliëf met de inscriptie: Venez à moi. Dit bas-reliëf werd gemaakt in de ateliers van het huis Giscard in Toulouse. Twee details verrassen mij: het kasteel, in de achtergrond, gelijkt wonderwel op het kasteel van Blanquefort. Blanquefort was de Grootmeester van de Tempeliers. Het kasteel werd gebouwd op de Roco Negro. Rechts onder merk je een beurs (een bazatse) die de schat symboliseert. Een zak vol goudstukken in een religieus tafereel versterkt nog het mysterie.</p>
<p>De polychrome beelden in de kerk zijn eveneens van het huis Giscard (Toulouse). Het zijn Sint-Lucas, Sint-Antonius van Padua, Sint-Antonius Kluizenaar ( feest op 17 januari), Sint-Rochus, Sinte-Germaine en de heilige Maria Magdalena. Onder het beeld van Magdalena staat een grote M. Germaine, Rochus, Antonius en Antonius en Lucas = de GRAAL.</p>
<p>Achter de deur van de preekstoel heeft Bérenger Saunière een sacristie geïnstalleerd met enkel een groot eiken muurkast. Op de twee deuren van de kast staan de inscripties: Anté Missam en Post Missam (voor en na de mis)! Wanneer je de deuren van de kast openmaakt, ben je toch even uit je lood geslagen: je ontdekt een klein kamertje, een geheim kamertje. De geheime kamer van Bérenger Saunière!<br />
Binnenin een kleine opening, een rond venstertje dat uitgeeft op de poort van het kerkhof. Met oog op de verborgen schat?<br />
Deze sacristie en het klein kamertje zijn niet toegankelijk voor het publiek.</p>
<p>7.<br />
U weet toch ook dat er veel gelovige mensen zijn die niet tot een kerkgemeenschap willen behoren?</p>
<p>De darbisten, gemeenschap van christenen zonder vaste voorganger of predikant. De gemeenschap wil geen kerkgenootschap zijn, maar wordt wel tot de evangelische beweging in het protestantisme gerekend. In andere landen staat ze bekend onder namen als Brüderbewegung (Duitsland), Assemblées de Frères (Frankrijk) en Plymouth Brethren of Brethren (Groot-Brittannië). Het zichzelf niet benoemen als kerkgenootschap had in het verleden vaak tot gevolg dat leden bij bevolkingsregisters en volkstellingen aangaven tot &#8216;geen kerkgenootschap&#8217; te behoren. In deze gevallen mag men &#8216;geen kerkgenootschap&#8217; dus niet gelijkstellen aan &#8216;ongodsdienstig&#8217;, of aan &#8216;niet behorend tot een godsdienstige groepering&#8217;, maar moet de onderzoeker de achtergronden kennen.</p>
<p>Een van de eerste &#8216;broeders&#8217;, zoals de gemeenschapsleden zich onderling noemen, was John Nelson Darby die zich in de 19de eeuw afscheidde van de Anglicaanse Kerk in Engeland. Darby was aanvankelijk lid van de Anglicaanse Kerk. Deze Kerk vond hij echter geesteloos en kil zodat hij daarmee in 1828 brak. Allerlei uitwendig vertoon was Darby een gruwel. Hij stond een broederschap voor van ware gelovigen die vooral hun kracht zouden zoeken in het geestelijke: eenvoudige, warmgetinte samenkomsten waarin &#8216;broeders&#8217; (en &#8216;zusters&#8217;) het samenzijn ervoeren via het samen breken en delen van het brood in het avondmaal. De volgelingen van Darby worden ook wel darbisten genoemd.</p>
<p>De afkeer van kerkgenootschappen, instituties en organisatievormen leidde er ook toe dat men &#8216;vergadering van gelovigen&#8217; [niet: Vergadering der gelovigen] vaak tussen aanhalingstekens en in kleine letters schreef, om maar de indruk van een vaste organisatie te voorkomen, en nog liever de eigen kring als een kring van &#8216;broeders&#8217; beschreef.<br />
In de Vergadering van gelovigen is de Bijbel Gods onfeilbare woord, en gezaghebbend over leer en leven. Men hanteert geen geschreven geloofsbelijdenis of kerkorde naast de Bijbel. Deliturgie (de inrichting en het verloop van de gemeentelijke samenkomsten) is minimaal en Bijbels georiënteerd. De samenkomst op zondag bestaat gewoonlijk uit een eredienst met avondmaalsviering, gevolgd door een dienst van het woord. Hierin is meestal veel vrijheid om, onder leiding van de Heilige Geest, zelf een inbreng te leveren. Doop vindt plaats door onderdompeling op grond van een persoonlijke belijdenis van geloof. In het algemeen proberen de &#8216;broeders en zusters&#8217; samen te komen en gemeenschap te oefenen zoals de eerste christenen in het Bijbelboek Handelingen.<br />
Er wordt a capella of met instrumentale begeleiding gezongen uit de bundel Geestelijke Liederen. Tevens wordt ook wel, als tweede liedbundel, gebruikgemaakt van de Lichtbundel, de zangbundel van Johannes de Heer of Opwekkingsliederen. Sommige vergaderingen hebben de tweede bundel zelf samengesteld met liederen uit de genoemde bundels.<br />
In het algemeen huldigen de broeders een dispensationalisme, dat wil zeggen: ze leren dat de geschiedenis van Gods handelen met de mens in meerdere perioden is ingedeeld, waarin God op een bijzondere wijze handelt, bijvoorbeeld de periode van de wet gevolgd door de periode van genade, waarin wij nu leven. Sommigen onderscheiden zeven perioden &#8211; zie genoemd artikel over het dispensationalisme.<br />
De broeders hebben een sterke eindtijdverwachting; ze geloven dat de wederkomst van Christus aanstaande is om alle ware gelovigen weg te rukken en hen zo te bewaren voor de toorn die God over de wereld zal uitstorten. Na de opname van de gemeente neemt God de draad met het terzijde gestelde Israël weer op. Dit gebeurt in de voorzegde 70de jaarweek van Daniël. Na een zware tijd van oorlogen, rampen, verdrukking &#8211; en gelukkig ook (succesvolle) evangelisatie &#8211; daalt Christus als Verlosser, Rechter en Koning neer uit de hemel. Hij verschijnt met grote kracht en heerlijkheid, in gezelschap van de gelovigen en de engelen. Hij zal zijn vijanden vernietigen en een 1000-jarig vrederijk vestigen. Daarna is het laatste oordeel en breekt vervolgens de eeuwige toestand aan, waarin God alles in allen zal zijn.</p>
<p>8.<br />
Lectuur en bezinning hebben mijn afkeer voor instituten en structuren doen toenemen. Toch wil ik bouwen aan de Tempel van de Mensheid?<br />
8.a. Door respect.<br />
Respect voor jezelf wensen betekent dat je ook de ander respecteert! Dit is pure logica en toch zijn er zoveel mensen die dit niet (willen) begrijpen. Cultuur is dynamisch en wie met zijn tijd mee wil, moet zich voortdurend heroriënteren en heraanpassen. Wat wil ik hiermee zeggen? Simpel: wie niet bereid is om te evolueren, stelt zich nooit vragen en blijft op zijn standpunt. Stilstand is achteruitgang!</p>
<p>Het scheppingsverhaal vormt de basis van de Bijbel. Het (natuur)wetenschappelijke denken vormt de basis voor de rest van de wetenschap. Het idee van hoe de wereld tot stand kwam en in elkaar zit, is bepalend voor de culturele bovenbouw. Aan het scheppingsverhaal heb ik &#8211; als intellectueel van vandaag &#8211; geen boodschap.</p>
<p>Velen hebben schrik voor verandering of zijn “gehecht” aan de vertrouwde verklaringen. Deze twee categorieën zijn niet zo interessant, soms wel gevaarlijk wanneer zij fundamentalistische trekjes vertonen. Zonder opwaarderen, zonder aanpassing aan plaats, cultuur, persoon en tijd geraakt men de weg kwijt of verbijsterd in gehechtheid. Het resultaat is voorspelbaar: geen tolerantie, theologische verdeeldheid over een levende persoonlijke God, geen eenheid in verscheidenheid, wel fundamentalisme, heerszucht, minachting voor de ander.</p>
<p>Boeiend zijn alle groepen van mensen die er tussenin liggen.<br />
Opvallend is dat deze boeiende categorieën van mensen minder (of geen) vriendjespolitiek kennen (nepotisme), niet (of bijna) nooit vervallen in een foute combinatie van verbondenheid, rijkdom en democratie (oligarchie).<br />
Ik hoor bij een tussencategorie van mensen die geen behoefte heeft aan een kapitalistische dictatuur. Ik hou niet van een foute samengaan van kapitalisme en filosofie enerzijds en van een fout idee van politieke macht anderzijds.<br />
Zij die dit aankleven zijn niet alleen zelfgenoegzaam en daardoor ook geneigd om minderheden te verdrukken en geweld aan te doen, maar de rest van de wereld ook onrechtvaardig te behandelen op basis van hun foute denken.</p>
<p>Ik pleit voor een nieuwe wetenschap van de politiek. Op deze wijze kunnen wij een nieuwe wereld creëren. Mensen moeten worden heropgevoed. Door filosofen, door leerkrachten die filosofisch zijn ingesteld en geschoold, door geestelijke leraars. Dit zijn heel andere typen leraars dan theologen, veeleer psychologen/psychotherapeuten die de studenten verlichting in filosofische zelfverwerkelijking bijbrengen. De wedijver die door de leraars van inwijding en instructie wordt onderwezen, moet worden omgebogen in respect door de leraars die (persoonlijke) beleving en introspectie bijbrengen.</p>
<p>8.b.<br />
Geloof en ongeloof zijn verouderde begrippen. Religie, hypocrisie, ethiek, relatie zijn de nieuwe deugden en ondeugden. Geloof is enkel nog reëel in seksgeloof en geldgeloof. Wie zich niet aanpast aan deze nieuwe werkelijkheid, wordt depressief en een depressieve mens is in drievoud gestoord in de tijd: het verleden ziet zwart, de toekomst is onzichtbaar en het heden is onaangenaam.</p>
<p>Wetenschappelijke verklaringen &#8211; hoe juist die ook kunnen zijn &#8211; ontsnappen niet aan deze nieuwe werkelijkheid. De tijd is niet absoluut in de snelheid van veranderen met het licht, maar de tijd is wel absoluut in de kwaliteit van het veranderen zelf. Alles is in beweging. Het heeft geen zin ons te hechten aan een theorie in weerwil van die verandering, in weerwil van het absolute gezag van de tijd. Dit betekent dat God &#8211; zoals die werd geopenbaard &#8211; dood is en dat de gemiddelde, mechanische tijd hopeloos is verouderd. Dat wil bovendien zeggen dat wie het geloof bestrijdt met bijtende spot en cynisme, zich niet kan losmaken van dit geloof. Dat wil bovendien zeggen dat wie zich in zijn geloof consolideert, sociopathisch reageert, als een stekelige cactus.</p>
<p>8.c.<br />
In mijn essay Schoon volk in de hemel dat verschijnt in het najaar van 2012, na zeven jaar onderzoek en literatuur, houd ik niet langer de schijn op van gezag, vooruitgang en beschaving. Ik maak mij los uit mijn “persoonlijk, intellectueel en sociaal failliet” om een nieuw pad te bewandelen. De weg van de kennis, de analyse, de discipline, het respect. Het mag duidelijk zijn dat je met een egobehoefte, met economisch/juridische argumenten, met een conservatieve ethiek, met begrip voor zwakte de wereld niet zult verbeteren. Bouwen aan de Tempel van de Mensheid is “drieledig” (drie werven): een omslag in ons denken en handelen vanuit substantieel onderzoek, wetenschappelijke nuchterheid en principiële spiritualiteit.</p>
<p>Zij die de Opperbouwmeester van het Heelal vrezen en zij die Hem afvallen zullen nooit uit hun narcofiele en angst-neurotische obsessieve depressie en cynisme geraken. Laten wij bouwen aan een wereld waarin een rationeel/democratisch evenwicht heerst tussen het menslievende verlicht humanisme en het materieel gemotiveerde, traditioneel moralistisch/pragmatisme. Theologie en wetenschap zijn niet persoonlijk genoeg. Het is &#8211; voor mij &#8211; duidelijk dat wij, van de wetenschap via de spiritualiteit en de religie van persoonlijke bekentenissen en bekeringen, moeten evolueren tot een samenleving die deze planeet bij elkaar houdt.</p>
<p>8.d.<br />
Daar ik een schrijver ben en dus gedichten en verhalen schrijf die voor het grootste deel aan mijn verbeelding ontspruiten, &#8211; hoewel ik mij af en toe waag aan een essay dat al heel wat minder of helemaal niet fictief is -, zal het jou misschien verbazen dat ik belangstelling toon voor de wetenschap.<br />
Ik gebruik de wetenschap als een werktuig dat ik af en toe nodig heb om mijn “huishouding” te regelen. Wetenschap is voor mij minder interessant, omdat ik niet hou van ingewikkelde theorieën en doodbecijferde stellingen. Ik heb echter leren inzien dat geloof en wetenschap elkaar nodig hebben en het zonder elkaar niet kunnen stellen.</p>
<p>De scheiding van Kerk en Staat betekent op geestelijk gebied de scheiding van geloof en wetenschap. Reeds in de laat-scholastieke filosofie van Duns Scotus (1628-1308) en Willem van Occam (1290-1349) is deze scheiding van geloof en weten volkomen. Het geloof is niet langer bovenverstandelijk, maar ligt soms overhoop met de menselijke rede. Elk van beide kan (hoeft niet) zich zelfstandig ontplooien. Het tweespan heet niet langer God en de ziel, maar mens en kosmos.<br />
Toch duurt het tot in de 17de eeuw voor deze filosofie opgeld maakt. Descartes en anderen verlenen echter “met groot vertrouwen” voorrang aan de wetenschap. “Zij die de rechte weg naar de waarheid zoeken, moeten zich slechts bezighouden met datgene waarvan zij zeker zijn.” De verdrukking van het geloof heeft hier alles te maken met de godsdienst(en) en hun wereldlijke macht of wereldlijke ambities. De scheiding van Kerk en Staat, van geloof en weten, is met andere woorden geen erkenning van de twee polen, als volwaardige spelers, maar het opdringen van een superieure wetenschap aan een inferieur geloof. De Kerk wordt beschouwd als een asiel voor “verdwaasden” of voor hen die twijfelen of angstig zijn. Geloven is voor het volk, dat bang is en naar alles grijpt dat troost en hoop kan bieden in bange dagen. Weten is voor de intellectueel!</p>
<p>Vooral de Westerse godsdiensten hebben deze “inferieure” gevoelens uitgebuit en verzilverd. Verdwazing, twijfel, angst werden in hemelhoge gebouwen op een pateen aangereikt als het goddelijk lichaam. De (mis)wijn als het goddelijke bloed kwam de priester toe. Toen de scène afbladerde, bleef het scenario behouden. De omgeving buiten de kerk veranderde gestaag van hemdje, maar binnen de kerk bleef alles &#8211; op enkele details na &#8211; ongewijzigd. De magie verdween, de sleur verscheen, de “praktiserende” gelovers woonden routineus de vertoning bij.</p>
<p>Geloven is helemaal iets anders dan “naar de kerk gaan” of zich onderwerpen aan de wil van de Kerk. Geloven is de eerste pijler en wetenschap is de tweede waarop Waarheid rust. De “weters” waren hun “wiskundig” ideaal getrouw en de “gelovers” liepen, naarmate zij kennis verwierven, over naar de eersten.</p>
<p>In de 17de &#8211; 18de eeuw krijgen de “gelovers” een eigen wetenschap: de wetenschap van de mens. Die omvatte zowel de wetenschap van de menselijke natuur als alle takken van het geestelijke en maatschappelijke leven: religie, politiek, economie, maatschappijbeschouwing en moraal. Thomas Hobbes (1588-1679) bestudeerde de individuele mens en zijn gedachten. John Locke (1632-1704) introduceerde de “esprit géométrique”.<br />
Dit betekent nog niet dat “de massa (gelovers)” ineens deel gaan uitmaken van de wetenschap: zij worden in de debatten niet betrokken en bovendien beperken deze “nieuwe wetenschappers” zich nauwgezet tot de “verstandelijke” mensen. Immanuel Kant (1755) omschrijft die “verlichting” als “een uittreding van de mens uit zijn aan eigen schuld te wijten onmondigheid”.</p>
<p>Hoe reageerden de godsdiensten op deze “verlichtende boodschap”?<br />
Bang, omdat zij onverbiddelijk werden bekritiseerd door de deïsten (Voltaire) en de atheïsten (Holbach) en opgelucht, omdat &#8211; volgens de conservatieve denkers &#8211; in het zoeken naar “een natuurlijke” religie de Openbaring kon worden gehandhaafd.<br />
Kant bracht een tegenbeweging op gang onder de naam van piëtisme of de innerlijke vroomheid van het gevoel. Hij stelde de grenzen van het menselijke verstand vast (waarbuiten het alle recht verloor) en schiep met deze grensbepaling een “nieuwe plaats voor het geloof”. De “gelovers” kregen een licht “gerenoveerd” dak boven het hoofd.<br />
Johann Gottfried Herder (1744-1803) oefende echter vanuit het geloof en het gevoel kritiek op deze “vernieuwing”. Hij stond ver af van de Verlichting. Hij beschouwde de geschiedenis van de mens niet “more geometrico”, maar veeleer “’more biologico”. De geschiedenis van de mens was voor hem een “zuivere natuurlijke historie”. Maar in zijn zoeken naar evenwicht tussen “het goddelijk plan” en zijn “biologische beschouwing” zakte hij door het ijs en belandde weer bij de “goddelijke schepping”. De mens was de “eerste vrijgeborene” van de schepping. Hij was geschapen “voor de vrijheid, de beschaving én de religie, voor de hoop op de onsterfelijkheid”.</p>
<p>Toen ineens brak de hemel open wanneer Erasmus Darwin (1731-1802) een lans voor de “ontwikkelingsgedachte” brak. Hij was de grootvader van Charles Darwin. De evolutietheorie zette alle wat voorafging op de helling. Het werk “van de geest” kon van voren af aan beginnen. De (ontzette) “gelovers” spartelden in hun wijwatervaten; de (verstandelijke) “gelovers” verlieten de Kerk, zij gingen ofwel schuilen in gesloten genootschappen ( de kerk-kapelbeweging) of werden fervente aanhangers van de “heidense Kerk”, “het geloof in de goddelijke harmonie”.</p>
<p>In de 20ste eeuw tierden welig sekten en kalfde de aanhang van de Kerk opzienbarend af. Vroeger was het simpel. Toen was God de Onveroorzaakte Oorzaak, de Essentieel Existerende of de Grote Horlogemaker. God had het gedaan. God was de dader van de werkelijkheid. Toen vond de mens de wetenschap uit. ’t Was geen vrolijk nieuws en toch leek de relatie tussen wetenschap en geloof weer helemaal goed te komen.</p>
<p>Klopt dat vredig beeld? Slimme mensen, bij wie ook de “verstandelijke” gelovers behoren, zeggen dat geloven niets te maken heeft met het voor echt aannemen van de uitspraken over werkelijkheid. Geloven heeft meer met “vertrouwen” te maken. Het geloof serveert verklaringen. Zoals de wetenschap verklaringen serveert. Kan de wetenschap alles verklaren? Neen. Zijn “weters” betere mensen dan “gelovers”? Neen. Zijn wetenschappers slimmer dan niet-wetenschappers? Neen. En toch, kennis groeit, God krimpt. Zullen wij ooit het antwoord kennen op de vraag waarom het heelal bestaat? Neen. Onze hersenen zijn daarvoor niet gemaakt. Moeten wij het antwoord op al die grote vragen blijven zoeken? Ja. Onze hersenen zijn gemaakt om antwoorden en verklaringen te zoeken.</p>
<p>8.e.<br />
De mens worstelt met de morele autoriteit en de uitoefening van de macht. Ik zou niet graag in Gods schoenen staan! Het heeft problemen als je je de macht toe-eigent! Dit ondervindt zijn Kerk vandaag. Ook gisteren, maar toen was er nog geen charter over de Rechten van de Mens! Zij kon lustig verbannen, inquisiteur spelen, vervolgen, verbranden. Maar nu? Nu moeten God en zijn Kerk de vrije wil van de mensen respecteren.</p>
<p>Daarom kies ik al decennia voor “de liefde voor het goede” en niet zozeer voor “de speciale vermogens” waarmee je toch de vrije wil niet kan (mag) onderwerpen.</p>
<p>Ik geef toe dat de combinatie van de begrippen vrijheid en gezag een probleem vormt. Natuurlijk moeten wij een bepaalde vorm van gezag erkennen om niet in een chaos van “iedereen tegen iedereen” te vervallen. Iedere bestuursvorm sluit een dominantie in, een hiërarchie, een stratificatie in maatschappelijke klassen. Wat is het marxisme meer geweest dan een “strijd om de middelen”. En vergis je niet: het was meer het gerommel in de bovenbouw dan in de onderbouw, de kleine mens is altijd dupe, marionet, de meest kwetsbare.</p>
<p>Democratie was de oplossing, beweerden zij. “Zij”, de nieuwe machtsbelusten. “Democratie” is een ander woord voor “aristocratie”, “timocratie”, “oligarchie”. “Zij” zijn vandaag de vechtende vertegenwoordigers van een logge bureaucratie. “Zij” zijn ontvankelijk voor gezag dat corrumpeert.</p>
<p>Van het traditioneel gezag van Kerk en edelen ontwikkelde zich het charismatisch gezag van dictators. Na Hitler, Napoleon, Stalin en Mao kwam het legaal-rationele gezag in de plaats. De autoriteit was een ambtelijke werkelijkheid geworden.</p>
<p>Sociaal-psychologisch onderscheid ik vijf vormen van gezag: de macht van belonen (de aangepasten worden beloond), de macht van straffen (de wetsovertreders worden gestraft), de macht van delegeren, de macht van de verdienste en de macht van de deskundigheid. Niets is echter zo problematisch als de machtsbeluste mens die een twijfelachtige moraal heeft!</p>
<p>Wat is het ideaal? Voor de enen een godbewuste wereld zonder tirannie en overbodige luxe en eigendom, voor de anderen een culturele wereld met mensen die bewust leven, vanuit hun hartstocht, voor nog anderen een wereld waarin gezag en orde heersen, voor mij een wereld waarin vrijheid en geluk het hoogste goed zijn.</p>
<p>De politiek bepaalt niet langer de mate waarin vrijheid en gebondenheid moeten worden gecombineerd. Links-rechts heeft afgedaan. Er is geen eenduidigheid en klaarheid meer in deze opdeling. Politieke partijen bepalen niet langer wie zus en zo is, maar de mens zelf. Hij kiest uit veelheid een eenheid en uit ongelijkheid gelijkheid. De mens vindt “eenheid in verscheidenheid”, hij zoekt evenwicht tussen het kwantitatief individuele versus het sociale en tussen het kwalitatief concrete materiële versus het abstract ideële. Dit betekent dat gezagsuitoefening en materiële eigenbelang zijn keuze bepalen.</p>
<p>Ook de belangengroepen in de samenleving hebben hun status verloren en hun integriteit in het handelen. Politiek, ambtenarij (in ministeries), belangengeroepen en rechtspraak vormen de verschillende opties van bestuur, ook al ontvangen zij een inkomen van dezelfde staat. In dit kluwen van bestuur zoekt de mens een uitkomst.</p>
<p>Denk erom, de kiezer heeft een gezonde zin voor deze (politieke) werkelijkheid. Het probleem is echter dat hij of zij zo vaak gedesillusioneerd wordt (illusies die ook ontstaan uit een vals ego). De vrijheid van het individu moet keer op keer worden opgegeven voor het hogere doel. Hij of zij kan zich individueel geen toekomst uittekenen. De vrijheid die hem/haar wordt beloofd, is twijfelachtig. Illusies worden ook vaak gekoesterd uit baatzucht. Deze houding moeten wij afwerpen en leren de oorspronkelijke werkelijkheid onder ogen te zien. Slechts op deze wijze kan de mens het geluk vinden. Je kunt de wereld niet verbeteren door je er tegen af te zetten, maar door je leven te verbeteren. Beter leven kan vanuit zelfrealisatie!</p>
<p>De ingrediënten? Dankbaarheid, dienstbaarheid, individuele bevrijding, orde van leven waarin geen domheid en luiheid passen.</p>
<p>8.f.<br />
Democratie zonder een zelfzekere zin voor orde is een schijndemocratie. Democratie behoeft “regels” waarin het begrip vrijheid niet meer zozeer aan chaos maar aan orde is gekoppeld. Verandering binnen een democratie gebeurt via een “zachte” revolutie, een “geleidelijke” omwenteling van het maatschappelijk denken. Wijze politici dwalen nooit van hun weg af en confirmeren zich aan de wet en aan het goede voorbeeld.<br />
Denk aan de Franse Revolutie die gewelddadig begon met het bestormen van de Bastille in 1789, maar na de chaos de weg koos van het gezag. In een zachte revolutie kiest men voor geleidelijkheid, maakt men tijd voor het vaststellen van feiten en trends en het naar voren treden van een niet te ontkennen of weg te compenseren natuurlijke en sociale werkelijkheid.</p>
<p>De deur naar de utopie openhouden en de weg ernaar vrijmaken, zonder regels en afspraken is geen wijs scenario. Bovendien moreel iets anders voor ogen hebben dan het praktisch nut, is een moeilijke oefening, ook al is de ethiek valabel. Toch blijft verandering onvermijdelijk, want het handhaven van een status-quo om de burgers de kans te geven zich te verbeteren, zet hun aan tot verdere corruptie.</p>
<p>Het morele vingertje lost niets op. Het beste uit een zachte revolutie halen met de mensen die eraan participeren, is beter dan verlichting bij te brengen en hen te willen opvoeden voor een andere wereld. Ik ben niet tegen “verlichting” (kennis) en “opvoeding” (onderwijs) en ook niet tegen “vrij ondernemen” en “vrije organisatie”, maar de morele en maatschappelijke consensus moeten worden gevolgd. Met het spel van de orde wordt niet zozeer de mens opgevoed, maar gerespecteerd.</p>
<p>Alleen met dit respect voor de eenvoudige man als voor de ontwikkelde mens kan men van een werkelijk geslaagde politiek spreken. Politieke partijen en belangengroepen die zelfrespect en respect propageren en toepassen, kunnen overleven. Respect is bovendien de enige solide basis om samen te werken. Uit politiek die als één kracht tot stand komt, één harmonieus vermogen, ontstaat een betrouwbare rede die niet in zichzelf is verdeeld en niet in ideeën, begrippen en een overtuiging blijft steken. Een echte staatsman is iemand die probeert het idee van de orde der zienswijzen te relateren aan de natuurlijke orde van het leven.</p>
<p>De liefde voor de kennis vormt soms een bedreiging voor hen die niet zo’n duidelijk idee hebben van de uiteindelijke werkelijkheid. Politiek is niet alleen opkomen voor je rechten, maar ophouden elkaar te bevechten. Wij moeten stoppen elkaar met illusies te bevechten, liever met elkaar tegen illusies vechten. Homo sapeins, de wetende mens, is onze naam!</p>
<p>Oorspronkelijk was de tijd, maatschappelijk gezien, een religieus begrip. Politici verschilden in weinig van priesters. De orde der dingen, tijd en ruimte en het begrip maatschappelijke orde waren in de kern religieuze fenomenen, dachten de eerste filosofen. Wat niet wilde zeggen dat moed, matiging en gerechtigheid niet werden aangeprezen. Vandaag claimt de wereldorde respect voor de mensenrechten en de burgerlijke identiteit die daarbij hoort.</p>
<p>Ik blijf er echter bij dat wereldvrede slechts mogelijk zal zijn indien enerzijds politieke partijen niet langer meer zullen vechten om verkozen te worden en anderzijds de mensen, ondanks hun verscheidenheid, samen en structuurbewust, zullen strijden om de illusie van valse vereniging te overwinnen.</p>
<p>Thierry Deleu</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/08/21/beminde-zusters-en-broeders/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>http://moraliteit.blogspot.com/2010/05/kerk-koning-en-kapitaal.html</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/07/28/kerk-koning-en-kapitaal/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/07/28/kerk-koning-en-kapitaal/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 28 Jul 2011 16:56:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Derek van 't Gulle Zand Meester-Ridder van het Rozenscheermes</dc:creator>
				<category><![CDATA[Asides]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1378</guid>
		<description><![CDATA[Kerk, Koning en Kapitaal &#160; Like Unlike]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://moraliteit.blogspot.com/2010/05/kerk-koning-en-kapitaal.html"><span class="Apple-style-span" style="font-size: 15px; font-weight: bold;">Kerk, Koning en Kapitaal</span></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<div class='wp_likes' id='wp_likes_post-1378'><a class='like' href="javascript:wp_likes.like(1378);" title='' ><img src="http://www.knightsrazor.be/wp-content/plugins/wp-likes/images/like.png" alt='' border='0'/>Like</a><span class='text'></span>
<div class='unlike'><a href="javascript:wp_likes.unlike(1378);">Unlike</a></div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/07/28/kerk-koning-en-kapitaal/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>NIETS IS WAT HET LIJKT</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/07/25/niets-is-wat-het-lijkt/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/07/25/niets-is-wat-het-lijkt/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 25 Jul 2011 12:27:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Derek van 't Gulle Zand Meester-Ridder van het Rozenscheermes</dc:creator>
				<category><![CDATA[aankonding]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1376</guid>
		<description><![CDATA[3 SEPTEMBER 2011 DE ZEVENDE (KORT)ROMAN VAN OOSTDUINKERKENAAR THIERRY DELEU NIETS IS WAT HET LIJKT Voorstelling van het boek: op 3 september, om 10.00 u, in de Kok-pit van het (nieuwe) gemeentehuis Koksijde, Zeelaan 303 Welkom: Marc Vanden Bussche, burgemeester &#8211; Vlaams parlementslid Inleiding: Marleen De Smet, dichter/schrijver Fragment: Ilse Chamon, woordkunstenares Overhandiging eerste exemplaar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>3 SEPTEMBER 2011</p>
<p>DE ZEVENDE (KORT)ROMAN VAN<br />
OOSTDUINKERKENAAR THIERRY DELEU</p>
<p>NIETS IS WAT HET LIJKT</p>
<p>Voorstelling van het boek:<br />
op 3 september, om 10.00 u,<br />
in de Kok-pit van het (nieuwe) gemeentehuis Koksijde, Zeelaan 303<br />
Welkom: Marc Vanden Bussche,<br />
burgemeester &#8211; Vlaams parlementslid<br />
Inleiding: Marleen De Smet,<br />
dichter/schrijver<br />
Fragment: Ilse Chamon,<br />
woordkunstenares<br />
Overhandiging eerste exemplaar aan de burgemeester<br />
Receptie aangeboden door de Gemeente<br />
Prijs: 16 €<br />
over te schrijven op 000-0900214-54 van Thierry Deleu, Oostduinkerke</p>
<div class='wp_likes' id='wp_likes_post-1376'><a class='like' href="javascript:wp_likes.like(1376);" title='' ><img src="http://www.knightsrazor.be/wp-content/plugins/wp-likes/images/like.png" alt='' border='0'/>Like</a><span class='text'></span>
<div class='unlike'><a href="javascript:wp_likes.unlike(1376);">Unlike</a></div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/07/25/niets-is-wat-het-lijkt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De dood, die grote gelijkmaker</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/07/20/de-dood-die-grote-gelijkmaker/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/07/20/de-dood-die-grote-gelijkmaker/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 20 Jul 2011 10:54:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Derek van 't Gulle Zand Meester-Ridder van het Rozenscheermes</dc:creator>
				<category><![CDATA[literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[webbouwstukken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1369</guid>
		<description><![CDATA[Het is buiten enige twijfel dat wij zullen sterven: een wisse gebeurtenis op een onzeker ogenblik. Een onderwerp dat zoveel schrijvers, dichters, schilders en beeldhouwers heeft geïnspireerd tot grote artistieke prestaties. Maar ook een onderwerp waarover het zo moeilijk praten is, dat zoveel onbehagen opwekt, waarvoor we zo bang zijn, onze ogen voor sluiten. We [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het is buiten enige twijfel dat wij zullen sterven: een wisse gebeurtenis op een onzeker ogenblik. Een onderwerp dat zoveel schrijvers, dichters, schilders en beeldhouwers heeft geïnspireerd tot grote artistieke prestaties.<br />
Maar ook een onderwerp waarover het zo moeilijk praten is, dat zoveel onbehagen opwekt, waarvoor we zo bang zijn, onze ogen voor sluiten. We kunnen wel rustig praten over honderdduizenden slachtoffers van napalm of aardbevingen. Pas als het aantal doden erg klein en erg nabij is, vestarren we. Want het is de eigen dood die we uit onze gedachten bannen. Hoe dichter de dood nabij komt, zoveel te sterker herinnert hij ons aan onze eigen sterfelijkheid.<br />
Zaak is, dat het onbewuste zich geen einde van ons leven op deze aarde kan voorstellen. Het is onvoorstelbaar dat we zouden kunnen sterven aan een natuurlijke doodsoorzaak of aan ouderdom. We zien de dood steeds als een gewelddadige ingreep van buitenaf, een misdaad of een verkeersongeval, een ziekte.<br />
Wij hebben nog altijd niet geleerd de dood in de ogen te zien, te aanvaarden als een onvermijdelijkheid. Het komt mij voor dat hoe meer de samenleving zich losmaakt van het taboe op de seksualiteit, zoveel te sterker wordt het taboe op de dood.<br />
Het wegdenken van de dood is echter voor veel mensen medeoorzaak van een zinledig bestaan. Als je leeft alsof er geen eind aan komt, zijn er zoveel dagen &#8220;die niet meetellen&#8221;, waaraan je geen waarde hecht, die er a.h.w. niet geweest zijn. Iedere dag: een positief saldo voor de innerlijke groei, die de finale aanvaarding van de dood mogelijk maakt.<br />
Door erover te spreken, problemen er rond te uiten, door dagboeken van mensen die dicht bij de dood stonden of met de dood van een gezinslid geconfronteerd werden, kan misschien de angst voor het sterven en voor de dood die lang niet in elke cultuur zo bestaat als bij ons het geval is, verminderen en zelfs overwonnen worden. Voor zover men kan zeggen dat men kan &#8220;leren&#8221; te léven, kan men ook zeggen dat men kan &#8220;leren&#8221; te sterven. Wij zijn er ons echter heel vroeg van bewust dat dieren en mensen sterven, en dat ook wij eens zullen doodgaan. Maar gedurende ons leven praten we opvallend weinig over dit fenomeen.<br />
Degenen die zeggen dat zij de angst voor de dood overwonnen hebben, dienen ermee rekening te houden dat deze problematiek niet alleen een rationeel, maar ook een emotioneel aspect heeft. Men moet zichzelf al heel goed kennen om te vermoeden hoe men zich in die laatste levensfase zal gedragen.<br />
Het is juist dat wij in volle creativiteit, als wij opgaan in ons werk, niet denken aan de dood. Maar wat wij doen en scheppen is geprojecteerd tegen de reflexieve achtergrond van een eindig, eindigend leven.</p>
<p>&#8220;Leven met de dood&#8230;&#8221; Het besef van onze individuele eindigheid kan ons tot op zekere hoogte ons eigen zijn en streven doen relativeren. Maar tegelijk geeft dit besef aan elk existentieel moment iets unieks, iets onherroepelijks, iets definitiefs. Het besef van onze dood maakt ons leven zeer kostbaar. Dit houdt in dat wij dienen te leven met haalbare verwachtingen en dat wij ons ook tijdig dienen in te zetten om deze verwachtingen waar te maken, en om onderscheid te maken tussen voor ons belangrijke en minder belangrijke zaken.<br />
Vanaf de heilige boeken der Hindoes tot in de geschriften van onze eigentijdse denkers hebben alle filosofen ernaar gestreefd de zin van de dood te verklaren, om daardoor de mensen te helpen hun vrees te overwinnen. Thomas Mann zei eens: &#8220;Zonder de dood zouden er nauwelijks dichters op de wereld zijn.&#8221; En ieder die een studie maakt over de poëzie kan dit bevestigen. Het eerste epos, de Babylonische Gilgamesj, en het oudst bekende lyrische gedicht uit de wereldliteratuur, een gedicht van Sappho, gaan voornamelijk over de dood. Vanaf toen tot nu is er niet één groot dichter geweest die niet enkele van zijn mooiste verzen aan de dood heeft gewijd.<br />
Bij vele auteurs is de angst voor de dood de motoriek achter hun schrijven. Schrijven omdat je hoopt dat je werk langer zal bestaan dan jezelf. Een schrijver verdraagt ergens de rust niet om niet te moeten denken aan de dood. Schrijven moet hij doen om de dood schaakmat te zetten. Zo gezien hoeft de dood geen catastrofaal, vernietigend gebeuren te zijn. Hij kan worden gezien als een van de meest constructieve, positieve en creatieve elementen van cultuur en leven.<br />
Hoewel het aantal stervenden op deze wereld steeds groeit (meer dan vijftig miljoen in 1977), wordt het aantal mensen dat de dood van nabij meemaakt, steeds kleiner. Steeds meer mensen sterven van ouderdom, maar ook daar hebben we een oplossing voor: bejaardentehuizen, sterfhuizen eigenlijk, waar de oudjes samengetroept buiten ons gezichtsveld kunnen sterven. En voor de meeste andere gevallen hebben we het ziekenhuis.<br />
De dood komt steeds meer in het duister, zodat wij steeds minder met de dood geconfronteerd hoeven te worden, er niet aan hoeven te denken. Maar als we dan gedwongen worden tot de confrontatie, doordat onze geliefden sterven, of onze eigen dood plotseling voor ons opdoemt, komt de klap zoveel te harder aan. We zijn niet tegen de situatie opgewassen.<br />
In primitieve samenlevingen werd de dood gezien als het resultaat van een ingreep van buitenaf, van boze opzet, van krachten buiten jezelf. De dood had geen persoonlijkheid, was niet met jezelf verbonden. De dood was niet iets dat je vanaf je geboorte al in je meedroeg.<br />
Aan het begin van de jaartelling was onze wereld op landbouw ingesteld. De productie van voedsel was primitief, de honger was groot, het sterftecijfer was hoog. Voortdurend werden de mensen geconfronteerd met de dood. Iedereen stierf thuis, in het bijzijn van de andere leden van de gemeenschap. De dood was een vertrouwd verschijnsel.<br />
Dat er toch sprake was van angst blijkt uit de graven. De doden werden buiten de gemeenschap begraven. De angst was niet een angst om zelf te sterven (angst voor de eigen dood), maar angst voor de doden. Angst dat ze terug zouden komen om het de levenden lastig te maken.<br />
Het verschijnsel van de grafkist of sarcofaag was echter vreemd in West-Europa. En het kerkhof was ook niet het kerkhof zoals we dat nu kennen. In die tijd werd de grond rond het kerkgebouw ook tot de kerk gerekend. Binnen in het gebouw begraven te worden, was gereserveerd voor de rijken. De armen werden, gekleed in hun doodshemd, bijgelegd in grote massagraven, buiten het kerkgebouw, in diepe kuilen die pas met aarde bedekt werden als ze vol waren. Tegelijk werd dan een oud graf geopend. De beenderen daaruit werden overgebracht naar de knekelhuizen en langzaam kon dit vrijgekomen graf dan worden opgevuld met nieuwe doden.<br />
Tot aan het begin van de 18de eeuw waren de doden – en daarmee de dood &#8211; voor de levenden een vertrouwd deel van het eigen leven. De dood was een natuurlijke gebeurtenis die noch ontlopen, noch begeerd werd, enkel aanvaard.<br />
Als in de 13de eeuw het dansen op de graven (om eer te bewijzen aan de doden) wordt verboden, maakt de dans met de doden plaats voor een nieuwe dodendans: de dans met de dood. Niet langer dansen de levenden met elkaar op de graven, op de doden. Nu danst ieder &#8211; zij het ook alleen op schilderijen en in beeldhouwwerk &#8211; met zijn eigen dood. Men begreep dat iedereen zijn eigen dood in zich droeg. De dood wordt persoonlijk, een deel van ieders eigen leven.<br />
In religieus opzicht is hier echter nog niets veranderd. God en de Kerk vormen de basis van de samenleving. Al het aardse is slechts een voorbereiding op het hemelse. En de verwachting van een beter leven na de dood maakt de dood tot een (onprettige en angstaanjagende) overgangsfase. De dood is bovendien nog steeds een persoonlijke, bewuste ingreep van God.<br />
Men heeft evenveel reden daarin te geloven in de hoop gelijk te hebben, als er niet in te geloven in de angst ongelijk te hebben. Hoewel men zou kunnen aanvoeren dat, aangezien wij allemaal, of tenminste bijna allemaal, de wens koesteren na de dood voort te leven, alle bewijzen daartoe met gepaste achterdocht beschouwd dienen te worden.<br />
Vanaf de 12de eeuw verandert de hele samenleving drastisch. Handel komt op, steden ontstaan, geld en ambacht groeien uit tot de pijlers van de maatschappij. De wereld werd minder heilig, meer werelds, zakelijker. De mens werd zich bewust van zijn eigen mogelijkheden om zijn lot te verbeteren, zijn eigen wil te volgen, zijn eigen leven te leiden. Kortom, het leven op aarde werd belangrijker, het leven na de dood een onzekerheid. Van overgangsfase wordt de dood daardoor meer eindpunt. Het definitieve einde van het leven hier op aarde. De dood is zekerder geworden dan het voortbestaan na de dood, de onsterfelijkheid. Van nu af aan wordt iedereen geconfronteerd met zijn eigen definitieve dood. En daarmee groeit de behoefte om te leren hoe je dat moet doen, hoe je moet sterven.<br />
De dood krijgt een ander gezicht. Het beeld van de &#8220;overgangsfase&#8221; gaat niet geheel verloren, maar het wordt meer een natuurverschijnsel. De dood wordt een natuurlijk fenomeen, evengoed als de geboorte. Daarmee verandert ook het image van het lichaam dat meer een voorwerp wordt. Tot dan werd het dode lichaam nog steeds als een persoon gezien. Doden konden vervolgd worden en veroordeeld, hadden wettelijke rechten en verplichtingen. Met de dood als natuurverschijnsel dat het definitieve einde van dat leven betekent, wordt het lijk tot een voorwerp in plaats van een totale mens. Op dat moment verschijnt het lijk voor het eerst als studievoorwerp in de universiteit.<br />
In de 16de eeuw krijgt de dood langzaam maar zeker ook een erotische bijbetekenis. Via het &#8220;dansen met de dood&#8221; komt er een nieuwe voorstelling: het overweldigd worden door de dood.<br />
Van de 16de tot de 18de eeuw worden beeldende kunsten en literatuur overstroomd met voorbeelden van deze verbondenheid: de dood en de liefde. De beelden van de geslachtsdaad, de overgave aan de liefde, vloeien over in het sterven, de overgave aan de dood. Het orgasme, het allesoverheersende moment, wordt identiek aan dat andere allesoverheersende moment, de dood. Beide zijn een breuk met het gewone alledaagse leven, met de eentonigheid van het bestaan. Beide zijn een eindpunt.<br />
Als onder druk van strenger wordende &#8220;fatsoensnormen&#8221; deze voorstelling van de dood in de 18de eeuw tot een taboe wordt, duikt ze in een sluikvorm opnieuw op. De harde erotiek wordt bedekt door een zachte laag &#8220;romantiek&#8221; die zich uit in de romantische dood.<br />
Door de nieuwe welvaart wordt het leven, met name van de rijke burgerij, gemakkelijker. De technologische ontwikkeling zorgde voor comfortabele huizen, wegen en werkomstandigheden. En door de toenemende handel, de daardoor toenemende macht van het geld, konden steeds meer ouderen die een lang leven de tijd hadden gehad om geld te vergaren, hun posities aan de top handhaven. Voor het eerst kreeg de ouderdom een waarde. Aanvankelijk alleen een economische waarde, later ook andere waarden. Ouderdom werd synoniem van ervaring, wijsheid. Tegelijkertijd werd de jeugd de ervaring ontzegd. Het zijn de ouderen, de rijke oude burgers die de geneeskunde binnenhalen om het sterven zo lang mogelijk uit te stellen.<br />
De geneeskunde stapte tussen het leven en de dood, en liet zich daar stevig voor betalen. Sterven niet door ziekte of geweld, maar zonder precieze oorzaak, op liefst hoge leeftijd, omdat het leven op is, wordt het grote ideaal. Aanvankelijk alleen voor de rijken, maar door de socialisering van de samenleving wordt dit recht aan het begin van deze eeuw ook door de arbeidersmassa&#8217;s verkregen.<br />
Door de enorme sprong voorwaarts van de wetenschap worden we ouder. Werden we een eeuw geleden gemiddeld maar zo&#8217;n 37 jaar oud, momenteel sterven we gemiddeld pas als we er 73 zijn. Het is dan ook verleidelijk te denken dat we zo door kunnen gaan. Een sprookjesachtig idee, maar zonder realiteit. We sterven, en we zullen blijven sterven, zoals alles in de natuur sterft, zoals alles om ons heen al bezig is te sterven of af te sterven.<br />
Het sterven is echter niet altijd rechtvaardig: de ene sterft zacht, de andere afgrijselijk. Maar de dood, ja de dood is rechtvaardig. Hij spaart niemand. Hij is de grote gelijkmaker. Hij treedt op zonder aanzien des persoon en dat moeten we hem ten goede houden, hoezeer we hem ook vrezen of haten. Kent hij geen genade, hij kent ook geen favoritisme. De dood is gelijkmoedig. Zegt men niet: doodgewoon, doodeenvoudig, doodzeker? En waarom niet met de dood voor ogen leven?<br />
Het leven is een schaakspel. Het zinnebeeld van de stoutmoedige sprong in de richting van de tegenspeler, in het leven, in het onbekende, in het creatieve. Een schijnbaar rustig spel, tot de dood of het leven ingrijpt en mat roept.<br />
Het leven is een spel. Spel en ernst zijn hetzelfde. Een spel moet je ernstig spelen. Als je vindt dat het &#8220;maar&#8221; een spel is, mag je niet meespelen. En het leven is meespelen.<br />
Leren zelfrelativeren &#8211; zo kan je de dood ontmaskeren. Als het slecht gaat, kun je toch niet gaan huilen, dat doe je niet. Ook niet de held uithangen. Dat is nonsens, niemand gelooft in zo&#8217;n heldhaftigheid. Liever de dood proberen te aanvaarden, in de hoop op het schavot tegen de beul te kunnen zeggen: &#8220;Pas op, spaar mijn baard&#8221; (dixit Thomas Morus).<br />
Dit is geen verheerlijking van de dood. Ik geloof dat wij allen de kwalijke kanten van de dood niet licht uit het oog zullen verliezen: de dood scheidt ons van onze geliefden, er gaat vaak veel leed aan vooraf in de vorm van ziekte of letsel, en bovendien sterven sommige mensen voortijdig, voor ze de kans hebben gehad om datgene wat ze tijdens hun leven tot stand wilden brengen, te voltooien.</p>
<p>Het thema van de dood is een delicaat onderwerp, omdat het ons allen letterlijk en figuurlijk raakt. Er zijn veel mensen die er liever niet over praten, die dit niet aankunnen of niet aandurven. Het is dan ook met schroom dat ik dit onderwerp heb aangepakt. Wanneer de lezer er iets bruikbaars voor zich kan uithalen, dan is mijn doel bereikt.</p>
<p>Wij sterven. Vraagt niet: en dan?<br />
Het beste sterven is leven. Dus leeft, en<br />
sterven kan<br />
u verder geen hoofdbrekens geven.<br />
(Bert Decorte)</p>
<p>Derek van &#8216;t Gulle Zand</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/07/20/de-dood-die-grote-gelijkmaker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het verdriet van een &#8220;notoire vrijzinnige&#8221;</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/07/05/het-verdriet-van-een-notoire-vrijzinnige/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/07/05/het-verdriet-van-een-notoire-vrijzinnige/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 05 Jul 2011 09:56:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Derek van 't Gulle Zand Meester-Ridder van het Rozenscheermes</dc:creator>
				<category><![CDATA[webbouwstukken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1357</guid>
		<description><![CDATA[Een tweemaandelijks onafhankelijk vrijzinnig tijdschrift, in het Kortrijkse verspreid, weigerde enkele jaren bijdragen van mij te plaatsen, omdat “de redactieraad van mening is dat mijn bijdragen te weinig geargumenteerd en te weinig gefundeerd zijn om ze (nog verder) op te nemen.” Is dit de echte reden? Of is het omdat “ook niemand bereid bleek om [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een tweemaandelijks onafhankelijk vrijzinnig tijdschrift, in het Kortrijkse verspreid, weigerde enkele jaren bijdragen van mij te plaatsen, omdat “de redactieraad van mening is dat mijn bijdragen te weinig geargumenteerd en te weinig gefundeerd zijn om ze (nog verder) op te nemen.”<br />
Is dit de echte reden? Of is het omdat “ook niemand bereid bleek om op mijn meningen te repliceren, bij gebrek aan duidelijke stellingen en beweringen waarop men kan repliceren of omdat vele van mijn stellingen en beweringen al talloze keren ten gronde werden weerlegd in andere publicaties.”<br />
In welke publicaties? Over welke meningen, stellingen en beweringen gaat het? Wat betekent exact “ten gronde weerlegd”? Wie bepaalt “de grond van de zaak”?</p>
<p>De belangrijkste vraag is echter: “Wat bedoelt de redactie met vrije meningsuiting?” Is dat het negeren van andermans (afwijkende) mening en/of overtuiging om niet aan “nestbevuiling” te doen? Zijn vrijzinnigheid en vrijdenkerij het alleenbezit van “ongelovigen” en “atheïsten”? Hoe kun je nu opkomen voor vrijheid van mening en handelen als je dit recht uitsluitend toekent aan de “eigen groep”?<br />
Of ben ik &#8211; een notoir vrijzinnige, zoals een redactielid schreef &#8211; gebrandmerkt als een afvallige, een ketter, één door de inquisitie vervolgde? Ben ik ineens “het paard van Troje”?</p>
<p>Hieronder enkele artikels die de status van het vrijzinnig tijdschrift hadden kunnen beschadigen bij publicatie. Oordeel zelf!</p>
<p>1.<br />
<strong>Een nieuwe wetenschap van de politiek</strong></p>
<p>Respect voor jezelf wensen betekent dat je ook de ander respecteert! Dit is pure logica en toch zijn er zoveel mensen die dit niet (willen) begrijpen. Cultuur is dynamisch en wie met zijn tijd mee wil, moet zich voortdurend heroriënteren en heraanpassen. Wat wil ik hiermee zeggen? Simpel: wie niet bereid is om te evolueren, stelt zich nooit vragen en blijft op zijn standpunt. Stilstand is achteruitgang!</p>
<p>Het scheppingsverhaal vormt de basis van de Bijbel. Het (natuur)wetenschappelijke denken vormt de basis voor de rest van de wetenschap. Het idee van hoe de wereld tot stand kwam en in elkaar zit, is bepalend voor de culturele bovenbouw. Aan het scheppingsverhaal heb ik &#8211; als intellectueel van vandaag &#8211; geen boodschap.</p>
<p>Velen hebben schrik voor verandering of zijn “gehecht” aan de vertrouwde verklaringen. Deze twee categorieën zijn niet zo interessant, soms wel gevaarlijk wanneer zij fundamentalistische trekjes vertonen. Zonder opwaarderen, zonder aanpassing aan plaats, cultuur, persoon en tijd geraakt men de weg kwijt of verbijsterd in gehechtheid. Het resultaat is voorspelbaar: geen tolerantie, theologische verdeeldheid over een levende persoonlijke God, geen eenheid in verscheidenheid, wel fundamentalisme, heerszucht, minachting voor de ander.</p>
<p>Boeiend zijn alle groepen van mensen die er tussenin liggen.<br />
Opvallend is dat deze boeiende categorieën van mensen minder (of geen) vriendjespolitiek kennen (nepotisme), niet (of bijna) nooit vervallen in een foute combinatie van verbondenheid, rijkdom en democratie (oligarchie).<br />
Ik hoor bij een tussencategorie van mensen die geen behoefte heeft aan een kapitalistische dictatuur. Ik hou niet van een foute samengaan van kapitalisme en filosofie enerzijds en van een fout idee van politieke macht anderzijds.<br />
Zij die dit aankleven zijn niet alleen zelfgenoegzaam en daardoor ook geneigd om minderheden te verdrukken en geweld aan te doen, maar de rest van de wereld ook onrechtvaardig te behandelen op basis van hun foute denken.</p>
<p>Ik pleit voor een nieuwe wetenschap van de politiek. Op deze wijze kunnen wij een nieuwe wereld creëren. Mensen moeten worden heropgevoed. Door filosofen, door leerkrachten die filosofisch zijn ingesteld en geschoold, door geestelijke leraars. Dit zijn heel andere typen leraars dan theologen, veeleer psychologen/psychotherapeuten die de studenten verlichting in filosofische zelfverwerkelijking bijbrengen. De wedijver die door de leraars van inwijding en instructie wordt onderwezen, moet worden omgebogen in respect door de leraars die (persoonlijke) beleving en introspectie bijbrengen.</p>
<p>Geloof en ongeloof zijn verouderde begrippen. Religie, hypocrisie, ethiek, relatie zijn de nieuwe deugden en ondeugden. Geloof is enkel nog reëel in seksgeloof en geldgeloof. Wie zich niet aanpast aan deze nieuwe werkelijkheid, wordt depressief en een depressieve mens is in drievoud gestoord in de tijd: het verleden ziet zwart, de toekomst is onzichtbaar en het heden is onaangenaam.</p>
<p>Wetenschappelijke verklaringen &#8211; hoe juist die ook kunnen zijn &#8211; ontsnappen niet aan deze nieuwe werkelijkheid. De tijd is niet absoluut in de snelheid van veranderen met het licht, maar de tijd is wel absoluut in de kwaliteit van het veranderen zelf. Alles is in beweging. Het heeft geen zin ons te hechten aan een theorie in weerwil van die verandering, in weerwil van het absolute gezag van de tijd. Dit betekent dat God &#8211; zoals die werd geopenbaard &#8211; dood is en dat de gemiddelde, mechanische tijd hopeloos is verouderd. Dat wil bovendien zeggen dat wie het geloof bestrijdt met bijtende spot en cynisme, zich niet kan losmaken van dit geloof. Dat wil bovendien zeggen dat wie zich in zijn geloof consolideert, sociopathisch reageert, als een stekelige cactus.</p>
<p>In mijn essay <em>Schoon volk in de hemel</em> dat verschijnt in het najaar van 2012, na zeven jaar onderzoek en literatuur, houd ik niet langer de schijn op van gezag, vooruitgang en beschaving. Ik maak mij los uit mijn “persoonlijk, intellectueel en sociaal failliet” om een nieuw pad te bewandelen. De weg van de kennis, de analyse, de discipline, het respect. Het mag duidelijk zijn dat je met een egobehoefte, met economisch/juridische argumenten, met een conservatieve ethiek, met begrip voor zwakte de wereld niet zult verbeteren. Bouwen aan de Tempel van de Mensheid is “drie-wervig” (drie werven): een omslag in ons denken en handelen vanuit substantieel onderzoek, wetenschappelijke nuchterheid en principiële spiritualiteit.</p>
<p>Zij die de Opperbouwmeester van het Heelal vrezen en zij die Hem afvallen zullen nooit uit hun narcofiele en angst-neurotische obsessieve depressie en cynisme geraken. Laten wij bouwen aan een wereld waarin een rationeel/democratisch evenwicht heerst tussen het menslievende verlicht humanisme en het materieel gemotiveerde, traditioneel moralistisch/pragmatisme. Theologie en wetenschap zijn niet persoonlijk genoeg. Het is &#8211; voor mij &#8211; duidelijk dat wij, van de wetenschap via de spiritualiteit en de religie van persoonlijke bekentenissen en bekeringen, moeten evolueren tot een samenleving die deze planeet bij elkaar houdt.</p>
<p>2.<br />
<strong>Vrijheid en gezag</strong></p>
<p>De mens worstelt met de morele autoriteit en de uitoefening van de macht. Ik zou niet graag in Gods schoenen staan! Het heeft problemen als je je de macht toe-eigent! Dit ondervindt zijn Kerk vandaag. Ook gisteren, maar toen was er nog geen charter over de Rechten van de Mens! Zij kon lustig verbannen, inquisiteur spelen, vervolgen, verbranden. Maar nu? Nu moeten God en zijn Kerk de vrije wil van de mensen respecteren.</p>
<p>Daarom kies ik al decennia voor “de liefde voor het goede” en niet zozeer voor “de speciale vermogens” waarmee je toch de vrije wil niet kan (mag) onderwerpen.</p>
<p>Ik geef toe dat de combinatie van de begrippen vrijheid en gezag een probleem vormt. Natuurlijk moeten wij een bepaalde vorm van gezag erkennen om niet in een chaos van “iedereen tegen iedereen” te vervallen. Iedere bestuursvorm sluit een dominantie in, een hiërarchie, een stratificatie in maatschappelijke klassen. Wat is het marxisme meer geweest dan een “strijd om de middelen”. En vergis je niet: het was meer het gerommel in de bovenbouw dan in de onderbouw, de kleine mens is altijd dupe, marionet, de meest kwetsbare.</p>
<p>Democratie was de oplossing, beweerden zij. “Zij”, de nieuwe machtsbelusten. “Democratie” is een ander woord voor “aristocratie”, “timocratie”, “oligarchie”. “Zij” zijn vandaag de vechtende vertegenwoordigers van een logge bureaucratie. “Zij” zijn ontvankelijk voor gezag dat corrumpeert.</p>
<p>Van het traditioneel gezag van Kerk en edelen ontwikkelde zich het charismatisch gezag van dictators. Na Hitler, Napoleon, Stalin en Mao kwam het legaal-rationele gezag in de plaats. De autoriteit was een ambtelijke werkelijkheid geworden.</p>
<p>Sociaal-psychologisch onderscheid ik vijf vormen van gezag: de macht van belonen (de aangepasten worden beloond), de macht van straffen (de wetsovertreders worden gestraft), de macht van delegeren, de macht van de verdienste en de macht van de deskundigheid. Niets is echter zo problematisch als de machtsbeluste mens die een twijfelachtige moraal heeft!</p>
<p>Wat is het ideaal? Voor de enen een godbewuste wereld zonder tirannie en overbodige luxe en eigendom, voor de anderen een culturele wereld met mensen die bewust leven, vanuit hun hartstocht, voor nog anderen een wereld waarin gezag en orde heersen, voor mij een wereld waarin vrijheid en geluk het hoogste goed zijn.</p>
<p>De politiek bepaalt niet langer de mate waarin vrijheid en gebondenheid moeten worden gecombineerd. Links-rechts heeft afgedaan. Er is geen eenduidigheid en klaarheid meer in deze opdeling. Politieke partijen bepalen niet langer wie zus en zo is, maar de mens zelf. Hij kiest uit veelheid een eenheid en uit ongelijkheid gelijkheid. De mens vindt “eenheid in verscheidenheid”, hij zoekt evenwicht tussen het kwantitatief individuele versus het sociale en tussen het kwalitatief concrete materiële versus het abstract ideële. Dit betekent dat gezagsuitoefening en materiële eigenbelang zijn keuze bepalen.</p>
<p>Ook de belangengroepen in de samenleving hebben hun status verloren en hun integriteit in het handelen. Politiek, ambtenarij (in ministeries), belangengeroepen en rechtspraak vormen de verschillende opties van bestuur, ook al ontvangen zij een inkomen van dezelfde staat. In dit kluwen van bestuur zoekt de mens een uitkomst.</p>
<p>Denk erom, de kiezer heeft een gezonde zin voor deze (politieke) werkelijkheid. Het probleem is echter dat hij of zij zo vaak gedesillusioneerd wordt (illusies die ook ontstaan uit een vals ego). De vrijheid van het individu moet keer op keer worden opgegeven voor het hogere doel. Hij of zij kan zich individueel geen toekomst uittekenen. De vrijheid die hem/haar wordt beloofd, is twijfelachtig. Illusies worden ook vaak gekoesterd uit baatzucht. Deze houding moeten wij afwerpen en leren de oorspronkelijke werkelijkheid onder ogen te zien. Slechts op deze wijze kan de mens het geluk vinden. Je kan de wereld niet verbeteren door je er tegen af te zetten, maar door je leven te verbeteren. Beter leven kan vanuit zelfrealisatie!</p>
<p>De ingrediënten? Dankbaarheid, dienstbaarheid, individuele bevrijding, orde van leven waarin geen domheid en luiheid passen.</p>
<p>3.<br />
<strong>Schijndemocratie</strong></p>
<p>Democratie zonder een zelfzekere zin voor orde is een schijndemocratie. Democratie behoeft een “regels” waarin het begrip vrijheid niet meer zozeer aan chaos maar aan orde is gekoppeld. Verandering binnen een democratie gebeurt via een “zachte” revolutie, een “geleidelijke” omwenteling van het maatschappelijk denken. Wijze politici dwalen nooit van hun weg af en confirmeren zich aan de wet en aan het goede voorbeeld.<br />
Denk aan de Franse Revolutie die gewelddadig begon met het bestormen van de Bastille in 1789, maar na de chaos de weg koos van het gezag. In een zachte revolutie kiest men voor geleidelijkheid, maakt men tijd voor het vaststellen van feiten en trends en het naar voren treden van een niet te ontkennen of weg te compenseren natuurlijke en sociale werkelijkheid.</p>
<p>De deur naar de utopie openhouden en de weg ernaar vrijmaken, zonder regels en afspraken is geen wijs scenario. Bovendien moreel iets anders voor ogen hebben dan het praktisch nut, is een moeilijke oefening, ook al is de ethiek valabel. Toch blijft verandering onvermijdelijk, want het handhaven van een status-quo om de burgers de kans te geven zich te verbeteren, zet hun aan tot verdere corruptie.</p>
<p>Het morele vingertje lost niets op. Het beste uit een zachte revolutie halen met de mensen die eraan participeren, is beter dan verlichting bij te brengen en hen te willen opvoeden voor een andere wereld. Ik ben niet tegen “verlichting” (kennis) en “opvoeding” (onderwijs) en ook niet tegen “vrij ondernemen” en “vrije organisatie”, maar de morele en maatschappelijke consensus moeten worden gevolgd. Met het spel van de orde wordt niet zozeer de mens opgevoed, maar gerespecteerd.</p>
<p>Alleen met dit respect voor de eenvoudige man als voor de ontwikkelde mens kan men van een werkelijk geslaagde politiek spreken. Politieke partijen en belangengroepen die zelfrespect en respect propageren en toepassen, kunnen overleven. Respect is bovendien de enige solide basis om samen te werken. Uit politiek die als één kracht tot stand komt, één harmonieus vermogen, ontstaat een betrouwbare rede die niet in zichzelf is verdeeld en niet in ideeën, begrippen en een overtuiging blijft steken. Een echte staatsman is iemand die probeert het idee van de orde der zienswijzen te relateren aan de natuurlijke orde van het leven.</p>
<p>De liefde voor de kennis vormt soms een bedreiging voor hen die niet zo’n duidelijk idee hebben van de uiteindelijke werkelijkheid. Politiek is niet alleen opkomen voor je rechten, maar ophouden elkaar te bevechten. Wij moeten stoppen elkaar met illusies te bevechten, liever met elkaar tegen illusies vechten. Homo sapeins, de wetende mens, is onze naam!</p>
<p>Oorspronkelijk was de tijd, maatschappelijk gezien, een religieus begrip. Politici verschilden in weinig van priesters. De orde der dingen, tijd en ruimte en het begrip maatschappelijke orde waren in de kern religieuze fenomenen, dachten de eerste filosofen. Wat niet wilde zeggen dat moed, matiging en gerechtigheid niet werden aangeprezen. Vandaag claimt de wereldorde respect voor de mensenrechten en de burgerlijke identiteit die daarbij hoort.</p>
<p>Ik blijf er echter bij dat wereldvrede slechts mogelijk zal zijn indien enerzijds politieke partijen niet langer meer zullen vechten om verkozen te worden en anderzijds de mensen, ondanks hun verscheidenheid, samen en structuurbewust, zullen strijden om de illusie van valse vereniging te overwinnen.</p>
<p>Derek van &#8216;t Gulle Zand</p>
<p>Vrienden van de redactie, denk even na:<br />
Tolerantie is niet alleen een kwestie van woorden gebruiken en regeltjes toepassen. Ze moet ook in het dagelijkse leven een praktische uitoefening kennen.<br />
Tolerantie houdt in dat mensen met een verschillend geloof of zonder geloof elkaar overtuigingen toestaan die ze zelf afwijzen. Die erkenning mag niet worden verward met de waardering van de andere overtuiging. Erkenning heeft te maken met het besef dat men deel uitmaakt van een inclusieve gemeenschap van gelijkgerechtigde burgers.<br />
Bovendien &#8211; als &#8220;notoir vrijzinnige&#8221; &#8211; vind ik dat “mensen die hun morele overtuiging niet in een uitsluitend profaan deel willen belijden, ook in een sacrale taal aan het maatschappelijk debat mogen deelnemen”.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/07/05/het-verdriet-van-een-notoire-vrijzinnige/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>zo smaken vele ellebogen</title>
		<link>http://www.knightsrazor.be/2011/06/30/zo-smaken-vele-ellebogen/</link>
		<comments>http://www.knightsrazor.be/2011/06/30/zo-smaken-vele-ellebogen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 30 Jun 2011 13:01:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ridder van het Scheermes Maularia Fist</dc:creator>
				<category><![CDATA[beeldend]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[webbouwstukken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.knightsrazor.be/?p=1352</guid>
		<description><![CDATA[tijdens een zomerrecessie van wel meerdere ministers werd een rariteitenbarbecue van zulks een opsmuk voorzien dat de honden er geen brood bliefden &#160; nee echt, appeltaart met daarin blokjes smac was er graag bij geweest, mijn beste na een delerium, na een avond vol kopstoot gelukte &#8216;t me niet bij zulks een huisvredebreuk bewust of [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><em><span style="font-size: medium;">tijdens een zomerrecessie</span></em></div>
<p><em><span style="font-size: medium;">van wel meerdere ministers</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">werd een rariteitenbarbecue</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">van zulks een opsmuk voorzien</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">dat de honden er geen brood bliefden</span></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<div><em><span style="font-size: medium;">nee echt, appeltaart met daarin blokjes<br />
smac</span></em></div>
<p><em><span style="font-size: medium;">was er graag bij geweest, mijn beste</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">na een delerium, na een avond vol<br />
kopstoot</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">gelukte &#8216;t me niet bij zulks een<br />
huisvredebreuk</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">bewust of ongedwongen, aanwezig te zijn</span></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><span style="font-size: medium;">van zoveel positiefs, xxx-jes en liefs</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">worden de notulen om te lezen</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">op de één of andere manier</span></em></p>
<p><em><span style="font-size: medium;">ergens toch wel weer leuk</span></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<div>
<p><em><span style="font-size: medium;">© Maularia Fist</span></em><em> </em></p>
</div>
<div class='wp_likes' id='wp_likes_post-1352'><a class='like' href="javascript:wp_likes.like(1352);" title='' ><img src="http://www.knightsrazor.be/wp-content/plugins/wp-likes/images/like.png" alt='' border='0'/>Like</a><span class='text'></span>
<div class='unlike'><a href="javascript:wp_likes.unlike(1352);">Unlike</a></div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.knightsrazor.be/2011/06/30/zo-smaken-vele-ellebogen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

